Verzetsmensen aan het woord

Vertegenwoordigers van de vereniging Friesland 1940-1945 hebben na de oorlog gesproken met personen die actief verzet hebben gepleegd tegen de Duitse bezetter, zo ook in Koudum. Deze gesprekken zijn vastgelegd en vormen een belangrijke bron voor de kennis over de betrokkenen en hun daden. De getypte vellen zijn net zo zakelijk van inhoud als ze er uit zien. Blijk geven van de enorme spanning waaronder men gewerkt moet hebben is er niet bij. De verslagen zijn gebruikt als bron voor meerdere boeken. Gerben Abma geeft in hoofdstuk 12, 'H.A.N. yn oarlochstiid (1940-1945)', in: Himmelumer Âldefurd en Noardwâlde (1992) een overzicht van de gebeurtenissen in Koudum en omgeving.

Het grootste deel van het verzetswerk was het onderbrengen van- en de hulp aan onderduikers. Zoals in vrijwel iedere plaats in Friesland gebeurde dit in samenwerking met de LO, de (ondergrondse) Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers en de verzetskranten Vrij Nederland en Trouw. Men bracht neergekomen bemanningsleden van geallieerde vliegtuigen in veiligheid, verspreidde verzetspropaganda en stond in nauw contact met verzetshaarden in omliggende plaatsen als: Balk, Oudega / Kolderwolde, Hemelum, Warns, Staveren en Hindeloopen. Uit de verslagen van regionale leiders als Sjerp Praamsma (schuilnaam Dick), zie hieronder, en Benjamin Steegenga uit Balk, komt naar voren hoe e.e.a. was georganiseerd.

In Koudum bij Johannes Hoekstra, kwam in 1941 het eerste gedrukte exemplaar van Vrij Nederland van de pers. In 1944 is er een zogenaamde knokploeg gevormd. Zij pleegden de tweede overval op het Workumer distributiekantoor, op 3 augustus 1944, onder leiding van Gerben Oppewal. Dit leidde op 16 aug. tot een razzia waarbij Tjalke van der Wal en Gerben Ypma door de Sicherheitsdienst (SD) zijn omgebracht. Het verzet in Koudum zag zich in januari 1945 genoodzaakt tot het doden van een verrader, mogelijk waren het er zelfs twee. Het gevolg was dat vijf mannen uit Koudum werden vastgezet in Sneek. Aan het einde van de oorlog werd de NBS opgericht, de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Het waren veelal oud-militairen, zoals in Koudum Rommert Hoekema (zie over Rommert het hoofdstukje 'Soldaat Rommert Hoekema', in: 100 jaar Dorpsbelangen Koudum 1913-2013, p. 49).

Plaquette van de organisatie Trouw: Wie vrijheid zei, schreef 't leven af en koos den strijd, God en het land gewijd (collectie fam. Th. de Vries).

Aanvankelijk waren er twee organisaties die los van elkaar onderduikers hielpen: Trouw en Vrij Nederland. Later werkten die organisaties samen.

Theunis de Vries vertelde: Het was toen 1942 en de onderduiking kwam hier sporadisch voor. Ik was het onderduikcontact van Simon Aukema van Warns, die het provinciaal regelde voor Vrij Nederland en toen kwamen er ook al verschillende andere dingen zoals financiën en onderduiking. Later is dat allemaal beter geregeld toen wij overgingen van de Vrij Nederland groep naar het blad Trouw. De strijd tussen die beide kranten is in 1943 geweest en toen kwam het onderduiken meer in de mode.

De geïnterviewden die in Koudum actief waren zijn: Johannes Hoekstra, Theunis de Vries, Anne Osinga, Winus Steenhuisen en Gerben Oppewal. In de verslagen noemen zij de namen van vele andere betrokkenen, zoals Tjalke van der Wal die door de SD is omgebracht en wijkzuster Trijntje Scheringa, in wiens huis de in Workum geroofde bonkaarten waren ondergebracht. 

Theunis de Vries is twee keer ondervraagd: op 16 febr. 1949 alleen, en er is nog een ongedateerd document genaamd: 'Verslag van Hemelum[er] Oldephaert en Noordwolde' (HON). In beide verslagen van De Vries komen grotendeels dezelfde zaken aan de orde. De notulist van het verslag uit 1949 is duidelijker over de identiteit van de genoemde personen dan die van het ongedateerde verslag, waarin De Vries zijn relaas doet samen met Anne Osinga, Auke de Groot (Staveren) en H. Kuipers (Oudega FM). De verslagen zijn te openen door op de koppeling onder dit artikel te klikken.

Drukker Johannes Hoekstra heeft opmerkelijk genoeg niet aan dit verslag meegewerkt. Ook van hem bleven twee verslagen bewaard. Het oudste met datum nov. 1945 schreef hij eigenhandig. Mogelijk ontbreekt om die reden zijn bijdrage in dit rapport dat niet door de ondervraagden zelf maar door een derde is geschreven. Hoekstra's broze gezondheid kan ook de reden zijn; mede als gevolg van de spanning van de oorlog is hij nadien opgenomen geweest. Een derde mogelijkheid is dat Hoekstra niet, zoals de anderen, deel heeft uitgemaakt van een van de landelijke organisaties zoals de L.O., de Landelijke organisatie voor hulp aan Onderduikers, of een van de organisaties behorend bij de verzetskranten Vrij Nederland en Trouw.

Wij hebben toen [eind 1943] als rayonhoofd Klaas [Gerben Ypma] gekregen en onder leiding van Gerben Oppewal, de marechaussee van Franeker is hier in Koudum een K.P. gevormd. Hij werd commandant van de K.P., groot 6 man. Wij hebben ook meegewerkt aan de tweede kraak van Workum, met behulp van Sneek. De baas van de 2e kraak was Wietse [Haitse Wiersma]. In mei kregen wij meester [Winus] Steenhuis[en] die allerlei koeriersdiensten heeft verricht. Hij kwam hier vreemd, maar wist gauw de weg en was overal mee behulpzaam, aldus Anne Osinga in dat verslag.

Hoekstra, De Vries en Osinga, allen ondernemers, woonden en werkten in Koudum. Ewinus Setinus (Winus) Steenhuisen, schuilnaam Theo van der Meulen, kwam van Burgum en zat hier ondergedoken bij Anne Osinga. Oppewal, schuilnaam Gerard, zat ondergedoken bij Tjalke van der Wal, In juni 1944 kwam hij te Koudum, aldus zijn eigen verslag. Haitze Wiersma is een zwager van Wiebe Munniksma uit Koudum. De laatste verzette ook veel illegaal werk, niettemin deed hij geen verslag bij de vereniging Friesland 1940-1945. De behandeling na de oorlog van zogenaamde 'verkeerden' was hem een doorn in het oog, wat tot een breuk leidde met de verzetsbeweging. In 2005 luchtte Wiebe, 94 jaar inmiddels, alsnog zijn hart tegenover zijn achterkleinzoon Hanne Labordus, die toen twaalf was en het hele verhaal keurig noteerde.

Het werk voor de onderduikers kwam op gang in 1942 werd gedaan door Theunis de Vries, Arie Jan van Dijk, gereformeerd predikant en Anne Osinga; eerst ieder voor zich en later gezamenlijk. De Vries noemt ook de naam van Johannes van der Wal. Zo zullen er ongetwijfeld meer zijn geweest.

Schipper Karel van der Veen saboteerde de scheepvaart op de Fluessen door de betonning weg te halen, waardoor de Duitsers ten zeerste in hun afvoer zijn belemmerd, aldus de districtscommandant van de NBS. Karel vervoerde met zijn schip ook wapens voor het verzet. Als er in de oorlog gevaar dreigde ging heit met het skûtsje en de onderduikers het meer op en verschool zich in het riet. Met een klein bootje werd eten gebracht, staat in een notitie van een van de kinderen van Karel en Teuntje van der Veen.

Na de oorlog zijn in Koudum aan drie families de Israëlische Yad Vashem-onderscheiding uitgereikt voor hun hulp aan Joodse kinderen. Het meisje Rosa Landau kwam in huis bij de fam. Theunis de Vries zelf. Hij vertelde: Met de eerste Joden moesten wij de bonkaarten kopen en toen zagen ze mij aan voor een zwarthandelaar. We kochten [konden] ze eerst voor 25 gulden per stuk kopen maar toen sloegen ze op en moesten wij 60 gulden betalen. Ik vertelde die zaak aan Nico, het provinciaal contact van Trouw. Trouw, de groep ervan, verzorgde toen al een groep Jodenkinderen en daarvan heb ik eerst 5 gekregen en later 20 en later toen kon ik zoveel bonkaarten krijgen als ik nodig was. Dit zal in 1943 geweest zijn, in de tijd van de Meistaking.

De leden van de knokploeg kwamen geen van allen uit Koudum, maar bivakkeerden hier wel. Leider Gerben Oppewal noemde het aantal van vijf leden,- heeft daar zelf een [knok]ploeg opgebouwd, bestaande uit een paar onderduikers en een marinier. Ploeg bestond uit 5 man-  mogelijk rekende hij zichzelf niet mee. Behalve Oppewal zijn dat in ieder geval de marinier Jaap Niemans en Jan Tuchscherer, beiden ondergedoken bij de fam. Hoekstra.

Ook de houding ten aanzien van het verzetswerk van de lokale overheid, het gemeentebestuur van HON, en de politie, komt in de verslagen aan de orde. ‘Burgemeester in oorlogstijd’ is een netelige positie. Burgemeester Rinke Reitsma en politiechef Van Dijk waren op de hand van het verzet, en het verzetswerk werd waar mogelijk ondersteund op het gemeentehuis. Theunis de Vries liet in het 'Verslag HON over de de politie optekenen: De politie-instanties waren best. In H.O.N. was de chef Van Dijk goed. Ook over het gemeentehuis was hij zeer positief: Het gemeentehuis in Koudum was uitstekend en de zaak is er uitstekend vervalst. Burgemeester Reitsma stond op een afstand en zei: “jullie doen het maar, doch ik weet van niks”. Harm Visser was 3e ambtenaar van de gemeentesecretarie in Koudum; en: Met medewerking van de secretarie hadden wij stamkaarten voor de Joden gekregen, een 20 stuks, waarmede wij naar het distributiekantoor gingen en er gewoon de distributiebescheiden op kregen. In zijn verslag uit 1949 noemt hij de naam van 1e ambtenaar Lolke Dokkum en wederom diens collega Harm Visser: Harm Visser, nu gemeente-ontvanger in Gaasterland heeft samen met Dokkum heel veel goed werk gedaan.

Jan de Vries, dec. 2019.