Wiebe Munniksma, ondernemer en verzetsman

Het kwam in eerste instantie door zijn zwager, marechaussee en verzetsleider Haitse Wiersma, dat Wiebe Munniksma zich aansloot bij het actieve verzet tegen de Duitse bezetter. Haitze stuurde vanuit Boskoop, waar hij werkte, vele onderduikers naar zijn zwager in Koudum, die ze vervolgens van het station haalde, onderbracht en voedselbonnen etc. voor hen regelde. Bij risicovolle verplaatsingen liet hij zich wel begeleiden door de Koudumer agent van politie Lyklema, deze stond aan de kant van het verzet. Mochten zij dan toevallig Duitsers tegenkomen dan werd Wiebe zogenaamd opgebracht.

Net als veel kompanen uit het verzet spraken Wiebe en zijn zwager Haitze bijna nooit over zaken die in de oorlog zijn voorgevallen. Fonger Munniksma en zijn broers en zusters drongen er tevergeefs op aan: Omke Haitze is der wol útrûn at wy nei syn sin tefolle seurden. Wiebe liet sporadisch wel eens iets los, bijvoorbeeld bij jongste dochter Klaske. In 2005 maakte hij een belangrijke uitzondering. Hij was net 94 jaar  geworden en tegenover hem zat zijn destijds twaalfjarige achterkleinzoon Hanne Labordus, die alles nauwgezet noteerde. Op deze pagina enkel citaten uit dat verslag.

Zijn dochter Klaske heeft hij eens verteld dat hij mensen screenen moest voor dat ze bij het verzet werden toegelaten. Wiebe beschikte als handelaar wel over enige mensenkennis en was vanwege z’n werk veel op pad. Wiebe heeft ook verteld dat hij van het verzetswerk soms behoorlijk nerveus werd, dit in tegenstelling tot zijn zwager Haitze, die daar minder last van had, dy wie hurd op ’e bealch.

Theunis de Vries bracht in 1943 in Koudum alle helpers van onderduikers samen en vroeg ook Wiebe over om zich aan te sluiten. Hij wilde wel als zijn vader er maar niets van wist, aldus Theunis. Na de tweede bonkaartenroof te Workum in de zomer van 1944 fungeerden Theunis en Wiebe als contactpersonen voor de afhalers van de buit die bestemd was voor Utrecht. Maar het ging vreselijk mis, Gerben Ypma liep tegen de lamp, er volgde een razzia en beide mannen en hun families moesten hals over kop hun heil ergens anders zoeken.

Wiebe had een vervalst persoonsbewijs op naam van Jelle Keegstra, uitgegeven door de gemeente Lemsterland 14 mei 1944, en een verklaring in tweee talen van de burgemeester van deze gemeente, dat de werkzaamheden van Jelle Keegstra het gebruik van een fiets absoluut noodzakelijk maken. Het persoonsbewijs van zijn vrouw Jiskje Wiersma was ook vals, dit staat op naam Jiskje de Jong, uitgegeven Lemsterland 15 aug. 1944, ten tijde van de razzia in Koudum.

Twee herinneringen aan het verzetswerk, afkomstig van Wiebe Munniksma. Links de verklaring van de burgemeester van Lemsterland d.d. 12 dec. 1944. Op de plaquette voor L.O.-medewerkers staat de plechtige tekst: 'Uit duisternis of ziend naar het licht der vrijheid vervuldet gij uw zware taak' (Collectie HK nr. 67, Wiebe Munniksma).

Wiebe Munniksma in 1938 en in 1947 samen met Jiskje Wiersma en hun kinderen Rein, Antje en Trinie. Deze foto is genomen aan de Snakke. Zij trouwden in 1941. Volgens de trouwakte was Wiebe net als zijn vader koopman in touw en touwwaren.

Wiebe sprak zelfs niet met vertegenwoordigers van de vereniging Friesland 1940-1945. Ze zullen hem zeker gevraagd hebben, maar na de oorlog keerde hij de Verzetsbeweging de rug toe. Hij was het niet eens met de behandeling van mensen die tijdens de oorlog 'verkeerd' waren. Hij zei: 'we hebben in de oorlog allemaal wel eens iets verkeerd gedaan om er doorheen te komen'; een opvallende mening die haaks stond op die van andere mensen van 'het Verzet'. De 'verkeerden' zijn bijvoorbeeld als een soort straf aan het werk gezet op een schip dat was vastgelopen bij Galamadammen. Die mannen moesten proberen om het los te trekken, d.m.v. graven, duwen etc. Wiebe was een tegenstander van zulke vergeldingsacties.

Uit het verslag van Hanne ook de volgende passage: Omke Haitze wilde maar dat ik weer verder in het verzet kwam. Maar het was voor mij meer dan genoeg. Ik kon niet meer hebben. Doordat Haitze onze namen op een briefje met een koerierster had meegestuurd en dat briefje was onderschept door de groenen, moesten we onderduiken. Het verzet en met name omke Haitze heeft veel joden uit Holland naar Friesland gehaald. Het verzetsleven heeft zijn eigen gezinsleven niet veel goeds gedaan.

Kort voor het uitbreken van de oorlog diende Wiebe in het Nederlandse leger, als hospik gestationeerd op het 'Vliegveld Bergen' in Noord-Holland. Het komt in zijn verhaal naar voren omdat de beruchte NSB-er en agent van politie Sikke Wolters hem eens naar zijn politieke voorkeur vroeg. Oh, zei Sikke, je hangt die ouwe freak aan. Daar bedoelde hij de koningin mee. Toen zei ik: “Het past jou niet om er zo over te praten, je mag dat van Hitler ook niet zeggen, dus mag je het ook niet van haar zeggen. Maar ik zeg je maar goedendag, want het wordt nu tijd dat ik ga.” Later hebben ze [Het Verzet] die Sikke doodgeschoten in een fietsenstalling [te Heerenveen]. Sikke vroeg ook hoe het in Koudum gesteld was met de NSB en noemde een naam. Toen zei ik, 'nou ja je noemt er één, maar ik zou de tweede niet weten', aldus het relaas van Wiebe.

Ook heeft Wiebe verteld over het lot van de verrader Arend Klee. Het begon op te vallen dat Klee vaak bij de Duitsers in Staveren 'de Groenen' kwam en op wonderlijke wijze over allerlei voedsel beschikte. Het verzet wilde hem uit de weg ruimen. Ze hebben toen op hem geloerd en de eerste keer is hij ontsnapt en de tweede keer hebben ze hem gepakt. Hij vertelde toen dat hij het voedsel van de Duitsers kreeg. Maar je kreeg dat natuurlijk niet zomaar. Daar moest je de Duitsers wel wat informatie voor geven. Toen de ondergrondse hem betrapte zei hij, dat hij geen verrader was. Maar hij voelde wel aan dat het verkeerd was. Ze hebben hem doodgeschoten bij de Galamadammen en met een wagenwiel om zijn nek in het water gegooid. Het stoffelijk overschot kwam later toch boven drijven. Klaas Hiemstra die heeft hem gevonden en begraven op een stukje land van hem, bij de windmolen. Dat heeft hij na de oorlog aan oerpake Wiebe verteld, aldus Hanne in zijn verslag.