Jacob Benckes uit Koudum

Het is moeilijk voor te stellen wellicht, omdat Koudum niet direct aan zee ligt; het dorp was in de 17de eeuw een zeevarende gemeenschap. Dat wil zeggen dat een groot deel van de gezinnen in het dorp voor hun inkomsten afhankelijk waren van de koopvaardij. De grietman was op de hand van de zeevarenden. Hij liet tussen 1614 en 1617 een enorme toren bouwen bij de kerk, tevens als een baken voor de zeevaart op de Zuiderzee. De schippers hadden het voor het zeggen in de kerkenraad, ook omdat ze veel geld hadden, en bepaalden bijvoorbeeld wie dominee werd en wie niet.

Een van die Koudumer schippersgezinnen was dat van Bencke Benckes en Rinck Jacobs Hinnema. Bencke voer op de koopvaardij, zijn schip heette ‘Witte Valck’. Van hem zijn reizen bekend naar bestemmingen in Noorwegen en de Oostzee. Zijn broer Abe was ook koopvaardijschipper, hij voer op ‘Het Witte Postpaard’. Bencke Benckes en zijn vier broers vormden een belangrijke factor binnen de Koudumer maritieme gemeenschap. Bijna al hun zonen werden koopvaardijschipper en bijna al hun dochters trouwden er een. Omstreeks 1650 behoorden minstens zeventien schippers uit het dorp tot deze familie.  

Bencke en Rinck zijn de ouders van Jacob Benckes. Hij was hun jongste. Zij lieten hem dopen op 10 september 1637. Jacob had vier broers, allen schippers, en een zuster die getrouwd was met een schipper uit Hindeloopen. Als jongen ging hij al mee naar zee en werd zelf een schipper toen hij nog maar achttien was. Zijn schip heette ‘Grauwe Valck’. De eerste reis ging helemaal naar Archangel aan de Witte Zee, in het noordwesten van Rusland. Deze verre reis op zo jonge leeftijd toont zijn ambitie en durf, al is niet bekend hoe moeder Rinck haar Benjamin zou typeren; als roekeloos wellicht en ijdel, kijk mij nou.

Jacob trouwde op zijn twintigste met Tied Galtjens, een schippersdochter uit Staveren. Voor 1665 kwam ze al te overlijden. Kinderen waren er niet. Vele jaren later kreeg hij een relatie met de Amsterdamse koopmansdochter Ingena Rotterdam. Met haar zou hij zijn getrouwd als hij niet in 1677 was omgekomen bij een gevecht om het Caraïbische eilandje Tobago. Hun relatie is overgeleverd aan de hand van hun portretten.

De zeeoorlogen met Engeland en later ook met Frankrijk maakte Jacob Benckes van dichtbij mee. Tijdens de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654) was zijn broer Poppe Benckes gezagvoerder op een schip van de Amsterdamse Admiraliteit. Handel was de inzet van de strijd tussen deze zeenaties. Koopvaarders werden over en weer gekaapt en in beslag genomen. Soms vond een onschuldige schipper de dood door dit geweld, ook in Koudum gebeurde dat. In de tweede oorlog met Engeland (1665-1667) heeft Jacob Benckes zich aangemeld bij de Admiraliteit van Amsterdam en binnen de kortste keren kreeg hij het bevel over een oorlogsschip.

In juni van het jaar 1667 was hij gezagvoerder op het fregat Essen, waarmee hij deelnam aan de bekende Slag bij Chatham, of the Raid on the Medway, zoals ze in Engeland zeggen. Bij die gelegenheid voer een grote vloot van Nederlandse oorlogsschepen in de monding van de Thames rivier, de zijrivier de Medway op om met groot succes diverse Britse oorlogsschepen te vernietigen. Bij deze operatie was het de taak van Benckes om een bataljon mariniers aan land te zetten die het fort uitschakelden dat de monding van de rivier bewaakte. De Republiek der Verenigde Nederlanden kreeg door deze opzienbarende en deels amfibische krijgsverrichting de Britse pestkop op zijn knieën en kwam er voorlopig een einde aan de vijandigheden.

Jacob Benckes verrichte zijn meest in het oog springende daden tijdens de Derde Engelse Oorlog (1672-1674) en de oorlog met Frankrijk, de Hollandse Oorlog, die ook in 1672 begon en duurde tot 1678. In 1673 herover de hij New York, de voormalige Nederlandse Kolonie, Nieuw Nederland. In 1676 was bevelhebber van een vloot oorlogsschepen die een plundertocht ondernam tegen Franse kolonies in West-Indie en daarbij het eilandje Tobago koloniseerde. Bij de expedities van 1673 en 1673 stond Benckes onder rechtstreeks bevel van stadhouder Prins Willem III van Oranje.