Wiebe Munniksma, ondernemer en verzetsman

Het kwam in eerste instantie door zijn zwager, marechaussee en verzetsleider Haitse Wiersma, dat Wiebe Munniksma zich aansloot bij het actieve verzet tegen de Duitse bezetter. Haitze stuurde vanuit Boskoop, waar hij aanvankelijk werkte, vele onderduikers naar zijn zwager in Koudum, die ze vervolgens onderbracht en voedselbonnen etc. voor hen regelde. Theunis de Vries bracht in 1943 in Koudum alle helpers van onderduikers samen en vroeg ook Wiebe over om zich aan te sluiten. Hij wilde wel als zijn vader er maar niets van wist, aldus Theunis. Na de tweede bonkaartenroof te Workum in de zomer van 1944 fungeerden Theunis en Wiebe als contactpersonen voor de afhalers van de buit die bestemd was voor Utrecht. Maar het ging vreselijk mis, Gerben Ypma liep tegen de lamp, er volgde een razzia en beide mannen moesten hals over kop hun heil ergens anders zoeken.

Wiebe Munniksma in 1938 en in 1947 samen met Jiskje Wiersma en hun kinderen Rein, Antje en Trinie. Deze foto is genomen aan de Snakke. Zij trouwden in 1941. Volgens de trouwakte was Wiebe net als zijn vader koopman in touw en touwwaren.

Net als veel kompanen uit het verzet spraken Wiebe en zijn zwager Haitse bijna nooit over zaken die in de oorlog zijn voorgevallen. Fonger Munniksma en zijn broers en zusters drongen er tevergeefs op aan: Omke Haitse is der wol útrûn at wy nei syn sin tefolle seurden. Wiebe liet sporadisch wel eens iets los, tot in 2005, toen maakte hij een belangrijke uitzondering. Hij was net 94 was geworden en tegenover hem zat zijn destijds twaalfjarige achterkleinzoon Hanne Labordus, die alles nauwgezet noteerde.

Wiebe sprak zelfs niet met vertegenwoordigers van de vereniging Friesland 1940-1945. Ze zullen hem zeker gevraagd hebben, maar na de oorlog keerde hij de Verzetsbeweging de rug toe. Hij was het niet eens met de behandeling van mensen die tijdens de oorlog 'verkeerd' waren. Hij zei: 'we hebben in de oorlog allemaal wel eens iets verkeerd gedaan om er doorheen te komen'; een opvallende mening die haaks stond op die van andere mensen van 'het Verzet'. De 'verkeerden' zijn bijvoorbeeld als een soort straf aan het werk gezet op een schip dat was vastgelopen bij Galamadammen. Die mannen moesten proberen om het los te trekken, d.m.v. graven, duwen etc. Wiebe was een tegenstander van zulke vergeldingsacties.

Kort voor het uitbreken van de oorlog diende Wiebe in het Nederlandse leger, als hospik gestationeerd op het 'Vliegveld Bergen' in Noord-Holland. Het komt in zijn verhaal naar voren omdat de beruchte NSB-er en agent van politie Sikke Wolters hem eens naar zijn politieke voorkeur vroeg. Oh, zei Sikke, je hangt die ouwe freak aan. Daar bedoelde hij de koningin mee. Toen zei ik: “Het past jou niet om er zo over te praten, je mag dat van Hitler ook niet zeggen, dus mag je het ook niet van haar zeggen. Maar ik zeg je maar goedendag, want het wordt nu tijd dat ik ga.” Later hebben ze [Het Verzet] die Sikke doodgeschoten in een fietsenstalling [te Heerenveen]. Sikke vroeg ook hoe het in Koudum gesteld was met de NSB en noemde een naam. Toen zei ik, 'nou ja je noemt er één, maar ik zou de tweede niet weten', aldus het relaas van Wiebe.

Ook heeft Wiebe verteld over het lot van de verrader Arend Klee. Het begon op te vallen dat Klee vaak bij de Duitsers in Staveren 'de Groenen' kwam en op wonderlijke wijze over allerlei voedsel beschikte. Het verzet wilde hem uit de weg ruimen. Ze hebben toen op hem geloerd en de eerste keer is hij ontsnapt en de tweede keer hebben ze hem gepakt. Hij vertelde toen dat hij het voedsel van de Duitsers kreeg. Maar je kreeg dat natuurlijk niet zomaar. Daar moest je de Duitsers wel wat informatie voor geven. Toen de ondergrondse hem betrapte zei hij, dat hij geen verrader was. Maar hij voelde wel aan dat het verkeerd was. Ze hebben hem doodgeschoten bij de Galamadammen en met een wagenwiel om zijn nek in het water gegooid. Het stoffelijk overschot kwam later toch boven drijven. Klaas Hiemstra die heeft hem gevonden en begraven op een stukje land van hem, bij de windmolen. Dat heeft hij na de oorlog aan oerpake Wiebe verteld, aldus Hanne in zijn verslag.