Op dinssdag 30 januari 1877 voltrok zich bij Koudum een grote ramp. De stoomboot 'Willem III', die beurtdiensten verzorgde van Staveren op Sneek, zonk op de Fluezen, met dramatische gevolgen. Zoals altijd gingen de beurtschepen uit de Zuidwesthoek op dinsdag naar Sneek naar de markt. De 'Willem III' vertrok die middag weer vanuit de Kolk in Sneek richting Staveren. Naast de stukgoedlading waren er flink wat passagiers aan boord. Tot Heeg verliep de reis voorspoedig, maar de tocht over It Hegemer Mar en de Fluezen niet. Met het einde in zicht liep de boot nabij It Feitesân vol water met het zinken tot gevolg. Het was aan het einde van de middag. In de barre, koude en donkere nacht die volgde zijn veertien mensen om het leven gekomen. De volgende dag pas, toen het licht werd, kwam er hulp en zijn de negenentwintig overlevenden van boord gehaald door schipper Berend Kool van Oudega. De geredden zijn liefdevol opgevangen door Fimme Karels Zalmstra en zijn vrouw Tjerkje Dölle in de herberg van de Galamadammen.
De mensen die omkwamen zijn: Pieter Annes Okkinga (45, Koudum) Sijbolt Feddes Wiersma (25, Koudum) Harmen Meines van der Sluis (28, Langweer) Aaltje Roelofs Hoekstra (26, Lutkewierrum) Gerben Foekes van der Wal (50, Nijega. H.O.N.) Foeke Gerrits van der Wal (37, Nijega. H.O.N.) Marijke Jacoba Kapper (62, Oosterwierum) en haar dochter Sijbrichje Thijsses Altenburch (25, Oosterend) Anne Harings Veldstra (55, Staveren) Petrus Attema (26, Staveren) Wytse Feddes Veersma (37, Warns) Dirk Ykes Hoekstra (57, Workum) Jan Wabes de Jong (26, Ymedam) Sijmontje Uilkes Smit (25, IJsbrechtum).
Op zaterdag 3 februari werden er in Koudum de eerste vier doden onder enorme belangstelling begraven. Als de klokken van de Koudumer toren eventjes zwegen, dan kon men het luiden van de klokken van Molkwerum en Warns horen. Daar waren op dat moment ook begrafenissen van slachtoffers van deze afschuwelijke ramp.
![]() |
![]() |
De grafsteen van Pieter Annes Okkinga, in de tuin van het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek. De foto van het bidprentje rechts, van Marijke Jacobus Kapper en haar dochter Siebrigje Altenburg, ontving HK in september 2022 van Jolanda Smit.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Advertenties ontvangen van Sietske Kemker-Schilstra.
![]() |
Op de kan staat het volgende gedicht: 'Ja, vreeslijk was de nacht, |
De koffiekan die door een groep overlevenden van de ramp is geschonken aan het echtpaar Zalmstra, herbergiers op Galamadammen, als dank voor hun hulp. In het deksel staat gebeiteld: 'Een vreselijke ramp met Stoomboot Willem III In den nacht van 30 op 31 januari 1877, waarvan 29 personen zijn gered en 14 zijn omgekomen'. De kan is sinds 1977 te zien in het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek, door bruikleen van K. Silvius, achterkleinzoon van Fimme en Tjerkje Zalmstra. Silvius was een oud-marineofficier en woonde destijds in Koudum aan de Gerben Ypmastraat.
Op de kan staan drieëntwintig namen van geredden: Cornelis de Boer (Staveren) Heije Cuperus (Staveren) Andries Cuperus (Staveren) M. Roorda (Staveren) Harmen Veldhuizen (Staveren) Jacob Brouwer (Koudum) Douwe F. FLapper [Klapper] (Koudum) Jacob Reinstra (Koudum) Arjen Pruiksma (Oudega H.O.N.) Femme de Jong (Molkwerum) Arend Gras (Molkwerum) Berend Gras (Molkwerum) Douwe Schaaf (Molkwerum) Cornelis van den Brug (Woudsend) Yke J. de Jong (Warns) G. van Dijk (Warns) Anne R. Bajema (Warns) S.W. Muizelaar (Warns) Pieter van der Zijp (Warns) Gijsbert Asma (Bakhuizen) Lieuwe Hornstra (Bakhuizen) Bouwe Kooistra (Drachten) Eeltje [Eeuwe] Elzinga (Oldeboorn).
Niet op de kan staat de naam van Jottje Hoekstra, 13 jaar destijds. Hij is de zoon van de omgekomen Dirk Hoekstra van Workum. Lieuwe Hornstra is de enige van de bemanning wiens naam op de kan staat. Hij was hoofdeigenaar van de boot voor het 2/3 part. De andere vijf zijn: Cornelis Bouma (kapitein en mede-eigenaar voor 1/3), Lucas B. Kool (stuurman) Jan de Jong (machinist), Jan Zuidema (matroos) en Freerk Lootsma (hofmeester). Zie ook het overzicht van Sjoerd Huitema met informatie over alle opvarenden, hieronder bij de bijlagen.
![]() |
![]() |
Oud-eigenaar van de 'Willem III,' Foeke Gerrits van der Wal, die omkwam bij de ramp, was net van Koudum naar Nijega verhuisd (advertentie uit de Leeuwarder courant van 14 nov. 1876). De ramp was uiteraard landelijk nieuws. Het stuk rechts staat in de Leeuwarder courant van 18 febr. 1877.
![]() |
![]() |
Algemeen Handelsblad 18 nov. 1876. Het plaatje is niet de 'Willem III' want het toont een raderstoomboot. Het overlijdensbericht van Simke Muizelaar, die een jaar na dato zijn belevenissen te boek stelde, staat in de Leeuwarder courant van 30 maart 1934.
![]() |
![]() |
Het overlijdensbericht van machinist Jan de Jong staat in Nieuwsblad van Friesland (27 april 1936). De echte laatste overlevende was Lucas Kool. Zie het stukje in Leeuwarder Nieuwsblad (17 okt. 1941). Hij was de stuurman en geen dekknecht. De krantenberichten op deze pagina zijn gevonden met de website Delpher.nl.
Over de ramp met de Willem III is veel geschreven. Dominee Kropveld schreef een week na de ramp een stuk in de Bazuin. Een jaar na dato zette Simke Muizelaar 'daarbij tegenwoordig', zijn ervaringen op schrift. Van zijn boekje Ontzettende ramp met de stoomboot Willem III [...] verscheen in 1932 een tweede gewijzigde druk bij útjouwerij Osinga te Bolsward. Ook Sipke Feenstra had informatie uit de eerste hand. Hij publiceerde zijn verhalen o.a. in Sneeker Nieuwsblad en Balkster courant. Ze zijn in 1969 uitgegeven in boekvorm: Koudum yn myn bernejierren.
L Post-Beuckens heeft in haar Land en Mens van Gaast en Klif (Ljouwert: De Tille, 1980) een hoofdstuk aan de ondergang van de Willem III gewijd. Rond dezelfde tijd schreef Wil Vening, daartoe aangezet door Freerk Dam, een volksroman over de ramp, onder de titel Schip zonder haven (Bussum: Van Holkema en Warendorf 1982). De ramp heeft schrijver en dichter Eppie Dam geïnspireerd tot een ballade. [Afgedrukt in de Leeuwarder courant van 1 febr. 2002] Hij ging vooral uit van het verhaal van Post-Beuckens, dat mede gebaseerd is op het hierna genoemde stuk fan Sjouke Hornstra. Dit verhaal wil dat in verband met het slechte weer mede-eigenaar Lieuwe Hornstra, de vader van Sjouke zijn beurtschip in Sneek achterliet en pas op het laatste moment aan boord van de Willem III kwam om de bemanning te versterken.
Reactie 31 jan. 2017 van Ties Elzenga, oud-burgemeester van Hemelumer Oldeferd: 'Wat ik me nog herinner uit historische commentaren rond de scheepsramp is de onzorgvuldige bestuurlijke afhandeling. De geborgen bagage zou voor een belangrijk deel zijn verdwenen. De toenmalige burgemeester Jhr Joachim Karel Vegelin van Claerbergen moest zich verantwoorden tegenover de commissaris van de Koningin J. E. baron van Panhuys.'
Reacties 22 febr. en 5 maart 2020 van Jan Wieger Broekhuizen: 'Een jaar of zeven geleden kwamen we in contact met een achterkleindochter van Lieuwe Hornstra. Een merkwaardig toeval omdat mijn vrouw een achterkleindochter is van Fimme Zalmstra. We hebben haar daarna nooit meer gezien maar kregen wel een envelop met fotokopieën betreffende de ramp. Hierbij zat een verslag geschreven door Sjouke Hornstra, één van de zonen van [schipper] Lieuwe Hornstra. Het is een zeer beeldend en ook wel aangrijpend verhaal. Omdat het een slechte fotokopie was heb ik het verslag in zijn geheel overgetypt. Hierbij heb ik hetzelfde lettertype, het Oud-nederlands en dezelfde interpunctie gehanteerd, dus er niets aan veranderd, behalve de correctie van een paar typefoutjes'.
Bij de door Broekhuizen ontvangen stukken was ook een kopie van een brief van dominee Tinholt aan de vrouw van Bouwe Kooistra, hij was één van de geredden. Via de koppelingen onderaan de pagina kunt u het verslag van Hornstra en de brief van Tinholt openen, zowel de scans van het handschrift als de transcriptie door Broekhuizen. En andere publicaties; een eeuw na de ramp schreef dr. Leo (Lieuwe) Hornstra, de kleinzoon van schipper Hornstra, een stuk in de Leeuwarder Courant. Het stuk van Willem O. Santema verscheen in 2002 in Wijd en Zijd.

In het verslag van Sjouke Hornstra wordt gesproken over 'het Kanaal'. Het huidige kanaal ['de Trochsnijing'] was er toen nog niet. Een stafkaart van omstr. 1855 (hieronder) toont dat het oude kanaal parallel liep aan de dijk van de Grote Veenpolder bij Kolderwolde. Op een andere kaart uit die tijd heet het 'Nauwe Vaart'. Het was bebakend destijds, zowel aan de kant van de Fluessen als aan de kant van de Oorden. Op bovenstaande door Fedde de Vreeze aangedragen kaart staan zowel het huidige kanaal 'de Tochsnijing', als het gedempte oude kanaal, aangeduid als 'Het Kanaal'. In zijn reactie bij de kaarten schrijft Jan Wieger Broekhuizen over de fatale route: De Willem III heeft waarschijnlijk geprobeerd vanaf de hoge (noord)wal aan te sturen op de ingang van dat kanaal en is daarbij te dicht langs de Noordoostkant van het Feitezand gevaren en daar vastgelopen.
![]() |
Behalve het Kanaal staat het Feitezand aangegeven op deze kaart. Feitelijk strekt het zich uit tot ongeveer waar 'De Fluessen' staat, en westelijk van de denkbeeldige lijn tussen de letter L en de zuidwal. Het Feitezand is nog altijd een ondiepe plek, met een harde zandbodem, waar iets meer dan een meter water staat. Ieder jaar lopen er jachtjes vast op de voor de Willem III en opvarenden fatale plek. Het is goed voor te stellen dat het schip, wellicht mede door hoge golven, de grond raakte, waardoor het roer afbrak en zo stuurloos werd (Grote Historische Provincie Atlas van Friesland 1853-1856 (Wolters Noordhoff 1992) ontvangen van Jan Wieger Broekhuizen).
|
![]() |
Zalmstra, de kastelein van Galamadammen die de drenkelingen van de Willem III opving, werd in 1883 beurtschipper te Bakhuizen. Hij nam het bedrijf over van Lieuwe Hornstra. Tien jaar na de ramp kwam de nieuwe vaargeul tussen Oorden en Fluessen gereed. Fedde de Vreeze beschrijft deze feiten in een stuk over de ramp. Over het Feitezand schrijft hij: 'Onder schippers wordt dit de Trochsnijing of het Kanaal genoemd. Als het niet bezeild is wordt met een lege tjalk liever een slag over het zand gedaan' (Om het Heech hinne, een geschiedenis van de dorpen Bakhuizen, Mirns en Rijs in de twintigste eeuw, p. 50). Bijgaande advertentie in de Leeuwarder courant is ontvangen van Fedde de Vreeze. |
Jan de Vries
Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 30 augustus 2026.