Ulbe en Jeltje Postma - Dokkum

Ulbe Tjeerds Postma, geb. Hemelum 28 febr. 1848, ovl. Koudum 1 aug. 1918, gemeentewerkman te Koudum, zoon van Tjeerd Lolkes Postma en Sjoukje Ulbes Bruining, trouwt 1. Koudum 27 maart 1874 Jantje de Boer, uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren. Ulbe hertrouwde op 11 mei 1893 met Jeltje Willems Dokkum geb. Warns 5 nov. 1861, ovl. 1947, dochter van Willem Jans Dokkum en Grietje Jans Bouwstra. Op de foto staat Jeltje Willems Dokkum. In haar jeugdjaren verbleef zij bij haar stiefbeppe in Hemelum, omdat haar vader als schipper voer. Daarna woonde ze, zoals dat met boerenmeiden in die tijd ging, op verschillende adressen in Gaasterland en HON.
Hun kinderen: Tjeerd (1894-1923), Willem (1898-1974) en Grietje (1900-1958).

Het huis van Ulbe en Jeltje Postma - Dokkum, aan de Ooste. Tegenwoordig zou het aan de oostkant van It Healepaed staan ter hoogte van nr. 26. Rechts is nog een stukje van It Earmhûs te zien.

Tjeerd Ulbes Postma, geb. 25 sept. 1894, ovl. Sneek 9 mei 1923, trouwt Workum 28 mei 1920 Elisabeth Schippers, dochter van Klaas Schippers en Pieternella Maria Spits. Tjeerd stierf als 28 jarige in het ziekenhuis te Sneek aan de gevolgen van een blindedarmoperatie. 
Hun kinderen:
1. Ulbe (1921-2005), trouwt 15 april 1943 Tjiets (Tiete) de Vries.
2. Pieternella Marina (Nellie).

 

Ulbe Tjeerds Postma voor het huis met beppe Jeltje en zijn tante Griet. En rechts broer en zus Ulbe en Nellie Postma. Ulbe kwam na het overlijden van zijn vader bij zijn beppe in Koudum te wonen. Na zijn lagere schooltijd ging hij werken als groentekweker op “Kwekerij Welgelegen” en werd een van de compagnons met Popke de Vlugt en Ulfert Hoekema. Later is hij conciërge geworden op de LTS aan de Beukenlaan.

Ulbe en Tiete kregen 2 kinderen: Tjeerd en Johanna. Rechts Ulbe Postma.

De drie foto's van Ulbe Postma aan het werk op Welgelen zijn gemaakt door Jacob van der Veer.

Beppe Jeltje met op schoot achterkleinkind Tseard en achter de stoel een schaap (foto's  en informatie beschikbaar gesteld door Tseard Ulbes Postma).

Harm Dokkum uit Heerhugowaard stuurde in 1989 een brief met bijlagen naar enkele familieleden, met daarin onder meer een verhaal over zijn 'oerpake' Willem Jans Dokkum, de vader dus van Jeltje en van Jan, de grootvader van briefschrijver Harm. Hij schreef het verhaal op basis van gegevens die mijn vader me wel eens heeft verteld.

Willem, geboren Scharl 18 febr. 1835, overleed Koudum 23 sept. 1902, in het huis tegenover de oude slagerij van de weduwe Koornstra aan de Smidsweg, zoals Harm schreef. Willem trouwde op 10 mei 1860 met Grietje Jans Boustra. Zij overleed nog maar 29 jaar op 18 mei 1866.

Hieronder volgt de door Jelle de Jong in 2019 digitaal toegankelijk gemaakte tekst over Willem Dokkum, uit de brief van Harm Dokkum, d.d. 31 jan. 2019, waarvan Historisch Koudum een afschrift bewaart.

Willem was eerst boerenknecht. Later kocht hij een 'snik', dat is een scheepje met een rechte voor- en achtersteven. De inhoud was 19 ton. Tjerk, zijn broer, was ook boerenknecht en woonde in, in de de boerderij van z’n werkgever. Hij werd besmet en kreeg de pokziekte. Doodziek en met hoge koorts lag Tjerk in bed. Maar de boer wenste deze doodzieke knecht met zijn besmettelijke ziekte niet in huis te hebben, noch door zijn vrouw of dienstmeisjes te laten verplegen. Hij spande een paard in, legde er een paar dekens in de bolderwagen (=een open kar om gras te vervoeren of melkbussen) en daarop zijn zieke knecht Tjerk. De tocht ging richting Koudum en voor het huis van Willem en Grietje werd halt gehouden. De rit was over zand en verharde wegen gegaan en het laatste stukje over een klinkerweg en in de wagen onder een deken, hotsend en botsend een doodzieke man. Willem was volgens de boer, als naaste familie eerder verplicht om Tjerk te verplegen dan hij. (Tjerk was toen nog niet getrouwd.)

Willem weigerde eerst zijn zieke broer in zijn huis te nemen, omdat hij meende dat de boer verplicht was voor zijn personeel te zorgen en daar het een zeer besmettelijke ziekte betrof, was het een dubbel argument om Tjerk weer naar de boerderij te vervoeren. Maar zijn vrouw Grietje zei: “Foei Willem, zo mogen we niet.” En Willem ging overstag. Tjerk werd in huis genomen en door Grietje verpleegd. Hij herstelde maar zijn schoonzus Grietje, moest haar idee van humaniteit met de dood bekopen. Ze kreeg zelf de pokziekte en overleed op 29 jarige leeftijd te Koudum. Haar man Willem heeft één dag in lichte mate de ziekte gehad maar was de volgende dag weer beter. Ook hun zoontje Jan werd aangetast. Op oudere leeftijd was hij altijd 'wit en bleek' in het gezicht en de pokkenputjes waren goed zichtbaar.

Willem en Grietje hadden twee kinderen. Jeltje (geboren: 4 november 1861) en Jan (geboren: 12 november 1863). Jeltje Dokkum is getrouwd op 11 mei 1893, op Hemelvaartsdag, te Koudum met Ulbe Postma. Ze heeft heel lang in het huisje naast het gemeentelijk Armenhuis in de Ooste te Koudum gewoond. Op 85-jarige-leeftijd is ze op 8 maart 1847 overleden. Ze droeg altijd een gouden oorijzer. Een foto is aanwezig. Voor ons was ze 'tante Jeltje met het schaap', omdat er een schaap in het grasveld om haar huisje liep.

Jan had, evenals zijn vader Willem, blauwe ogen. Grietje is begraven 'om de kerk' in Koudum. Na het overlijden van zijn vrouw kocht Willem de snik en werd turfschipper. Toen zijn zoon Jan het scheepje overnam, ging Willem aan de wal wonen. Hij onderhield de tuin van de smid Age van Asperen en die van weduwe Koornstra. Verder had Willem een klein boekhandeltje en verkocht in december bij vele goede kennissen scheurkalenders aan de deur. Willem huurde een kamertje om te wonen in 'het witte huis met de grote regenbak'. Later werd het afgebroken en bouwde men er de nieuwe slagerij van Reindert Koornstra (Smidsstraat [Smidsweg 28]).

’s Winters woonde zoon Jan, daar er toch niet gevaren kon worden, bij hem in. Van vader en zoon Dokkum werd verteld dat ze 'schoner in de huishouding waren dan verscheidene Eva’s in het dorp'. Binnenhuis was alles zeer netjes en schoon. Geen pluisje op de vloer en geen vlieg in de kamer. Altijd heldere witte lakens op bed. Hier kon men van de vloer eten. Als er bezoek was geweest, was het eerste wat vader Willem deed, stoffer en blik pakken.

Willem is jarenlang ouderling geweest in de Nederlands Hervormde kerk. Na een lang ziekbed is hij op 23 september 1902 te Koudum overleden aan 'de ziekte van hart en nieren'. Op 26 september werd hij begraven in het graf van zijn vrouw Grietje. Aan het graf werd gesproken door dominee Mr. Dr. J. Schokking, de plaatselijk predikant.