Spaanse overval 1586

Anno 1580  in januario op Pontiaen, het oude herdenkingsbord in de Martinikerk dat met deze regel begint, herinnert aan de verschrikkingen van de Spaanse razzia in Friesland in januari 1586, tijdens de Nederlandse Opstand tegen Spanje (1568-1648).

De foto's van het bord op deze pagina zijn gemaakt in 2008.

Ook in de kerken van Boksum en Blessum hangen dergelijke herdenkingsborden, want ook daar hield het huurlingenleger van de Spanjaarden huis. De inwoners van Koudum en ook die van Molkwerum en Workum werden zeer zwaar getroffen, dit blijkt onder meer uit toenmalige beschrijvingen, zoals die van de bekende dichter en historicus Pieter Cornelis Hooft (1581-1647): 'Het branden en blaken, de wreedheden, bedreven met schenden van wijven en maagden, met vermoorden van oud en jong, met meeslepen van kraamvrouwen, gestorven onderweg, met doodsteken en wegwerpen van onlangs geboren kinderen, met pijnigen en knevelen om onvergeldelijk ransoen, deden de genen die de verhalen aanhoorden, de haren te berg staan' (Hooft, Historiën, boek 24 p. 1058-1060). Ter herdenking verscheen vier eeuwen na dato: De slach by Boksum, 17 jannewaris 1586. Schrijver F. R. H. Smith gaat in op vele aspecten van de overval die uitmondde in de Slag bij Boksum, nadat de Spaanse huurlingen eerst de Zuidwesthoek hadden aangedaan.

In 1572 verloren de Watergeuzen 150 man bij Galamadammen. Toch moet 14 januari 1586 de meest wrede dag zijn in de geschiedenis van Koudum, Molkwerum en Workum omdat toen onschuldigen, vrouwen en kinderen, het slachtoffer werden van moord en verkrachting.

Het jaartal 1580 is fout

Het bord vertelt op beknopte wijze in een onbeholpen gedicht wat er gebeurde. Hieronder volgt de volledige tekst zoals op het bord staat. Al in de aanhef, regel 1, staat een fout: het jaartal 1580 moet 1586 zijn. Er staan ook een rare verhaspeling in: het woord maleegotenten,' in regel 8, moet malcontenten zijn. In het beging van de 18de eeuw heeft iemand de tekst van het bord vastgelegd in een document over de geschiedenis van de grietenij Hemelumer Oldephaert en Noordwolde (Tresoar 326 nr. 2810). Helaas gebruikte deze schrijver een eigen spelling, zoals in de rest van zijn document en is het afschrift bovendien niet foutloos. In de rechterkolom vindt u deze versie.

Anno 1580
In Januario op Pontiaen den XIIII dagh
In Coudum groot jammer men sagh
Aen man, wijff ende kindt groot int ghetal
Met hangen ende vrouwen schenden over al
Aen die Peerde steerten ghebonden voor waer
Als honden sij nae liepen, dat is seeker en claer
Al van de maleegotenten seer boos en wreet
Leeden oock jongh Dochters menig verdrit
Hier aen gedenckt man wyff ende kindt
Voor al dat ghij den Heer bemindt
 
Myn kindt wilt ghij Gods dienaer syn soo
Schickt u ter aenvechtinghe
Anno 1586
In januari op Pontiaan de 14 dag
In Koudum groot jammer men zag
Aan man en wijf en kindt groot in't getal
Met hangen en vrouwen schenden over al
Aan peerde staarten gebonden voorwaar
Als honden zi na liepen dat is seeker en klaar
Al van de malcontenten seeker boos en wreed
Leeden ook jonge dogteren menig verdriet
hier aan gedenkt men Man, Wijf, en Kindt
Voor al dat gi den Heer bemindt

 

Malcontenten

Met Malcontenten doelt de schrijver op de groepering Nederlanders die het met de Spanjaarden hield. Ze waren ontevreden met de revolutie in de kerk, het protestantisme, en wilden geen afscheid nemen van de koning van Spanje en het Heilige Roomse Rijk. Tot nog niet zo lang geleden bestond het beeld dat iedere Nederlander destijds protestant was en een patriot die achter de Opstand en de prins van Oranje stond, maar dat was beslist niet het geval. De Opstand was tevens een burgeroorlog tussen Nederlanders met verschillende ideeën over de toekomst, zo leren we uit moderne geschiedenisboeken over de Tachtigjarige Oorlog. In Koudum was dat niet anders. Hooguit enkele tientallen mensen waren hier in het begin van de 17de eeuw lid van de protestante kerk; een Gideonsbende noemt historicus Wiebe Bergsma de Friese gereformeerden van toen. De schrijver van het gedicht - een dichter zullen we hem of haar maar niet noemen - geeft opmerkelijk genoeg niet de Spanjaarden maar de malcontenten de schuld van het grote leed door die ellendige overval. Een van de zaken waar dit op wijst is dat het bord pas gemaakt is toen duidelijk was dat de malcontenten hun zaak verloren hadden. Vergelijk het maar met de positie van NSBers in- en na WOII. Het gelijk ligt bij de winnaar. Het was toen het bord werd opgehangen niet langer omstreden of zelfs gevaarlijk om malcontenten openlijk te beschuldigen. In die zin is het bord ook te zien als een vorm van propaganda voor de Republiek der Verenigde Nederlanden en het calvinisme dat in Nederland aan een grote opmars begon.

Ype de Jong

In 1891 is het bord onder handen genomen door de dorpsschilder Ype Sikkes de Jong, zoals helemaal onderaan te lezen valt. Mogelijk verfraaide Ype het boord met de pilaren aan weerszijden want ze passen volgens deskundigen niet in de stijl uit de tijd van het bord en lijken bovendien op de 19de-eeuwse pilaren in de kerk onder het orgel. In ieder geval moet Ype het jaartal hebben veranderd want in de 18de eeuw stond er 1586. Het is hem vergeven. Mogelijk was het onleesbaar en kreeg hij het getal van 'iemand die er verstand van had'. Het schilderwerk deed hij juist heel goed, zoals het behoud van het onderscheid in lettertype van de laatste twee regels. Ze horen niet bij het originele gedicht; dit blijkt uit de 18de-eeuwse tekstversie, waar ze ontbreken, en tevens uit de kleine lettertjes van de volgende regel: 'Abbe Benckes Poenema ende Ulcke Okkes, als kerkvoogdden Anno 1652 B. Hoffman scripsit.' Helemaal onderaan zette Ype in dezelfde traditie met een 17de-eeuwse draai zijn eigen naam: 'Herschildert ,, 1891 ,, Ype. de Jongen.'

Schickt u ter aenvechtinghe

De laatste regels horen niet bij het oorspronkelijke gedicht en zijn toegevoegd in 1652 door de toenmalige schoolmeester Balthasar Laurens Hoffman ('B. Hoffman scripsit') op gezag van de kerkvoogden Abbe Benckes Poenema en Ulcke Okkes. 'Myn kindt wilt ghij Gods dienaer syn soo, Schickt u ter aenvechtinghe.' In het Middelnederlands woordenboek staan aanval en bestrijding genoemd als betekenis van aenvechting. De aanleiding voor deze toevoeging was de spanning met Engeland en het uitbreken van de Eerste Engelse oorlog in 1652. Het is een oproep om beschikbaar te zijn voor de strijd. De koopvaardij moest beschermd worden. Zo ging dat in die dagen in de kerk. De boodschap is uiteraard: God staat aan onze kant, (volgens Engelsen stond God aan hun zijde) maar als we niet onze tanden laten zien kan hetzelfde gebeuren als in 1586. Toen de spanningen met Engeland in 1664 opnieuw opliepen gaf de jonge Koudumer schipper Jacob Benckes gehoor aan de oproep, twaalf jaar eerder gedaan door zijn oom Abbe. Hij zou uitgroeien uit tot een belangrijke zeeofficier die de Engelsen flink heeft weten bezig te houden. Zij waren hem liever kwijt dan rijk. Zie over hem: Verzwegen Zeeheld, Jacob Benckes (1637-1677) en zijn wereld. Op p. 88-91 komt het gedenkbord aan de orde.

Wanneer is het bord geplaatst?

Volgens een opgave uit 1930 van de Rijkscommissie voor de monumentenzorg, dateert het bord uit het jaar 1612: 'Geschilderd gedenkbord (1612) met vers betreffende de verwoesting van het dorp door de Spanjaarden in 1580, waarbij een onderschrift in 1652 geschilderd door B. Hoffman' (Voorlopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst). Het is onduidelijk waar het jaartal 1612 vandaan komt. Het archief van de Rijksdienst geeft helaas geen antwoord op die vraag. Mogelijk staat het op de niet meer zichtbare originele achterkant van het bord, die aan het oog is onttrokken door later ter versteviging aangebrachte planken.

Als de datering 1612 juist is, werd het bord opgehangen tijdens het twaalfjarig bestand (1609-1621). Belangrijke argumenten lijken de datering te ondersteunen: Ten tijde van het bestand was de tijd rijp om de malcontenten openlijk de schuld van alles te kunnen geven. En in die tijd had Koudum een zeer bijzondere dominee, Wouter Reiniersz. Hij genoot geen universitaire opleiding, maar was ziekentrooster geweest op VOC-schepen. Het was beslist niet uit armoede dat Koudum hem verkoos boven iemand die had gestudeerd, de schippers uit het dorp hadden geld genoeg. Wouter moet over speciale kwaliteiten hebben beschikt, die tot de verbeelding spraken van de inwoners van Koudum (of van de grietman), want hij bleef zijn leven lang en zijn zoon volgde hem op. Schrijfvaardigheid hoorde er ieder geval niet bij. Hij had er moeite mee, zoals blijkt uit het kerkenraadsboek (Tresoar 244-39 nr. 344a) en uit de notulen van de classisvergaderingen (Kalma, Een kerk in opbouw).

Hoewel in de 18de-eeuwse versie malcontenten staat, lijkt de verhaspeling 'maleegotenten' te willen verraden dat Wouter Reiniersz de maker van het gedicht kan zijn. Een fout van Ype de Jong kan het niet zijn, want er was geen ruimte voor twee extra letters; ze stonden er al. Ype heeft de verhaspeling plichtsgetrouw overgeschilderd. Een derde argument voor de datering 1612 betreft de bouw van de nieuwe kerktoren waar men in 1614 mee begon. Hij diende tevens als vesting voor het geval het dorp weer zou worden overvallen: 'In het fundament zijn 180.000 stenen verwerkt, de muur is 7 voet [ong. 2.1 m] dik en sterk genoeg om een aanval van 1000 man en meer te weerstaan,' aldus geschiedschrijver Pierius Winsemius in 1622 over de nieuwe toren te Koudum. Het bewijst dat de overval van 1586 een nieuwe generatie Koudumers nog steeds danig in zijn greep had.

Restauratie 2021

Het herdenkingsbord hing in drie opvolgende kerkgebouwen. In de loop der eeuwen is de tekst uitgebreid, is het bord bijgeschilderd en mogelijk zelfs verfraaid met de geschilderde pilaren, ook is het houtwerk bijgespijkerd en (opnieuw) voorzien van een lijst. Aan de achterkant zijn planken aangebracht ter versteviging. Het is niet duidelijk wanneer precies. Mogelijk is hierdoor informatie achterop het bord aan het oog onttrokken. De restauraties aan het houtwerk zijn in het verleden, om het netjes te zeggen, niet allemaal met zorg uitgevoerd want op een aantal plaatsen aan de voorkant van het bord staken spijkers naar buiten. De situatie deed geen recht aan het leed dat inwoners van ons dorp in 1586 ondergingen en evenmin aan het historische en monumentale belang van het bord zelf.

In 2021 is het bord op aandringen van Historisch Koudum gerestaureerd; het is schoongemaakt en de roestende spijkers zijn uitgefreesd. Het kan zo weer jaren mee. Bij de restauratie kwam aan het licht dat er inderdaad een oudere verflaag aanwezig is. De herkomst van het jaartal 1612 is niet opgehelderd. De restaurateurs hebben voorgaande restauraties niet ongedaan gemaakt. Zelfs het foute jaartal bleef staan. Anno 2021 is dat een opmerkelijke keuze, gezien de ijver die musea aan de dag leggen in het ongedaan maken van veranderingen aan oude schilderijen, om ze in hun originele toestand aan het volk te kunnen tonen. Zie bijvoorbeeld de radicale restauratie van het 'Brieflezende meisje' van Johannes Vermeer, waarbij de overgeschilderde Cupido weer tevoorschijn is gehaald, omdat de overschildering niet van Vermeer zelf was.

Op vrijdag 1 okt. 2021 was de onthulling van het gerestaureerde 'Boerd 1580', zoals het consequent door de restauratiecommissie werd aangeduid. Hopelijk verdwijnt deze term weer snel uit het collectieve geheugen want hiermee komt de nadruk op de fout van Ype de Jong in plaats van op het leed dat achter het eerbiedwaardige gedenkbord schuil gaat, bovendien is de aanduiding historisch gezien onjuist. Helaas was bij de onthulling niemand van de restaurateurs aanwezig om tekst en uitleg te geven over het proces en de gemaakte keuzes.

Vrijdag 21 okt. 2021; presentatie van het gerestaureerde gedenkbord door de commissie bestaande uit v.l.n.r.: Ulfert de Jong, namens Historisch Koudum, Dick Bellinga, Henk de Koe en Sietze Talsma namens de Martinikerk (foto Els Runia).

Tijdens de ceremonie las Wim Beekman zijn in 2018 gepubliceerde column voor over het herdenkingsbord. U vindt de tekst met de koppeling onder dit artikel.

Tekst (2016-2021) en foto's van het bord (2008), Jan de Vries. De tekst is voor het laatst bewerk op 4 sept. en 30 okt. 2021. Bij de laatste bewerking is de tekst toegevoegd over de restauratie in 2021 en de column van Wim Beekman, als bijlage.

Literatuur:
Bergsma, W. Tussen Gideonsbende en publieke kerk, een studie over het gereformeerd protestantisme in Friesland, 1580-1650. Hilversum: Verloren, 1999.
Groen, Petra (red.), Olaf van Nimwegen, Louis Sicking, Ronald Prud'homme van Reine, Adri van Vliet. De Tachtigjarige Oorlog. Van opstand naar geregelde oorlog 1568-1648. Amsterdam: Boom, 2013. Uitgave van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.
Hooft, P.C. Nederlandsche Historien. In: W. Hellinga en P. Tuynman (eds.), Pieter Corneliszoon Hooft, Alle de gedrukte werken, 1611-1738. Deel 4 en 5. Amsterdam: AUP 1972.
Instituut voor de Nederlandse taal. "Historische woordenboeken Nederlands en Fries." gtb.ivdnt.org.
Kalma, J.J., Een kerk in opbouw, classisboek Bolsward - Workum 1600-1633. Ljouwert: Fryske Akademy, 1981.
Smith, F.R.H. De slach by Boksum, 17 jannewaris 1586, djiptepunt yn de oarloch fan 1580 oant 1594. Ljouwert: Fryske Akademy, 1986.
Rijkscommissie voor de monumentenzorg. Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst, deel 9, Friesland. ’s Gravenhage: Algemene landsdrukkerij, 1930.
Vries, Jan de. Verzwegen Zeeheld, Jacob Benckes (1637-1677) en zijn wereld. Zutphen: Walburgpers, 2018.
Winsemius, Pierius. Chronique ofte historische geschiedenisse van Vrieslant. Franeker 1622.
Attachments:
Download this file (Wim Beekman Groot jammer 2018.pdf)Wim Beekman, Groot jammer[ ]119 kB