Kemker

Autobedrijf Kemker, aan de Nieuweweg 8-10, is anno 2026 het oudste nog actieve bedrijf van Koudum. Vorig jaar bestond het bedrijf 150 jaar. De oprichter is koperslager Jentje Kemker (1846-1927), geboren te Workum. Daar trouwde hij in 1871 met Trijntje de Jong. Vier jaar later, op 19 mei 1875, kochten zij in Koudum voor 2550 gulden de koperslagerij met winkel en werkplaats van de weduwe van de plotseling overleden Petrus Smits. Ook dit echtpaar kwam van oorsprong uit Workum. Uit de akte blijkt dat de koop de percelen 2416 en 2417 betrof (Tresoar 26 nr. 720555, akte 55).  Een van de beste locaties  voor een zaak want op een knooppunt van straten, vlakbij de kerk. Het huidige adres is Hoofdstaat 37, maar het pand zoals Jentje en Trijntje het kochten bestaat niet meer.

Kadaster 1887 Kemker

Petrus Smits LC 12 juni 1874

Het overlijdensbericht van Petrus Smits in de Leeuwarder Courant van 12 juni 1874. Gevonden met Delpher.nl.

Links een uitsnede van de kadasterkaart van 1887 (collectie Tresoar).

Jentje Kemker is een kleinzoon van Marcus Kemker (1784-1846) en Gerbrig Jentjes Bootsma (1771-1835), die in juni 1814 trouwden te Abbega, zij als weduwe. Marcus is geboren in Affinghausen bij Bremen in (D). Gerbrig was boerin. Zeer waarschijnlijk is Marcus een seizoensarbeider, een hannekemaaier. Een van de velen uit Noord Duitsland en Oost Groningen die ieder voorjaar naar Friesland trokken als boerenarbeiders voor het maaien, hooien en het uitrijden van de mest. Hoewel Marcus na de oogst van 1813 waarschijnlijk niet terug naar Duitsland ging, maar de winter doorbracht op de boerderij van Gerbrig want hun zoon Johannes werd geboren op 1 november 1814. Johannes overleed in Workum in 1873. Hij is de vader van Jentje en zijn drie broers Marcus (1837-1866), Jan (1839-1931) en Gerrit (1851-1862). 

Jentje en Trijntje kregen zeven kinderen, van wie de twee oudsten in Balk geboren zijn en de anderen in Koudum: Wijke (1872), Sjoerdje (1873), Johan (1875), Oeke (1877-1885), Pietertje (1878), Lieuwkje (1879) en Jan (1882-1942).

Het pand op de foto is de oude koperslagerij, zoals gekocht door Jentje Kemker. De reclame op de gevel wijst op uitbreiding van activiteiten in de auto- en rijwielbranche. V.l.n.r.: Hans Kemker, geb. 1911, Befke Kemker-de Boer, Wijke, geb. 1919 en Akke Kemker, geb. 1914. De foto moet gezien de leeftijden van de kinderen omstreeks 1925 zijn genomen (collectie Gerhard Koopmans bij Tresoar).

Jan, de jongste zoon van Jentje en Trijntje, zette in 1909 het bedrijf van zijn ouders voort en breidde het uit, zoals blijkt uit onderstaande advertenties en ook uit het bord op de oude gevel. Hij trouwde op 6 augustus 1908 in Koudum met Befke de Boer (1882-1958), dochter van Hans de Boer en Akke Hoekema. Een jaar na hun huwelijk volgde Jan zijn vader op in het bedrijf. Jan en Befke kregen vier kinderen: Trijntje (1910-1923), Hans (1911), Akke (1914) en Wijke (1920).

Uit de LAHANITO krant

De advertentie links komt uit de Leeuwarder Courant van 13 sept. 1909. De bron van de andere is niet bekend.

Jan Kemker 1882-1942 Hoofdstraat beneden 6

Jan Kemker 1882-1942. De foto is afkomstig van zijn rijbewijs; het nietje zat door de hoed. In 1927 lieten Jan Kemker en Befke de Boer een groot nieuw pand bouwen op de plaats van de oude zaak. 

Jan en Befke Kemker Hans, Akke en Wijke Trijntje Kemker

Jan en Befke Kemker met hun kinderen Hans, Akke en Wijke. Rechts hun jong overleden dochter Trijntje (1910-1923). Deze foto's ontvangen van Agnes Potma-de Jong, kleindochter van Jan en Befke. 

Hans Kemker, de volgende die de zorg voor het bedrijf op zich nam, trouwde in 1940 met Sietske Schilstra. Zijn zuster Akke in 1939 met Pieter Wytzes de Jong en Wijke in 1945 met Pieter Epema. Kemker was inmiddels een auto- en taxibedrijf, waar ook fietsen werden verkocht annex een winkel met potten, pannen, petroleumstellen, gasflessen, huishoudelijke artikelen van o.a. het merk Brabantia, etc. De winkel werd gerund door Sietske. Het inzetten van een nieuwe kous in een petroleumstel vond zij vervelend om te doen want het was vaak een hoop werk voor een paar centen. Het omwisselen van de gasflessen was soms ergerlijk wanneer ze leeg raakten op ongewenste tijden, zoals 's avonds of in het weekend.
Hans verhuurde zich met zijn T Ford als taxi aan de plaatselijke dokters, om visites af te leggen of bij bevallingen. In de winter plaatste een stoof bij de achterbank en zorgde hij voor een dekentje, zodat de dokter het niet koud kreeg. Als het wachten lang duurde dan kroop hij zelf op de achterbank om niet te verkleumen. Dr. Wiersema had zelf een auto en was een grote klant van Kemker, omdat hij jaarlijks tot wel drie koppelingsplaten versleet. Hij reed namelijk altijd met de koppeling half ingetrapt, ondanks vele adviezen om dat niet te doen. Tijdens de oorlog verstopte Hans zijn auto's onder de hooiberg van zijn schoonvader, omdat ze anders wellicht door de Duitsers zouden worden opgeëist. 
 
Hans en Sietske Kemker Grietsje, Jan
Hans en Sietske Kemker-Schilstra, met Jan en Grietsje.
 
Hans en Sietske kregen zes kinderen: Jan (1941), Grietje, Akke Wijke, Bea, Bauke en Liesbeth, van wie Jan en Bauke in de zaak kwamen, Jan bij de auto's Bauke bij de brommers en de fietsen. In 1965 is het bedrijf verplaatst van de Hoofdstraat naar de huidige locatie aan de Nieuweweg. In 1975 heeft Jan samen met zijn vrouw Fimmie Sinnema het bedrijf overgenomen. Bauke bleef de afdeling tweewielers doen. Jan en Fimmie zijn beiden op relatief jonge leeftijd overleden, Fimmie al in 1984, Jan in 1991. Samen met Bauke en hulp van de beide Beppes Hennie Sinnema en Sietske Kemker, hebben hun kinderen Hans, Henny, en Simon in 1991 de schouders onder het bedrijf gezet. Hans heeft het advies van zijn vader om leraar te worden niet opgevolgd, maar is in de zaak gegaan, samen met zijn vrouw Jeanette. In 2010 is Bauke gestopt. De vijfde generatie Kemker runt het bedrijf anno 2026 al 36 jaar.
 
Jan en Fimmie Kemker
1977, Fimmie Kemker-Sinnema op de brommer, wordt bijgetankt door Lysbeth Kemker, die van tijd tot tijd het tankstation bemande. Jan Kemker in overall en links een werkneemster van de Shell.
 
Jan de Vries, januari 2026