Wiebe Munniksma, ondernemer en verzetsman

Het kwam in eerste instantie door zijn zwager, marechaussee en verzetsleider Haitze Wiersma, dat Wiebe Munniksma zich aansloot bij het actieve verzet tegen de Duitse bezetter. Haitze stuurde vanuit Boskoop, waar hij werkte, vele onderduikers naar zijn zwager in Koudum, die ze vervolgens van het station haalde, onderbracht en voedselbonnen etc. voor hen regelde. Bij risicovolle verplaatsingen, zoals het vervoer van gestrande geallieerde piloten, liet hij zich wel begeleiden door de Koudumer agent van politie Lyklema, deze stond aan de kant van het verzet. Mochten zij dan toevallig Duitsers tegenkomen dan werd Wiebe zogenaamd opgebracht. In augustus 1943 moest Haitze onderduiken en kwam hij terug naar Friesland, waar hij zijn verzetswerk onverdroten voortzette.

Net als veel kompanen uit het verzet spraken Wiebe en zijn zwager Haitze naderhand bijna nooit over zaken die in de oorlog zijn voorgevallen. De kinderen van Wiebe en zijn vrouw Jiskje waren zeer benieuwd, maar hun aandringen was tevergeefs. Zoon Fonger daarover: 'Omke Haitze is der wol útrûn at wy nei syn sin tefolle seurden.' Wiebe liet sporadisch wel eens iets los want zijn kinderen, met name zijn zoon Rein, kennen bepaalde verhalen en details. In 2005 maakte Wiebe een belangrijke uitzondering door alles te vertellen wat hij kwijt wilde over de oorlog. Hij was net 94 jaar geworden en tegenover hem zat zijn destijds twaalfjarige achterkleinzoon Hanne Labordus, die het hele verhaal nauwgezet noteerde voor een werkstuk voor school. Hanne is een kleinzoon van Rein, die ook bij dat gesprek was. Samengevoegd geven deze familieverhalen een beeld van het verzetswerk van Wiebe Munniksma en hoe hij en zijn familie de Tweede Wereldoorlog doorkwamen.

Kort voor het uitbreken van de oorlog diende Wiebe in het Nederlandse leger, als hospik gestationeerd op het 'Vliegveld Bergen' in Noord-Holland. Het komt in zijn verhaal naar voren omdat de beruchte NSB-er en agent van politie Sikke Wolters hem eens naar zijn politieke voorkeur vroeg. 'Oh, zei Sikke, je hangt die ouwe freak aan. Daar bedoelde hij de koningin mee. Toen zei ik: “Het past jou niet om er zo over te praten, je mag dat van Hitler ook niet zeggen, dus mag je het ook niet van haar zeggen. Maar ik zeg je maar goedendag, want het wordt nu tijd dat ik ga.” Later hebben ze [het verzet] die Sikke doodgeschoten in een fietsenstalling' [te Heerenveen]. Sikke vroeg ook hoe het in Koudum gesteld was met de NSB en noemde een naam. 'Toen zei ik, "nou ja je noemt er één, maar ik zou de tweede niet weten." Het is duidelijk dat in Koudum weinigen zich openlijk bekeerden tot de NSB.

Wiebe heeft mer dan eens verteld dat hij mensen moest screenen voordat ze bij het verzet werden toegelaten. Wiebe beschikte als handelaar wel over enige mensenkennis en was vanwege z’n werk veel op pad. Zijn politieke voorkeur, inschattingsvermogen en zijn persoonlijke situatie - zwager van Wiersma, beschikbaarheid van vervoermiddelen, veel contacten en veel onderweg - maakten hem een waardevolle kracht voor het verzet. Maar in alle eerlijkheid vertelde hij dat hij van het verzetswerk soms behoorlijk nerveus werd, dit in tegenstelling tot zijn zwager Haitze, die daar minder last van had, 'dy wie hurd op ’e bealch.' Wiebe vertelde daarover: 'Haitze wilde maar dat ik weer verder in het verzet kwam. Maar het was voor mij meer dan genoeg. Ik kon niet meer hebben. (...) Het verzet en met name omke Haitze heeft veel joden uit Holland naar Friesland gehaald. Het verzetsleven heeft zijn eigen gezinsleven niet veel goeds gedaan,' aldus Wiebe, die daarmee wees op de grote spanning waaronder verzetslieden hun werk deden en hun radicale opoffering voor de medemens en de vrijheid.

Theunis de Vries bracht in 1943 in Koudum alle helpers van onderduikers samen en vroeg ook Wiebe over om zich aan te sluiten. In het naoorlogse verslag van Theunis staat over Wiebe: 'Hij wilde wel als zijn vader er maar niets van wist'. Wiebe wilde daarmee zijn directe familie er buiten houden om ze niet in gevaar te brengen. Hij en Theunis raakten steeds dieper in het verzetswerk. Na de tweede bonkaartenroof te Workum op 3 augustus 1944 fungeerden zij als contactpersonen voor de afhalers van de buit die bestemd was voor Utrecht. Maar het ging vreselijk mis, Gerben Ypma, een van de overvallers, liep op 14 augustus tegen de lamp door een list van Duitsers in blauwe overalls die zich voordeden als verzetslieden. Hij werd meegenomen naar het Scholtenhuis in Groningen en gemarteld. Op 16 augustus volgde een razzia Koudum, waarbij behalve Gerben Ypma ook Tjalke van der Wal is vermoord door een groep SD-ers.

Haitze Wiersma was op 3 augustus ook een van de overvallers. Hij gaf de namen van de contactpersonen in Koudum door. Wiebe daarover: 'Doordat Haitze onze namen op een briefje met een koerierster had meegestuurd en dat briefje was onderschept door 'de groenen', moesten we onderduiken.' De Vries en Munniksma, ontkwamen dus. De laatste wist net op tijd uit handen van de Duitsers te blijven en dook onder. De Vries was op vakantie en werd gewaarschuwd. Wiebe Munniksma ontwaarde het naderende gevaar zelf. Dat moet zijn geweest op 14 augustus, want op 16 augustus ten tijde van de razzia was hij al ondergedoken. Hij fietste op de Dammenseweg. Zijn zoontje Rein, toen een peuter van een jaar of twee, zat voorop. Wiebe zag daar auto’s en mannen in blauwe overalls en wist meteen dat het foute boel was want de auto's reden op benzine en niet met een houtgasgenerator achterop, bovendien meende hij beruchte SD-ers als Zacharias Sleijffer en Frans Lammers te herkennen. Dit moet de groep zijn geweest die op 14 augustus Gerben Ypma wist te arresteren. 

'Die komen ook voor mij,' wist hij en ging meteen terug naar zijn huis aan de Ooste. Rein droeg hij over aan zijn vrouw Jiskje en vertelde haar: 'Ik ga weg, want ik vertrouw het niet. En jij moet hier ook snel weggaan.' Jiskje, hoogzwanger op dat moment, is toen met Rein naar buurvrouw Suzanne Bakker gegaan en heeft haar verteld over de situatie en dat Wiebe de mannen in de blauwe overalls niet vertrouwde. Jiskje verstopte zich in eerste instantie in het kippenhok van Bakker. Intussen had Wiebes vader, die kennelijk toch het een en ander wist van de illegale activiteiten van zijn zoon, Hans Kemker opdracht gegeven om Jiskje en Rein met de taxi naar Oosthem te brengen.Toen ze met de taxi op de Onderweg richting Workum reden, zagen ze de auto’s met de mannen in de blauwe overalls op de Bovenweg rijden. Wiebe was op de fiets vertrokken, eerst naar Jelle Kroondijk (nu Zijl 3), later naar Skûlenburg bij Hindeloopen en is daar bij een boer ondergedoken. Op 27 augustus 1944 hoorde hij dat twee dagen eerder dochter Trinie was geboren op het onderduikadres.


Wiebe had een vervalst persoonsbewijs op naam van Jelle Keegstra, uitgegeven door de gemeente Lemsterland 14 mei 1944, en een verklaring in tweee talen van de burgemeester van deze gemeente, 'dat de werkzaamheden van Jelle Keegstra het gebruik van een fiets absoluut noodzakelijk maken.' Het persoonsbewijs van zijn vrouw Jiskje Wiersma was ook vals, dit staat op naam Jiskje de Jong, uitgegeven Lemsterland 15 aug. 1944, een dag voor de razzia in Koudum.

Twee herinneringen aan het verzetswerk, afkomstig van Wiebe Munniksma (collectie Rein W. Munniksma). Links de verklaring van de burgemeester van Lemsterland d.d. 12 dec. 1944. Op de plaquette voor L.O.-medewerkers staat de plechtige tekst: 'Uit duisternis of ziend naar het licht der vrijheid vervuldet gij uw zware taak' (Collectie HK nr. 67, Wiebe Munniksma).

Wiebe Munniksma in 1938 en in 1947 samen met Jiskje Wiersma en hun kinderen Rein, Antje en Trinie. Deze foto is genomen aan de Snakke. Zij trouwden in 1941. Volgens de trouwakte was Wiebe net als zijn vader koopman in touw en touwwaren.

Na de oorlog keerde Wiebe de Verzetsbeweging de rug toe. Hij sprak zelfs niet met vertegenwoordigers van de vereniging Friesland 1940-1945. Ze zullen hem zeker gevraagd hebben, maar hij was het niet eens met de behandeling van mensen die tijdens de oorlog zogenaamd 'verkeerd' waren. Hij zei: 'we hebben in de oorlog allemaal wel eens iets verkeerd gedaan om er doorheen te komen'; een opvallende mening die haaks stond op die van andere mensen van 'het Verzet'. De 'verkeerden' zijn bijvoorbeeld als een soort straf aan het werk gezet op een schip dat was vastgelopen bij Galamadammen. 'Die mannen moesten proberen om het los te trekken, d.m.v. graven, duwen etc.' Wiebe was een tegenstander van zulke vergeldingsacties.

Tenslotte voegt het verhaal van Wiebe iets toe aan de bekende feiten over het lot van de verrader Arend Klee, die is doodgeschoten door het verzet bij de Galamadammen. Volgens Wiebe werd hij met een wagenwiel om zijn nek in het water gegooid. Het stoffelijk overschot kwam later toch bovendrijven. Wiebe daarover: 'Klaas Hiemstra die heeft hem gevonden en begraven op een stukje land van hem, bij de windmolen.' De informatie in de laatste zin is nergens anders te vinden en kan betrouwbaar zijn. Hiemstra was namelijk bode van de begrafenisvereniging. Zie voor het volledige verhaal over het lot van Klee: Ytsje Hettinga en Jan de Vries, It grutte swijen: De moord op Piebe Hoekema en de gevolgen (Warkum: De Ryp, 2022).

Bovenstaande versie van het verhaal over Wiebe Munniksma is gemaakt op 21 dec. 2022, op basis van informatie aangeleverd door Rein W. Munniksma en is met diens instemming gepubliceerd.

Jan de Vries