De ramp met stoomschip Willem III 1877

op 31 januari 2002 was het 125 jaar geleden dat er zich bij Koudum een grote ramp voltrok. Het beurtschip de 'Willem III', dat de beurtdiensten verzorgde van Staveren op Sneek, liep in een zware zuidwesterstorm op de Fluessen aan de grond, met dramatische gevolgen. Zoals altijd gingen de beurtschepen uit de Zuidwesthoek op dinsdag naar Sneek. Zo ook dinsdag 30 januari 1877. De 'Willem III' vertrok die middag weer vanuit de Kolk in Sneek richting Staveren. Naast de stukgoedlading waren er flink wat passagiers aan boord. Tot Heeg verliep de reis voorspoedig, maar de oversteek over het Hegermeer en de Fluessen verliep rampzalig. Toen men bijna de Fluessen over was is men op het harde Feitezand aan de grond gelopen. In deze barre, koude en donkere nacht zijn 14 mensen om het leven gekomen. De volgende dag pas om acht uur kwam er hulp en zijn de 29 overlevenden van boord gehaald door schipper Rein Kool van Oudega. De geredden zijn liefdevol opgevangen door Fimme Karels Zalmstra en zijn vrouw Tjerkje Dölle in de herberg van de Galamadammen.

De mensen die omkwamen: Pieter Annes Okkinga (45, Koudum) Sijbolt Feddes Wiersma (25, Koudum) Harmen Meines van der Sluis (28, Langweer) Aaltje Roelofs Hoekstra (26, Lutkewierrum) Gerben Foekes van der Wal (50, Nijega. H.O.N.) Foeke Gerrits van der Wal (37, Nijega. H.O.N.) Sijbrichje Thijsses Altenburch (25, Oosterend) Marijke Jacoba Kapper (62, Oosterwierrum) Anne Harings Veldstra (55, Staveren) Petrus Attema (26, Staveren) Wytse Feddes Veersma (37, Warns) Dirk Ykes Hoekstra (57, Workum) Jan Wabes de Jong (26, Ymedam) Sijmontje Uilkes Smit (25, IJsbrechtum).

Op zaterdag 3 februari werden er in Koudum de eerste vier doden onder enorme belangstelling begraven. Als de klokken van de Koudumer toren eventjes zwegen, dan kon men het luiden van de klokken van Molkwerum en Warns horen. Daar waren op dat moment ook begrafenissen van slachtoffers van deze afschuwelijke ramp.

De grafsteen van Pieter Annes Okkinga, in de tuin van het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek. In het deksel staat gebeiteld: Een vreselijke ramp met Stoomboot Willem III In den nacht van 30 op 31 januari 1877, waarvan 29 personen zijn gered en 14 zijn omgekomen.
Rjochts de nikkelen kofjekanne, skonken oan it echtpaer Zalmstra op Galamadammen. Yn 1977 wie de eigener K. Silvius  âld marine-offisier (yn Makkum waarden destiids marineskippen bout, hy wie dêr opsichter) en wenjend op de Gerben Ypmastrjitte yn Koudum. In oerpake- en beppesizzer fan Fimme en Tjerkje Zalmstra. Hy as syn neiteam hat de kanne skonken oan it Fries Scheepvaartmuseum te Snits. 

Aan de ene kant staat: Ja, vreeslijk was de nacht, Nooit zal hij ons vergeten, Zelfs 't verre nageslacht Zal die gebeurt'nis weten. Het blijde morgenrood Blijft steeds ons in gedachte Toen g'ons uw bijstand boodt En veler lot verzachtte, U, edel mensenpaar Zij dit tot roem geschonken Door de verloste schaar; Moog 't als een parel pronken Tot nagedachtenis. In uwe fiere woning. En 't oog en 't hart gericht Tot onzen God en Koning. Wie komt die gunst te sta? Voor liefdedienst en trouwe? Wel, Fimme Zalmstra En zijn geliefde Vrouwe.

De andere kant staan de namen van de geredden: Cornelis de Boer (Staveren) Heije Cuperus (Staveren) Andries Cuperus (Staveren) M. Roorda (Staveren) Harmen Veldhuizen (Staveren) Jacob Brouwer (Koudum) Douwe F. FLapper (Koudum) Jacob Reinstra (Koudum) Arjen Pruiksma (Oudega H.O.N.) Femme de Jong (Molkwerum) Arend Gras (Molkwerum) Berend Gras (Molkwerum) Douwe Schaaf (Molkwerum) Cornelis van den Brug (Woudsend) Yke J. de Jong (Warns) G. van Dijk (Warns) Anne R. Bajema (Warns) S.W. Muizelaar (Warns) Pieter van der Zijp (Warns) Gijsbert Asma (Bakhuizen) Lieuwe Hornstra (Bakhuizen) Bouwe Kooistra (Drachten) Eeltje Elzinga (Oldeboorn). De kleine Jotje Hoekstra, zoon van de omgekomen Dirk Hoekstra van Workum, staat niet op de kan vermeld. 

 

(Advertenties via Sietske Kemker-Schilstra).

Mede eigenaar van de 'Willem III,' Van der Wal, die omkwam bij de ramp, was net van Koudum naar Nijega verhuisd (advertentie uit de Leeuwarder courant van 14 nov. 1876). Aanvankelijk was hij volledig eigenaar maar in 1876 zette hij het schip te koop. Ten tijde van de ramp zou hij nog voor 1/3 part eigenaar zijn geweest en het verhaal gaat dat hij zou stoppen als kapitein. Jan Wieger Broekhuizen schrijft 22 febr. 2020: Naar mijn beste weten lag het volledige eigendom toen al bij de heren Hornstra (2/3) en zijn zwager Bouma (1/3). De ramp was uiteraard landelijk nieuws. Het stuk rechts staat in de Leeuwarder courant van 18 febr. 1877.

Algemeen Handelsblad 18 nov. 1876. Het plaatje is niet de 'Willem III' want het toont een raderstoomboot. Het overlijdensbericht van Simke Muizelaar, die een jaar na dato zijn belevenissen te boek stelde, staat in de Leeuwarder courant van 30 maart 1934. 

Het overlijdensbericht van Jan de Jong staat in Nieuwsblad van Friesland (27 april 1936). De echte laatste overlevende was Lucas Kool, Leeuwarder Nieuwsblad  (17 okt. 1941). 
De krantenberichten op deze pagina zijn gevonden met de website Delpher.nl.

Der is sunt der ramp in soad oer publisearre, yn boeken, tiidskriften en yn kranten.

Domeny Kropveld skreau in wike nei de ramp in stik yn de Banier. 
Sipke Feenstra, skreau yn de Balkster. Syn ferhalen bin yn 1969 utjûn yn boekfoarm: Koudum yn myn bernejierren. Oepke Santema en Lieuwe Hornstra makken in ieu nei de ramp elk in ferhaal. Sjoerd Huitema hat genealogyske ynformaasje sammele fan hast alle lju dy't oan board wiene. Sjoch de keppelingen under dizze side.

Yn 2002, doe't it 125 jier lyn wie, skreau de Ljouwerter krante:

Dizze wike wie it 125 jier lyn dat him op ’e Fluessen tusken Aldegea en Koudum in yslike ramp foardie. Yn ’e winterse stoarmnacht fan 30 op 31 jannewaris 1877 siet de stoomboat Willem III omtrint santjin oeren oan ’e grûn. Oan board wiene 38 passazjiers en fiif bemanningsleden fan wa’t fjirtjin it deiljocht net wer sjen soene. Alle kij en bargen kamen om.
In jier nei de katastrofe sette S. Muizelaar “daarbij tegenwoordig” syn ûnderfiningen op skrift. Fan syn boekje ’Ramp met de stoomboot Willem III’ ferskynde yn 1932 in twadde printinge by útjouwerij Osinga te Boalsert. De útjefte waard letter oanhelle troch L Post-Beuckens dy’t yn har ’Land en Mens van Gaast en Klif’ (De Tille Ljouwert 1980) in haadstik oan de ündergong fan de Willem wijd hat. Om deselde tiid hinne bewurke Wil Vening dêrta oanset troch Freark Dam de ramp ta in folksroman under de titel ’Schip zonder haven’ (Van Holkema en Warendorf Bussum 1982).
De ramp hat skriuwer-dichter Eppie Dam ynspirearre spirearre ta in ballade. [Ofdrukt yn de Ljouwerter krante fan 1 febr. 2002]  Hy is benammen útgien fan de ferzy fan Post-Beuckens. Ut ferskate boarnen, te finen yn it Frysk Skipfeartmuseumte Snits, die bliken dat sy har aardich dokumintearre hie. In alhiel krekte werjefte fan alle feiten sil nei alle gedachten net bestien ha.
Yn it ferhaal is sprake fan trije skippers, meidat de Willem III krekt yn oare hannen oergien wie. It skip wie foar twatredde part eigendom fan Fimme Lieuwes Hornstra en foar it oare part fan Cornelis Sjoukes Bouma. De tredde man, Foeke Gerrits van der Wal, wie skipper yn leantsjinst. Yn ferban mei it minne waar kaam Hornstra (pake fan de lettere skriuwer-dichter Lieuwe Hornstra) pas op it lêste stuit oan board om de bemanning te fersterkjen (Leeuwarder courant 1 febr. 2002).

Reactie 31 jan. 2017 van Ties Elzenga, oud-burgemeester van Hemelumer Oldeferd: Wat ik me nog herinner uit historische commentaren rond de scheepsramp is de onzorgvuldige bestuurlijke afhandeling. De geborgen bagage zou voor een belangrijk deel zijn verdwenen. De toenmalige burgemeester Jhr Joachim Karel Vegelin van Claerbergen moest zich verantwoorden tegenover de commissaris van de Koningin J.E. baron van Panhuys.

Reacties 22 febr. en 5 maart 2020 van Jan Wieger Broekhuizen: Een jaar of zeven geleden kwamen we in contact met een achterkleindochter van Lieuwe Hornstra. Een merkwaardig toeval omdat mijn vrouw een achterkleindochter is van Fimme Zalmstra. We hebben haar daarna nooit meer gezien maar kregen wel een envelop met fotokopieën betreffende de ramp. Hierbij zat een verslag geschreven door Sjouke Hornstra, één van de zonen van Lieuwe Hornstra. Het is een zeer beeldend en ook wel aangrijpend verhaal. Omdat het een slechte fotokopie was heb ik het verslag in zijn geheel overgetypt. Hierbij heb ik hetzelfde lettertype, het oud-nederlands en dezelfde interpunctie gehanteerd, dus er niets aan veranderd, behalve de correctie van een paar typefoutjes.

Bij de door Broekhuizen ontvangen stukken was ook een kopie van een brief van dominee Tinholt aan de vrouw van Bauke Kooistra, hij was één van de gereddenen. Via de koppelingen onderaan de pagina kunt u het verslag van Hornstra en de brief van Tinholt openen, zowel de scans van het handschrift als de transcriptie door Broekhuizen.

In het verslag van Sjouke Hornstra wordt gesproken over 'het Kanaal'. Het huidige kanaal ['de Trochsnijing'] was er toen nog niet. Een stafkaart van omstr. 1855 (hieronder) toont dat het oude kanaal parallel liep aan de dijk van de Grote Veenpolder bij Kolderwolde. Op een andere kaart uit die tijd heet het 'Nauwe Vaart'. Het was bebakend destijds, zowel aan de kant van de Fluessen als aan de kant van de Oorden. Op bovenstaande door Fedde de Vreeze aangedragen kaart staan zowel het huidige kanaal 'de Tochsnijing', als het gedempte oude kanaal, aangeduid als 'Het Kanaal'. In zijn reactie bij de kaarten schrijft Jan Wieger Broekhuizen over de fatale route: De Willem III heeft waarschijnlijk geprobeerd vanaf de hoge (noord)wal aan te sturen op de ingang van dat kanaal en is daarbij te dicht langs de Noordoostkant van het Feitezand gevaren en daar vastgelopen. 

Behalve het Kanaal staat het Feitezand aangegeven op deze kaart. Feitelijk strekt het zich uit tot ongeveer waar 'De Fluessen' staat, en westelijk van de denkbeeldige lijn tussen de letter L en de zuidwal. Het Feitezand is nog altijd een ondiepe plek, met een harde zandbodem, waar iets meer dan een meter water staat. Ieder jaar lopen er jachtjes vast op de voor de Willem III en opvarenden fatale plek. Het is goed voor te stellen dat het schip, wellicht mede door hoge golven, de grond raakte, waardoor het roer afbrak en zo stuurloos werd (Grote Historische Provincie Atlas van Friesland 1853-1856 (Wolters Noordhoff 1992)ontvangen van Jan Wieger Broekhuizen).

 

Zalmstra, de kastelein van Galamadammen die de drenkelingen van de Willem III opving, werd in 1883 beurtschipper te Bakhuizen. Hij nam het bedrijf over van de fam. Hornstra. Tien jaar na de ramp kwam de nieuwe vaargeul tussen Oorden en Fluessen gereed. Fedde de Vreeze vond deze advertentie in de Leeuwarder courant. Onder schippers wordt dit de Trochsnijing of het Kanaal genoemd, schrijft hij. Als het niet bezeild is wordt met een lege tjalk liever een slag over het zand gedaan (Om het Heech hinne, een geschiedenis van de dorpen Bakhuizen, Mirns en Rijs in de twintigste eeuw, p. 50).