Lolke Dokkum (1907-1974) ambtenaar en verzetsman

De naam van Lolke Dokkum valt slechts een enkele keer in de verslagen van zijn verzetscollega's. Toch moet zijn rol niet onderschat worden. Hij was eerste ambtenaar op het gemeentehuis van Hemelumer Oldephaert en Noordwolde te Koudum. Rayonhoofd falsificaties staat op zijn legitimatie van de ondergrondse, de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers (LO). In 1947 verklaarden Theunis de Vries te Koudum, Trouw-medewerker en S.K. Muizelaar te Warns, L.O.-medewerker, dat Dokkum tijdens de bezetting verantwoordelijk was voor de afgifte van vervalste persoonsbewijzen voor zeven gemeenten in de Zuidwesthoek, daarnaast was hij betrokken bij de verspreiding van illegale bladen (Trouw) en hulp aan onderduikers, (het verstrekken van bonkaarten aan Joden en andere onderduikers.) Ze gaan voorbij aan de hulp die hij verleende aan de Amerikaanse piloot Rexford Dettre, die op paaszondag 1944 aan zijn parachute neerkwam in de Heanmar. De Vries en Muizelaar verklaarden ook dat Lolke Dokkum op 10 februari 1945 was opgepakt waarna de Duitsers zijn huis leeg roofden.

Bijna een jaar na de bevrijding kreeg Lolke Dokkum een betrekking als commies op het gemeentehuis te Sneek. Vanaf 1952 was hij als gemeentesecretaris van Haskerland werkzaam op het gemeentehuis te Joure, waar de foto rechts is genomen. Hij was getrouwd met Gerbrig de Boer. Ze kregen vier kinderen.

Op die 10e februari zijn te Koudum vijf mannen opgepakt. Twee dagen later al, zijn ze bevrijd uit het politiebureau te Sneek door een knokploeg onder leiding van Haitze Wiersma. Lolke werd echter opnieuw gearresteerd, onder de valse naam Buwalda, en als dwangarbeider via Leeuwarden afgevoerd naar Fürstenau Duitsland. Daar trof hij het niet eens zo slecht, hij zat in een werkkamp, gelukkig geen strafkamp, zoals hij het thuisfront geruststellend liet weten in brieven die ook nog zijn bezorgd. Het werk was niet zwaar en het eten was er goed. De gezamenlijke Nederlandse gevangenen in Fürstenau maakten een circulaire voor het thuisfront, die ze meegaven aan een voor het werk afgekeurde gevangene. Zie de koppeling hieronder.

Lolkes tweede arrestatie, in Sneek, op het adres waar hij was ondergebracht na de uitbraak, was een toevalstreffer, maar kwam daarom niet minder hard aan bij de familie in Koudum. Politieman Van Dijk was belast met de taak hen in te lichten. Omdat hij bevriend met de ouders van Lolke kon hij het echter niet over zijn hart krijgen. Daarom ging hij naar Gerbrig en Antje Dokkum, ofwel de Dames Dokkum, ongetrouwde tantes van Lolke, om te vragen of zij het wilden doen. Wij zeiden 'dat kunnen wij ook niet'. Maar het moest. Dat was de moeilijkste boodschap die ik ooit gedaan heb, aldus Gerbrig Dokkum in 1977.

Op zondag 18 april kwam Lolke Dokkum heelhuids terug in Koudum. Tante Gerbrig zag het gebeuren: Toen ik in de late namiddag met een nichtje van 14 jaar (een hongerevacueetje uit Holland) een straatje om liep riep ik ineens, daar gaat Lolke. Door een groep kinderen en bekenden omringd werd hij in triomf naar zijn ouders gebracht, waar z'n vrouw al was; haar was al bekend dat Lolke onderweg was.

Punctueel als hij was noteerde Lolke al tijdens zijn gevangenschap op een kladje alle belangrijke data en gebeurtenissen. Dit werkte hij later uit op de typemachine. In mei 1945 schreef hij een uitvoerig relaas over zijn arrestaties met een overzicht van de geroofde goederen, en in juli van dat jaar een brief over zijn bemoeienis met de Amerikaanse piloot. De genoemde stukken zijn in bezit van de familie Dokkum. Er zijn kopieën gemaakt ten behoeve van het archief van Histoarysk Koudum. De brief van Gerbrig Dokkum d.d. 4 juli 1977 zit in het archief P. Wybenga bij Tresoar (Tresoar 340 nr. 90).