9 april 1944, piloot in de Heanmar

Hessel Kuipers woonde in de oorlog in Hindeloopen, zijn vader was meubelmaker in het Hindelooper schilderwerk atelier van Stalmann. Op paaszondag 9 april 1944 was hij na de middag met een vriend in de Haanmeerpolder, op zoek naar eieren. Terwijl we druk bij de slootkanten aan het zoeken waren, klonk er plotseling een vuurstoot van, naar wij dachten, een machinegeweer. Meteen gierde er een vliegtuig over ons heen, dat rokend tussen Schuilenburg en Molkwerum in zee verdween. Amper van de schrik bekomen zagen wij een groot pak uit de wolken vallen. Wij durfden er eerst niet heen te gaan. We hadden gehoord, dat sommige parachutes niet open gingen en waren bang een te pletter geslagen piloot aan te zullen treffen. Het pak bevatte echter een rubberboot, een cape en een zuurstoffles.

Ondertussen kwam er nog iets uit de wolken zakken. Het was een aan zijn parachute bungelende vliegenier. Wij namen aan, dat het de piloot was. Hij zweefde over slootjes en over de Indijk heen en kwam precies voor de vensters van boerderij 'De Kamp' van Tjitte Folkertsma aan de grond. Hij ontdeed zich bliksemsnel van zijn parachute, schopte zijn laarzen uit en met hulp van anderen verdween hij over de spoorbaan in het riet van de Haanmeer. Niet alleen de inwoners van Hindeloopen, maar ook een groep Duitsers van 'it Tontjen' ,(Workumer vuurtoren) die alles hadden zien gebeuren, waren er snel bij. Tot grote frustratie van de Duitsers werd de enige inzittende van het toestel echter niet gevonden. Een paar behulpzame Hindeloopers hadden hem snel de rietvelden van de Haanmeerpolder ingeloodst. Van zijn in het IJsselmeer gestorte tweemotorige jager, een P 38 J Lockheed Lightning, vond de Hindelooper reddingsbootbemanning alleen een benzinetank en een stukje rubber. Ook in Koudum was het neerkomende toestel en de man aan de parachute gezien.

Loes (Lolke) de Boer was negen jaar. Hij scharrelde die dag over het erf van hun afgelegen boerderij in de Haanmeer en ontdekte in het hoge gras achter de strontbult een onbekende man, hij lag plat op zijn buik. Zijn vader Wicher begreep meteen dat het een vliegenier van de geallieerden was. Hij sprak geen woord Nederlands en bij De Boer thuis kon niemand Engels. Wicher de Boer wees op het wandbord met de afbeelding van de koningin, de vliegenier knikte heftig.

Goede raad was duur. De Boer besloot verzetsman Theunis de Vries in te schakelen. Samen besloten ze hun bijzondere gast toto de avond te verstoppen onder de watergang van het Haanmeer gemaaltje. Jaring op de Hoek, grootboer in de Wiske, stond in de oorlog bekend als een zwarthandelaar. Op één of andere wijze wist hij dat de vliegenier bij de De Boer was. Kort na de onvrijwillige landing van de Amerikaan stond hij voor de deur, met het aanbod om de vliegenier te helpen. Hij zei wroeging te voelen over het feit dat hij had verdiend aan het leed van anderen en bereid te zijn om Wicher de Boer duizend gulden te betalen als deze hem vertelde waar de piloot was. Hij wilde zo, naar eigen zeggen, zijn naam verbinden aan het redden van een Amerikaan. Ze hadden het niet breed en duizend gulden was veel geld, maar Wicher de Boer ging er niet op in.

De Vries heeft hem die avond meteen opgehaald, samen met gemeenteambtenaar Lolke Dokkum. De piloot werd ondergebracht bij wijkzuster Scheringa in huis, zij woonde schuin tegenover het bouwbedrijf van de familie De Vries. Bij de Zuster zat ook een jodinnetje [Sis van Rijn], die buitenlandse correspondente was bij de KLM en haar talen goed sprak. Zij fungeerde als tolk, aldus Theunis de Vries in zijn naoorlogse verslag.

De vliegenier heette Rexford H. Dettre jr. (1920), Rex zoals hij genoemd werd, was een Amerikaanse eerste luitenant. Het was zijn eerste vlucht over vijandig grondgebied. Hij joeg op vijandelijke bommenwerpers. Een van de twee motoren was uitgevallen, met dezelfde motor waren al eerder problemen geweest vertelde hij.

Met deze piloot is nogal wat werk geweest, daar Trouw hem niet weg kon krijgen en L.O. zat ook dicht en de man jankte maar dat hij terug moest voor de invasie, vervolgt Theunis. Hij heeft hem op de fiets naar Gaastmeer gebracht, waar de provinciaal opererende verzetsgroep zich over hem heeft ontfermd. Dettre gaf zijn revolver en zijn uniform aan De Vries. Via de Noordoostpolder moet hij naar Meppel zijn gezonden.

Wat daarna met hem gebeurde bleef buiten het zicht van zijn helpers. Na zijn gedwongen landing wist hij drie maanden uit handen van de Duitsers te blijven, maar werd uiteindelijk toch gepakt. Als krijgsgevangene ontsnapte hij daarna tweemaal aan zijn Duitse bewakers. Hij kwam in deze oorlog niet weer in actie en was in 1945 terug in Amerika. Na een succesvolle carrière in het Amerikaanse leger, ging hij in 1973 met pensioen, in de rang Majoor Generaal. Rexford H. Dettre overleed op 11 maart 2004, minder dan een maand voor het zestigjarige jubileum van zijn onfortuinlijke vlucht boven Friesland.

Wicher de Boer, Theunis de Vries en de betrokken personen uit Hindeloopen ontvingen na de oorlog hulde van het Amerikaanse leger en president Eisenhower (collectie fam. Th. de Vries). In zijn naoorlogse verslag liet Theunis de volgende passage opnemen met betrekking tot het in veiligheid brengen van geallieerde piloten: Een keer ben ik in gevaar geweest. Dat was op een nacht toen ik de Amerikanen door het land bracht en toen ik met ze over de vaart zou. Het was een heel smal rank bootje en zei tegen hen dat ik ze één voor één zou overbrengen. Ze verstonden niet veel Fries, maar ze dachten dat ze er allemaal tegelijk in moesten. Ik zat er al in en toen sprongen ze er alle twee tegelijk in. Ik dacht, daar gaan we. Ze wisten niet wat water was, maar ze voelden wel dat zij niet veel konden uithalen. Ze bleven heel stil zitten en ik roeide ze heel voorzichtig over. De boot was nog niet aan de overkant en de voorste sprong er al uit, aan de kant in het water. Een wonder dat die boot niet kantelde. Een keer zaten ze op een duikadres met van voren en van achteren water. Zij konden dat niet volhouden, want ze konden niet tegen het water.