Sybren de Jong

Timmerman Sybren de Jong was gevestigd aan de Ooste op nr. 21. Hij nam het bedrijf over van zijn ouders Jacob Sybrens de Jong en Zeger Koornstra. Sybren bleef vrijgezel en hield er enkele opmerkelijke gewoonten op na. Zo schijnt het dat hij calculaties maakte op het behang. Kinderen fopte hij met zijn geldboom; als Sybren de boom schudde vielen er muntstukken uit. Op foto links uit 1985 leggen hij en zijn medewerker Johan Cnossen de laatste hand aan een nieuw rad voor de molen bij Ferwerd (foto Leeuwarder Courant).

Ook de foto rechts hoorde bij een krantenartikel: Aannemer Sybren de Jong (rechts) en zijn medewerker Einte Hoekstra laten de twee van tussen 1000 en 1100 daterende potten zien, die bij werkzaamheden te Koudum zijn gevonden.

KOUDUM- Bij werkzaamheden aan een mestopslag op het erf van de veehouder Fokke Flapper te Koudum zijn twee putten gevonden met daarin aardewerk, dat volgens Dick Visser en Jan Boschker van het Fries Museum dateert uit de elfde eeuw. Er zijn twee complete potten en verder enkele tientallen scherven gevonden. Het is de eerste keer, dat er in de Zuidwesthoek en Gaasterland middeleeuws vaatwerk van een dergelijke ouderdom is aangetroffen. Het tot dusverre gevonden aardewerk dateert steeds van na 1300. De vindplaats is gelegen aan de Boppebuorren, op de noordwestelijke punt van het zogenaamde Koudumer Heech. de uit keileem en zand opgebouwde hoogte, waarop het dorp Koudum ligt. De beide putten zijn op een afstand van ongeveer vijf meter van elkaar aangetroffen in de zuidelijke helling van het Heech. De ene put was ruim twee meter diep. de andere drie en een halve meter In beide putten zijn scherven gevonden. Het gaat om potten en scherven van Paffrath-aardewerk. dat gedateerd wordt tussen 1000 en 1100. Op een van beide potten bevindt zich een opmerkelijke gestreepte versiering. Verder is er een elfde eeuwse roodbruine Pingsdorfscherf, een rest van een kruik met tuit en oor, gevonden. Er is met vingertoppen een rode versiering op aangebracht. De scherven zijn gevonden door Einte Hoekstra, werknemer van aannemer Sybren de Jong, en Gerard Flapper, zoon van de boer. Aannemer De Jong heeft, zo vertelt hij, bij werkzaamheden in het centrum van Koudum in het verleden meermalen oudheidkundige ontdekkingen gedaan. Zo heeft hij op drie plaatsen, op onderlinge afstanden van ongeveer 30 meter van elkaar, twee meter onder het maaiveld een vloer van keien aangetroffen. Ook vond hij toen een grote keisteen met daaromheen scherven aardewerk. De nu gedane vondst verschaft wat meer duidelijkheid over de geschiedenis van Koudum. Het dorp wordt voor het eerst genoemd in 855, als Coluuidum, wanneer een grondbezitter landerijen nabij de plaats aan een klooster in Duitsland schenkt. Er is over het middeleeuwse Koudum weinig bekend. (Leeuwarder courant 2 dec. 1988, foto Leeuwarder courant, Jan de Vries).

Vers van de ambachtsschool trad Marten Bergsma (l.) als timmerman in dienst van Sybren de Jong. Deze foto dateert van omstreeks 1955 en is genomen op 'de Hoeke', met op de achtergrond de Centra van Knilles van der Sluis (ingestuurd door Grietje Bergsma-Hoekema). 

 

Zijn buurvrouw beeldhouwster Herma Bovenkerk vereeuwigde Sybren in een standbeeld dat een plaatsje kreeg in de Hoofdstraat. De foto links is genomen vlak voor de onthulling in 1990 en de andere in 2004. Het beeld is verplaats bij de aanleg van het Frieslandplein. Syberen stond niet bepaald bekend om een onberispelijke persoonlijke verzorging en/of opruimwoede maar hij vond het niet leuk als het hoofd of het kruis van zijn evenbeeld weer eens met mayonaise was ingesmeerd (archief buurtvereniging Ooste-Zijl en archief HK).