Van twaalf kruideniers tot een supermarkt

Sipke Feenstra noemt elf winkels waar in zijn jeugd, omstreeks 1880, kruidenierswaren werden verkocht: 'Winkels foar moal, beantsjes en sok spul wienen der noch al wat. Frou Okkinga, Douwe Jehanne [Visser], Japiks Boukje [Jacob Jans de Jong], Willem Simkes [Muizelaar], Rinse Jetske [Rinze Hiddes Koornstra en Jetske Salverda] , Alde Seeger op Pottebuorrren, Sanne en Sjoeke op Kninebuorren, Lytse Wouter en Gradus Jeltsje op Mounebuorren, dêr hienen jo dan ek noch Ruurd Smids wenjen, dy wie stekebakker en mostermealler. Dan wienen der op Easte trije winkeltsjes en wol: Hindriks Jap, Pibe Aaltsje [Piebe Sipkes en Aaltje Bakker-Kruis] en ús beppe Eeuwe Jantsje [Feenstra]' (Sipke Feenstra, Koudum yn myn bernejierren (Boalsert: Osinga, 1969) 8).

Hoofdstraat ca 1900

De winkel van 'Frou Okkinga' in de tekst van Feenstra is de eerste links met de meelzakken en houten ton op de stoep. Haar man Pieter Okkinga overleed in 1877. Toen deze foto omstreeks 1900 werd gemaakt was de winkel al van haar zoon Klaas.

In de halve eeuw die volgde lijkt het aantal kruidenierswinkels min of meer stabiel te blijven. Slagersdochter Hinke Beers-Boonstra en Jelle Romkes de Jong, die later de Spar had in de Hoofdstraat herinneren zich uit de jaren 1930 twaalf kruidenierswinkels: 1. Anne Hoekema (Verlengde Hoofdstraat 20), 2. Hessel van der Zee (Hoogstraat 8), 3. Cornelis van der Sluis (Hoogstraat 10), 4. Bauke Algera (Hoofdstraat 12), 5. Andries Hoekema (Hoofdstraat 26) 6. Jacob (Piers) Aukema (Hoofdstraat 39), 7. Sjoerd Reinstra (Bakkerssteeg) 8. Otte Veninga (Hoofdstraat 60), 9. Romke de Jong (Vermaningsweg), 10. Jelle Hoekema (Smidsweg), 11. Fonger Smits (Jacob Binckesstraat 19). 12 Hylke Feenstra, die tevens tuinder was. Jelle de Jong wijst daarnaast op venters als Jakkele Visser en Marten van Dijk en en aantal kleine koffie en theewinkeltjes van schippersvrouwen en weduwen: 

Op de Easte: Pibe Aaltsje, Douwe Geeske en Sake Durkje, yn de Pottebuert de susters fan Klaas Overzee, op Snakke widdo Grasman (Jelle de Jong, "Libbensrin", (2016), kolleksje HK).

Plattegrond 1948 2

De winkel van Andries Hoekema was volgens de beschrijving in dichtvorm van Sybren Venema in het begin van de eeuw van Jacob de Jong: ‘Wer ien hûs fierder Jacob de Jong, hie deselde grutterssaak’. Destijds werden ook op het adres Hoofdstraat 39 levensmiddelen verkocht. Deze winkel was volgens Venema aan het begin van de eeuw van Pier Aukema (1870-1947), schipper en fouragehandelaar en vader van de hiervoor genoemde Jacob Aukema. Venema schrijft: Yn twaen dielt waard d’ oare wente, Fan de dames Hornstra, Bakker Groenhout it stik nei ûnderen, En Pier Aukema nei boppen ta’. In 1902 kocht Pier het pand van Sjoukje Roukes Hornstra (Tresoar 26 nr. 141103 / akte 95).

Sybren Hengst was de opvolger van Jacob Aukema. Zijn winkel was aangeloten bij de EnKaBé. Toen Hengst in het voorjaar van 1954 naar Koudum kwam, nam hij naast de zaak van Aukema ook de omzet over van Otte Veninga (Hoofdstraat 60) en hij begon een afdeling met speelgoed. In 1957 verkocht Hengst de exploitatie aan een groep Koudumer winkeliers en het pand verkocht hij aan Simon en Hennie Sinnema, die er een kapperszaak begonnen. Jo en Rinkje Hoekstra-Haitjema namen de handel in speelgoed over en Romke de Jong en Andries Hoekema, die in kruidenierswaren. Rinke van der Veen behoorde ook tot de uitkopers van Hengst. Hij begon een zuivelhandel op Hoofdstraat 60, in de hiervoor genoemde winkel van Veninga.

Jelle de Jong schrijft ook dat zijn grootvader, ook Jelle Romkes de Jong,  in 1896 een winkel begon aan de Ooste, nu nr. 32. Deze winkel in potten en pannen veranderde in de loop der jaren in een kruidenierswinkel waar ook klompen werden verkocht en petroleum. Zoon en schoondochter Romke en Martsje namen het bedrijf over en verhuisden eerst naar een pand aan de Vermaningsweg om uiteindelijk in 1955 de kruidenierswinkel van A. Algera in de Hoofdstraat over te nemen.

Jelle R de Jonbg winkel Ooste

De winkel van Jelle en Fopje de Jong aan de Ooste, nu nummer 32.

In 1960 kreeg Koudum een zelfbedieningswinkel van de Spar-organisatie, de betrokken ondernemers waren Romke de Jong en zijn zoon Jelle. Zelfbediening was een nieuw winkelconcept, overgewaaid uit de Verenigde Staten. Verpakte levensmiddelen vormden de basis. Het maakte de keten tussen producent en consument efficiënter. Ook kwamen zo veel meer producten onder handbereik van de klant. Voor zowel winkelier als klant was zelfbediening een grote verandering, die het begin vormde van de overgang naar supermarkten. Eerder werden levensmiddelen van koekjes tot rijst en van stroop tot zeep in bulkverpakking aangevoerd en door de winkelier afgewogen en verpakt in zakjes of in een pan, blik of trommel die de klant meebracht. Zelfbediening werd geintroduceerd door inkooporganisaties zoals de Spar, die het niet lieten bij de inkoop en de distributie, maar zich steeds nadrukelijker als merk manifesteerden in de winkels door de marketing te verzorgen, met slagzinnen zoals: ’Kopen bij de Spar is sparen bij de koop’.

Omstreeks 1960 waren in Koudum nog minstens vier kruideniers: Andries Hoekema, A&O, Hoofdstraat 26-26a; Romke de Jong en zoon Jelle, Spar, Hoofdstraat 12; Cornelis van der Sluis, Centra, Hoogstraat 10 en Jelle Hoekema, Vivo, Smidsweg. Behalve winkels voor droge kruidenierswaren, waren er ook bedrijven gericht op de verkoop van zuivelproducten. Vanuit de plaatselijke zuivelfabriek Concordia werkten venters, die langs de deur kwamen met melk, pap, yoghurt, kaas etc. Een melkwijk werd dit genoemd. In deze sector verving flesverpakking het systeem dat klanten de gewenste hoeveelheid met een maatbeker kregen uitgeschonken in een meegebrachte pan. Rinke en Tietie van der Veen hadden omstreeks 1960 een zuivelwinkel annex melkwijk aan de Hoofdstraat op nummer 60, gemerkt met nummer 6. In de groentewinkel van Gerben en Tjitske Hoekstra, Hoofdstraat 16, werden ook kruidenierswaren verkocht. Zij waren aangesloten bij groothandel Brug.

Jelle en Romke de Jong

Jelle met zijn vader Romke achter de toonbank van hun nieuwe winkel in 1954.

In 1964 breidde Jelle de Jong zijn zelfbediening (Hoofdstraat 12) uit tot supermarkt, door de toevoeging van versprodukten zoals groenten en vleeswaren, om die reden kocht hij de groentewinkel van Sipke Bakker (Hoofdstraat 32) en vestigde daar een noodwinkel, die na de verbouwing van Hoofdstraat 12 is omgevormd tot woning van Jelle en zijn vrouw Nanny, annex winkel in klompen en laarzen etc.

Al spoedig bleven in Koudum twee supermarkten over: De Spar van Jelle en Nanny de Jong, als opvolgers van hun ouders Romke en Martsje, en een nieuwe supermarkt op Hoofdstraat 6 onder de vlag van A&O, van de combinatie De Vries, Hoekema en Van der Veen. De firmanten, die in 1971 fuseerden, waren Jelte en Wieke de Vries, die in 1965 de Centra van Van der Sluis overnamen en zich aansloten bij de VéGé; Lolke en Hillie Hoekema als opvolgers van Andries Hoekema in de A&O en Rinke en Tietie van der Veen van de Zuivelwinkel. Omdat Rinke was opgeleid als slager kwam in de nieuwe super ook een slagerij.

Jelle en Nanny de Jong verkochten de exploitatie van hun Spar, toen Jelle in 1979 beheerder werd van recreatiebedrijf de Kuilart. In 1986 kochten zij De Kuilart. De naam Spar verdween uit Koudum want latere kruideniers in dat pand werken onder namen van Kopak en A-markt. Ook de A&O veranderde van naam en werd Golff. Deze winkel is diverse malen vergroot. Voor het laatst in 1998, waarvoor enkele huizen aan Hoogstraat en Smidsweg moesten wijken. In 2003 is deze zaak verkocht aan de firma Poiesz.

 

Jan de Vries, december 2025, aangepast 12 februari 2026.