Dokter Wiersema

Pieter Wiersema, huisarts in Koudum 1909-1946

Pieter Wiersema is geboren op 28 november 1877 in Spijk, in de Groninger gemeente Bierum, als zoon van landbouwer Jan Wiersema en Trijntje Ubbens.[1] Hij ging naar het Christelijk Gymnasium in Zetten[2] en deed in 1900 staatsexamen in Utrecht. Hij studeerde medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in juni 1908 afstudeerde. In een jaar tijd deed hij ervaring op als huisarts in negen plaatsen in verschillende delen van het land (o.a. Ilpendam, Mijdrecht, Uithoorn, Waddinxveen, Helmond, De Wijk bij Meppel en Stompetoren). In september nam Wiersema de dokterspraktijk in Koudum over van dokter De Jong.[3] 

Wiersema kocht het huis Rozentuin (nu Dammenseweg 2) met de dokterspraktijk van Lykle de Jong die naar ’s-Gravenhage verhuisde op 8 september 1909 bij notaris Jan de Jong. Volgens de koopakte betrof het de “herenhuizinge met wagenhuis, erf en aanbehoren”, waarvoor Wiersema vierduizend gulden betaalde.[4] Bij de koop was inbegrepen “de apotheek, geneesmiddelen, en verdere instrumenten en verdere benoodigdheden, twee rijtuigen en paardentuig als mede de zonneblinden”. Dokter Wiersema verbouwde het pand in 1925 ingrijpend. Hij bouwde ook de vleugel aan de zuidkant met de spreekkamer en noemde het huis Aedes Renovatum (gerenoveerd huis).[5]

In diverse kranten, als eerste in de Leeuwarder Courant van 9 september 1909, staat een advertentie dat dokter Wiersema zich als arts in Koudum gevestigd heeft.

Wiersema werd tevens benoemd tot gemeentegeneesheer van de Wouddorpen, It Heidenskip en Koudum.[6]

Op 27 oktober werd Wiersema ook tijdelijk benoemd als gemeentegeneesheer van Hindeloopen. Bij deze aanstelling per 1 november 1909 werd bepaald dat Wiersema net als zijn voorganger dokter De Jong op dinsdag, donderdag en zaterdag naar Hindeloopen moest komen.[7] De bezoeken aan de omliggende dorpen deed de dokter net als De Jong met paard en wagen. Zo vroeg hij via een advertentie in oktober 1914 om een koetsier-tuinman; zonder goede getuigen hoefde men niet te reageren.[8]

Wiersema zal het meteen druk gehad hebben in Koudum en omstreken. In de winter van 1909-1910 geeft hij zowel in Oudega als in Koudum voor het Groene Kruis een EHBO-cursus, waar veel belangstelling voor is: tesamen zo’n zeventig cursisten.[9] Wiersema wordt al snel gewaardeerd in Koudum. In een dankbetuiging voor de blijken van medeleven met de ziekte en het overlijden van mevrouw Bouwstra uit Koudum in april 1910, krijgt de “weled. zeergel. heer P. Wiersema, arts te Koudum” speciale dank.[10] Wiersema wordt in dat jaar ook benoemd in de gezondsheiscommissie te Bolsward.[11]

Bij een paardenkeuring eind juni 1911 in Koudum, werden de merries Hilda en Rika van Wiersema opgenomen in het stamboek. Op de jaarvergadering van het Fries Genootschap was Wiersema in oktober van dat jaar een van de vijftig nieuwe leden van dat gezelschap dat daarmee het aantal van 535 leden behaalde.[12]

In september 1911 verloofde Pieter Wiersema zich met K.A.M. van der Linden die woonde op de Overtoom 423 in Amsterdam.[13] Het voorgenomen huwelijk van dokter Wiersema met Klasina Anna Maria van der Linden is blijkbaar niet doorgegaan.[14] Op 4 juni 1912 wordt namelijk in de Leeuwarder Courant de verloving aangekondigd van de Koudumer arts met G. de Groot uit Groningen. Pieter Wiersema trouwde op 7 augustus 1912 in Groningen met Geertje de Groot (geboren in 1888 in Onstwedde).[15] Op 30 mei 1913 veranderde Pieter Wiersema bij notaris Sebo Sierks in Koudum zijn testament. Als hij zou overlijden, zou zijn echtgenote Geertje de Groot zijn hele nalatenschap erven.[16] Zij overleed echter op 13 februari 1917 in Koudum, in de leeftijd van 29 jaar.[17]

Wiersema hertrouwde op 28 juli 1920 met Grietje de Bruin die op 26 januari 1890 geboren werd in Groningen. Zij is al een paar maanden na het huwelijk, op 12 oktober 1920, overleden in Groningen, waar haar ouders woonden.[18]


Het echtpaar Wiersema-de Bruin (collectie G. Koopmans bij HK).

Dokter Wiersema hertrouwde op 15 december 1921 in Het Bildt met Marretje van Stam.[19] Marretje, dochter van een landbouwer, 29 jaar oud, geboren in Achttienhoven, was weduwe van Sander van den Bosch.

Op 10 november 1922 is dochter Diederika Maria in Koudum geboren.[20] Daarna werden nog vier kinderen geboren: Jan Pieter (rond 10 april 1925), Ruthger Johannes (18 april 1926), Catharina Jantina Annetta (5 januari 1928) en Ubbo Menke (26 april 1932)[21].

Wiersema kwam uit een welvarend boerengezin, zijn vader was een Groninger grootgrondbezitter met vier boerderijen. Al snel kocht dokter Wiersema land in de omgeving van Koudum, onder andere in de buurt van Stavoren.[22] Ook in 1916, 1919 en 1922 kocht hij flinke stukken grond voor aanzienlijke sommen geld. Met de aankoop van land in 1922 was ruim 66.000 gulden gemoeid.[23] Wiersema verkocht ook wel weer eens wat grond. Het Nieuwsblad van Friesland van 28-02-1928 meldde dat dokter Wiersema een stuk weiland aan de Dammenseweg verkocht had aan N. de Vries die er een groentetuin met een kas wilde beginnen.

Dokter Wiersema zal een van de eersten in Koudum geweest zijn die over een telefoon beschikte. In ieder geval is hij vanaf 1916 ook 's nachts vanuit Hindeloopen telefonisch bereikbaar: In de Leeuwarder Courant van 23 juni 1916 staat een bericht uit Hindeloopen:

Dat laatste bericht was blijkbaar zo opvallend dat het ook in het Algemeen Handelsblad terechtkwam.[24]

Wiersema lijkt al gauw ook een actief betrokken Koudumer te zijn geweest. In 1912 dient hij met twaalf anderen een verzoek in bij de gemeenteraad tot het plaatsen van een extra lantaarnpaal “nabij den Singel aan den weg voorbij Klein Beuckenswijk [Nieuweweg 2]”. Het verzoek wordt in ambtelijke taal afgewezen, omdat er een commissie bezig is met elektrische verlichting.[25] Wiersema was bijvoorbeeld ook bestuurslid van het onderlinge ziekenfonds ‘Helpt Elkander’.[26] Verder houdt hij wel eens een toespraakje als een wijkverpleegster van het Groene Kruis afscheid neemt.[27]

Eind november 1912 was dokter Wiersema in Hindeloopen gestart met een cursus verbandleer voor het Groene Kruis in Hindeloopen met 15 deelnemers.[28] Wiersema verzorgde regelmatig de EHBO-cursus in Hindeloopen[29] en als in 1935 in Hindeloopen een consultatiebureai wordt ingesteld, fungeert Wiersema als geneesheer, op zaterdagmiddag om 1 uur.[30] Ook gaf hij wel les aan de cursisten van de tweejarige landbouw-huishoudcursus van de afdeling Koudum van de Friesche Maatschappij van Landbouw.[31] In 1913 wordt hij ook aangewezen als keuringsarts voor (ex-)gemeenteambtenaren.[32] Mevrouw Wiersema werd later bijvoorbeeld lid van het bestuur van Tryféna, een vereniging met als doel de christelijke bewaarschool in Koudum financieel te steunen, door goederen te maken om die dan in bazars te verkopen.[33]

Personeel was in het begin van de 20e eeuw blijkbaar niet altijd gemakkelijk te krijgen. Onder tientallen personeelsadvertenties voor diverse beroepen (vooral bakkers- en timmerknechten) in de Leeuwarder Courant van 15 januari 1913 staat ook een advertentie van mevrouw Wiersema, die per 12 mei een flinke dienstbode vraagt, die zelfstandig kan werken en koken.[34] Opvallend in deze krant is ook de advertentie direct onder die van mevrouw Wiersema: daarin wordt een dienstbode in Haarlem gevraagd!

Ook in het begin van de twintigste eeuw had de farmaceutische industerie al invloed op de medische wereld. In een advertentie van de N.V. Bataafsche Chemicaliënhandel in Batavia worden lecthinepillen aangeprezen als middel tegen talloze ziekten die ervoor zorgen dat de patiënt zich miserabel voelt. In Nederland worden de pillen voorgeschreven door een veertiental artsen, onder wie P. Wiersema in Koudum.[35] In 1918 kreeg Wiersema als gemeentearts in Koudum een toeslag van 200 gulden.[36]

Uit diverse krantenberichten weten we dat dokter Wiersema zo nu en dan moest optreden als eerste hulp bij een ongeluk. In september 1914 vond er een ernstig auto-ongeluk plaats op de Dammenseweg. Op een volkomen recht stuk weg reed een auto in volle vaart tegen een boom. De bestuurder, ijzerhandelaar Hanewacker uit Sneek, kwam over het raam van de open auto in de berm terecht en had enkele bloedende wonden die dokter Wiersema ter plaatse verbond. Zijn passagier, een handelaar uit Duitsland, kwam tegen een boom terecht. Hij liep naast een grote wond aan zijn been waarschijnlijk een schedelbasisfractuur op en was de volgende ochtend nog steeds buiten bewustzijn.[37]

Op 10 april 1922 vond er een merkwaardig ongeluk plaats, waarbij de chauffeur van een bus door zijn eigen bus werd overreden. Althans zo vertelt het Nieuwsblad van Friesland van 14 april 1922 het verhaal: “Bij het laten instappen van reizigers geraakte de heer A. Politiek Jr. alhier, bestuurder van den omnibus Koudum - station Koudum-Molkwerum, hedennamiddag te vallen met het gevolg dat de omnibus over hem heen reed. Zwaar verwond werd hij opgenomen. Na door Dr. Wiersema alhier te zijn verbonden, is Politiek onmiddellijk ter verdere behandeling per auto naar het Ziekenhuis te Sneek vervoerd.”

In februari 1925 werd dokter Wiersema naar Hindeloopen geoepen voor een ‘geheimzinnig vergiftigingsgeval’. De dienstbode van de doopsgezinde predikant Bussemaker werd op een dinsdagmorgen niet binnengelaten en schakelde de politie in. Die forceerde de deur en vond dominee Bussemaker bewusteloos in zijn kamer en mevrouw Bussemaker bewusteloos in bed. Dokter Wiersemaker constateerde bij beiden zware vergiftiging. Na de geneeskundige hulp kwam de dominee nog wel even bij, maar hij vertelde niet wat er gebeurd was. Beiden zijn in de loop van de volgende dagen overleden. In een naschrift probeert de krant uitvoerig te reconstrueren wat er gebeurd zou kunnen zijn en besluit met het vermoeden dat het zou gaan om een dubbele zelfmoord.[38]

Ook moet Wiersema wel naar Bakhuizen, bijvoorbeeld om ‘chirurgische bijstand’ te verlenen aan een jong meisje dat in Warns gevallen was toen ze met de fiets terugkwam van de weekmarkt in Sneek. Het meisje was met een gebroken been naar huis gebracht.[39] In Oudega moest hij een noodverband aanleggen bij een timmerknecht die zichzelf met een beitel een slagaderlijke bloeding had toegebracht. Na het verbinden moest de man alsnog naar het ziekenhuis in Sneek.[40]

Op 25 juni 1928 moest dokter Wiersema in Koudum naar veehouder S.V. toe, die gevochten had met een koe, nadat hij haar gemolken had. De boer vertrouwde de koe al niet, en toen zijn tweejarig dochtertje in de richting van de koe liep, rukte de koe zich los van het touw waarmee ze vastzat. De koe gaf het kind een kopstoot en daarna greep de boer de koe letterlijk bij de horens. In de worsteling die daarop volgde, zag het er niet goed uit voor de boer, maar hij kreeg hulp van omstanders die de koe overmeesterden. “Dokter Wiersema was spoedig ter plaatse om de noodige geneeskundige hulp te verlenen.” De dokter constateerde naast vleeswonden ook een gebroken rib bij de boer. Het kleine meisje had een wond op haar achterhoofd. Maar gelukkig: “De toestand van vader en kind laat zich gunstig aanzien.”[41]

Menigmaal moest Wiersema extra naar Hindeloopen. Bijvoorbeeld voor het consultatiebureau[42], als hij bij een ongeluk te hulp wordt geroepen[43], voor een per ongeluk afgezaagde pink[44] of voor een oefening van de luchtbeschermingsdienst.[45] In 1931 moest Wiersema naar een schipper in Hindeloopen die bij het ijsbreken bekneld was geraakt tussen dek en roerpen. Omdat hij ondraaglijke pijnen leed, is hij op aanraden van dokter Wiersema met de ziekenauto naar het ziekenhuis in Sneek vervoerd. “Zijn toestand baart groote zorg”, aldus het Nieuwsblad van het Noorden op 10 februari 1931.

Ook in Koudum gebeurden er ongelukken die de krant haalden en waarbij dokter Wiersema te hulp werd geroepen. Het Nieuwsblad van Friesland van 22 september 1929 meldde: “De heer H. Draijer alhier heeft gisteren bij het vallen op het ijs den linkerarm gebroken. Op advies van Dr. Wiersema is hij onmiddellijk naar het ziekenhuis te Sneek vervoerd.”

Schaatsongelukken gebeurden vaker. In januari 1933 gebeurden er twee ongelukken bij een hardrijderij voor jongens en meisjes. Een jongen liep een hersenschudding op toen hij tegen een touw aan reed. Een andere jongen brak een schhenbeen. “In beide gevallen verleende dokter Wiersema de noodige geneeskundige hulp.”[46] In januari 1939 constateerde Wiersema bij de Hindelooper schaatsenrijder U. Tjaarda een lichte hersenschudding, nadat deze bij het schaatsen ten val was gekomen. [47]

De Leeuwarder Courant van 24 juni 1929 plaatste onder de kop ‘Een slechte inzet’ een bericht over de eerste wedstrijd van de net opgerichte Koudumer voetbalvereniging Unitas (later Oeverzwaluwen):

Op zaterdag 10 mei 1930 moest dokter Wiersema in twee gevallen in Koudum geneeskundige hulp verlenen. In beide gevallen ging het om een oudere dorpsgenoot, zoals de krant meldt. Het ene geval betrof een ruim tachtigjarige man die slecht ter been was en nu door een val zijn heup had gebroken. De ander betrof een weduwe die van de zoldertrap viel en daardoor bewusteloos was geraakte.[48]

Niet altijd kon de dokter nog hulp bieden. Zo bijvoorbeeld in mei 1931 bij het tragische sterfgeval van de 21-jarige boerenknecht Taeke Smit die in dienst was van boer Bouma in Koudum. Terwijl hij in de wei een zuiglam achterna draafde, viel hij zomaar neer en raakte hij bewusteloos. “Dr. Wiersema werd opgeroepen, doch deze poogde tevergeefs de levensgeesten weer op te wekken.”[49] Blijkbaar kon hij in april 1932 wel succesvol geneeskundige hulp verlenen aan de boerenarbeider H.W.B. in Koudum. Die geraakte met paard en wagen op hol, waardoor de wagen over zijn hoofd heen reed. Dat leverde ernstige verwondingen op, die door de dokter behandeld werden.[50]

Soms moest Wiersema nog verder weg dan de gebruikelijke omringende plaatsen. In juni 1935 moest hij op een avond naar Oudemirdum. De visauto van de heer Sterk uit Lemmer reed daar het kleine meisje Uilkje Muizelaar aan, dat voor het ouderlijk huis wilde oversteken. Het meisje werd tegen de grond gesmakt en werd bewusteloos het huis binnengedragen. “Dr. Wiersema van Koudum en Zuster P. Hettinga van hier verleenden geneeskundige hulp, doch de toestand der kleine was Woensdagavond zeer ernstig.” De politie zou een onderzoek instellen naar de schuldvraag.[51] Ook begin 1939 behandelt Wiersema een patiëntje in Oudemirdum. Het gaat dan om een tweejarig meisje dat uit een kan met petroleum gedronken had. Ruim een half jaar later breekt een meisje in Oudemirdum een arm en moet Wiersema helpen.[52]

25 jaar huisarts in Koudum

Voor het aanstaande 25-jarig ambtsjubileum van Wiersema werd een flink huldigingscomité samengesteld. Daarin zaten negentien mensen, vertegenwoordigers van patiënten uit Koudum, Workumerveld, Bakhuizen, Hindeloopen, Molkwerum, Hemelum en Oudega H.O.N.[53] Het jubileum werd gevierd op zaterdag 8 september 1934. Van patiënten en ex-patiënten kreeg de dokter onder andere een schilderij van ‘een blik op Koudum’, gemaakt door de Friese schilder Elzinga.

De huldiging ging gepaard met diverse toespraken. Dominee Van Dijk sprak als voorzitter van de huldigingscommissie, P. de Jager namens het Groene Kruis en Wiersema zelf sprak een dankwoord. De toeloop was zo groot dat niet iedereen erbij aanwezig kon zijn. Daarom zou maandag een herhaling van de plechtigheid volgen.[54] Het Nieuwsblad van Friesland van 10 september 1934[55] was het meeste uitgebreid in de beschrijving van het jubileum. Het verslag eindigde met de zin dat het jammer was dat een deel van het publiek zich later op de avond niet meer behoorlijk gedroeg. Die mededeling werd enkele dagen later gerectificeerd:

“Het verslag aangaande het jubileum van dr. Wiersema te Koudum (zie no. van 10 Sept.) eindigde met de opmerking: “Jammer was, dat een deel van het publiek zich later op den avond niet meer naar behooren gedroeg.” Van andere zijde krijgen we hierop tegenspraak. Waar is alleen - zoo wordt gezegd - dat vanwege de enorme belangstelling velen moeite hadden om de zaal te bereiken. Ook buiten de zaal is volgens politiegetuigenis van onbehoorlijk gedrag geen sprake is geweest.
Ten slotte wordt opgemerkt, dat de voorzitter van het huldigings-comité, ds. Van Dijk, predikant is bij de Geref. Kerken in Nederland en niet bij de Geref. Gemeente.”

P. Wiersema, ten tijde van zijn 25-jarig ambtsjubileum (1934)

Eind 1937 maakte dokter Wiersema zich er sterk voor om in Hindeloopen waterleiding aan te leggen. De gemeenteraad is zeer verdeeld, men is vooral bang voor te hoge kosten. Dokter Wiersema, als gemeentegeneesheer van Hindeloopen, schreef daarop aan Burgemeester en Wethouders: “In verband met de eventueele plannen tot aanleg van een waterleiding te Hindeloopen, acht ik mij gedwongen dien aanleg ten zeerste aan te bevelen, vooral op hygiënische gronden omdat het water uit de pompen te Hindeloopen ondrinkbaar is, zoodat de bewoners steeds op regenwater zijn aangewezen, welk regenwater door de groene muggencadavers dikwijls geheel ondrinkbaar is." Mede dankzij deze aanbeveling stemt uiteindelijk de meerderheid van de gemeenteraad vóór het voorstel om waterleiding aan te leggen.[56]

Rond 1938 wordt door de gemeenteraad van Hindeloopen het salaris van gemeentegeneesheer Wiersema verlaagd tot 800 gulden per jaar[57]. Een verzoek van dr. H. W. Frowein uit Koudum om per 1 januari 1939 ook de armenpraktijk in de gemeente Hindeloopen te mogen uitoefenen, wordt met algemene stemmen afgewezen. De reden daarvoor is dat de dan geldende regeling met drie verplichte ‘komstdagen’ uitstekend werkt en dat dokter Wiersema best voldoet. De situatie zou anders zijn, als er een geneesheer in Hindeloopen zou komen wonen.[58]

Ook in de Tweede Wereldoorlog moest dokter Wiersema naar Hindeloopen om hulp te bieden bij ongelukken. In juni 1941 wilde een vrouw verhinderen dat haar dochtertje tijdens een wandeling van de zeedijk af zou lopen. Toen ze naar haar dochtertje toesnelde, kwam ze ten val, waarbij ze haar been brak. Dat constateerde tenminste “de ontboden geneesheer Dr. Wiersema van Koudum”.[59] Tijdens de Elstedentocht van 22 januari 1942 kwam een van de tochtrijders tussen Molkwerum en Hindeloopen zodanig ten val dat medische hulp nodig was. Dokter Wiersema constateerde bij de jongeman, student Krikke, een hersenschudding. Later op de dag is deze jongeman met de ziekenauto naar zijn ouderlijke woning in Heerenveen vervoerd.[60]

In de vroege morgen van 14 mei 1943 werden bij Hindeloopen drie Canadese vliegers gered bij het wrak van hun neergekomen Wellington. Een van de gewonden had allemaal glasspimters in zijn gezicht. De Duitsers wilden de gewonde zonder verzorging meenemen, maar dat lieten de Hindeloopers niet toe. Eerst kwam dokter Wiersema uit Koudum. Deze heeft de glassplinters uit het gezicht van de gewonde vlieger heeft verwijderd. Hij gebruikte daarbij het biljart als operatietafel.[61]

Op 16 februari 1946 staat er in de Leeuwarder Koerier een advertentie:

In de gemeenteraadsvergadering van Hindeloopen wordt “aan den heer P. Wiersema, gemeente-geneesheer [. . .] met ingang van 1 April '46 eervol ontslag verleend als gemeentegeneesheer belast met de armenverzorging, terwijl als diens opvolgers worden benoemd dr. A. Hazevoet te Workum en dr. L. E. Meijer te Koudum.”[62] Tijdens de algemene ledenvergadering van het Groene Kruis in Koudum krijgt dokter P. Wiersema woorden van dank. Hij was sinds zijn komst in Koudum in 1909 adviserend bestuurslid van de plaatselijke afdeling van het Groene Kruis.

Wanneer Wiersema naar Hilversum is verhuisd waar hij later woonde, is niet duidelijk, maar waarschijnlijk is dat eind 1950, begin 1951 gebeurd. Eind 1946 viert de familie Wiersema in Koudum nog het 25-jarig huwelijk van Pieter Wiersema en Marretje van Stam.

In juli 1950 slaagt zoon Jan Pieter voor het doctoraal examen geneeskunde deel 2 aan de Universiteit van Utrecht. In het telefoonboek van 1950 komt P. Wiersema nog voor (Naamlijst voor den interlocalen telefoondienst deel II) met nummer 23 als 'Rustend arts'. Op 1 mei 1951 verkoopt dr. Wiersema (van Hilversum, voorheen arts te Koudum) “de burgerhuizinge C 31, staande op Snakke te Koudum” aan schilder C. Smit.[63]

Pieter Wiersema overleed in Hilversum op 13 november 1966.

Over Wiersema zijn diverse anekdotes in omloop.

Jelle de Jong vertelde in de eerste fase van het onderzoek naar de Koudumers dokters [2013] het volgende:

“Myn pake Jelle wie ek tige wettysk en hie dan it smoar yn as dokter op sneins ek syn fisites die, dat hie gjin nut tocht pake bij groanyske siken sa’t myn tante Anna doe wie. ‘Wat moat dy man hjir op snein’, prottele pake dan. Op in sneintemoarn rekke dokter mei it gerei yn ‘e feart mar hij kaam mei droege fuotten op de wâl want syn koetsier en stâlfeint, Piter Sipkema, moast foaroer yn de feart stean gean en sa koe dokter oer de rêch fan Piter droech op de wâl komme. Deselde moarn noch helle de koster fan de grifformearde tsjerke, Hessel R. de Jong ûnder de preek Hartman Glashouwer en oare timmerfeinten fan Woudstra út tsjerke want hja moasten helpe de koets fan dokter wer op it droege te krijen.
Hij hie ek de gewoanten fan de grutte liberale Grinzer heareboeren wat it omgean mei it folk oangie. De tsjinstfammen moasten mei Bibellêzen en tankjen yn de keamer komme mar fierder koenen hja har miel yn ‘e kôken opite. Dokter Wiersema hat trije froulju hân, de lêste hie er bern bij, in stik as fjouwer, miende ik. Hja wie gjin ‘dame’ mar hie wat ordinêrs oer har. Hja mocht graach kletse en eltse wike hie hja wol teedrinkers as Ype Lene en sa, en dan gie der wat oer de tafel. Mar ek oars wie it in loeder: Romke de Jong moast ris wat kiezen lûke en krimmenearre nochal wat en doe’t er fuort gie kaam frou Wiersema efkes yn de gong en frege oan Romke: ‘Wie schreeuwde daar zo, Romke?’
Jûns rôp frou Wiersema soms út de sliepkeamer: ‘Moet je me nog gebruiken, Piet?’ Wêrop Piet werom rôp: ‘Doe de pantalon maar uit . . .’. Hij wie altyd wat hastich tink.”[64]

In het boek Koudum van doe en no (1978) van G. Koopmans staat op pagina 171 over dokter Wiersema[65]:
“Yn it jier 1909 krigen wy hjir yn Koudum in nije dokter: dokter P. Wiersma [sic]. Dy hat nou yn al de jierren dat er hjir syn praktyk hawn hat, hiel wat meimakke. Yn syn húshâlding, mar ek as dokter. Tink mar oan de swierrichheden dêr’t er yn de húshâldingen al den dei mei te krijen hie: 1914-1918: de mobilisaesje mei al syn wederwarichheden: 1818, de Spaenske gryp; de krisis yn de tritiger jierren, mei as útsetter de mobilisaesje 1939-1940 en dêr de oarloch en de besetting 1940-1945 efteroan.
Nei de oarloch hat dokter Meijer de praktyk fan him oernommen.”

Dokter Wiersema was ook de eerste in Koudum die een auto had en dat ging in het begin niet altijd goed. In 1991 schreef de toen 80-jarige Hindrik J. Wiersma in Bulte Nijs, de dorpskrant van Koudum, herinneringen aan zijn jeugd op. In het maartnummer van 1991 schreef Wiersma: “It wie dokter Wiersema (net Wiersma) dy’t as earste in auto hie. Dêrfoar ried Pieter Sipkema him by de siken lâns yn ‘e brik, of hy die it rinnende.
Hy wie net allinnich dokter, mar wie der ek noch boer by, want oan de Molkwarderdyk hie er in pear stikken lân. En efter syn hûs boppe oan de Dammensewei, wie de pleats, wêr’t no dokter Eisma wennet. Mar dat autoriden fan him gie net altyd goed. Sa rekke er al ridlik gau yn ‘e feart fuort by de Jiskepôle. Mar om’t de feart droech wie, foel it wol ta.”

 

©Histoarysk Koudum, juli 2025. Een eerste aanzet voor dit artikel werd gemaakt door Jelle de Jong in 2016. In juli 2025 werd het artikel aanzienlijk uitgebreid door Jelle van der Meulen/Histoarysk Koudum. 

 

[1] Geboorteregister 1877, aktenummer 114 - Gemeente: Bierum.

[2] Zetten (in de Betuwe) kreeg in 1864 het eerste christelijke gymnasium in Nederland (https://chrhbszetten.nl/historie/het-christelijk-gymnasium-van-zetten/).

[3] Nieuwe Provinciale Groninger Courant 07-09-1934.

[4] Minuut-akten 1909, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 072093, aktenummer 00072 - Gemeente: Hemelumer Oldeferd.

[5] Dokter Meijer (huisarts van 1946 tot 1974) maakte er 'Allemanstuin' van. Hij verving in 1963 het oude koetshuis. De huidige bewoners (anno 2025) zijn Mieke en Jan Eisma, huisarts van 1974-2011. Bij hen kwam de oude naam ‘Rozentuin’terug. Zie https://historisch.koudum.nl/index.php/straten-en-buurtjes/straten-zuid/dammenseweg/dammenseweg-2-rozentuin .

[6] Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant 27-10-1909.

[7] Uit het verslag van de raadsvergadering van de gemeente Hindeloopen, in de Leeuwarder Courant van 09-10-1909.

[8] Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 14-10-1914.

[9] Leeuwarder Courant 03-12-1909.

[10] Advertentie Leeuwarder Courant 15-04-1910. Ook in de Leeuwarder Courant van 08-07-1913 staat een advertentie met een dankbetuiging aan Wiersema, evenals in de Leeuwarder Courant van 07-02-1916, 20-01-1918, 03-04-1919, 2-12-1922, in het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant van 10-03-1916, 26-08-1927, 26-11-1929 of het Friesch Dagblad 02-04-1930. Ook later komen dergelijke advertenties voor.

[11] Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant 03-08-1910. Hij stopte in die commissie in april 1915 (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant 02-04-1915).

[12] Leeuwarder Courant 23-10-1911.

[13] Advertentie in Het nieuws van den dag - Kleine courant 09-09-1911.

[14] Klasina Anna Maria van der Linden is op 2 mei 1879 geboren in Mijdrecht; vader Hermanus van der Linden, moeder Anna Maria Koert. Ze heeft inderdaad in Amsterdam gewoond (Archief Gemeente Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 511).  Klasina van der Linden, dan wonende in Zeist, overleed op 02-06-1944 in Utrecht (Burgerlijke Stand van de gemeenten in de provincie Utrecht 1943-1950, archief 1221, inventaris­nummer 1830, 05-06-1944, aktenummer 1416).

[15] Huwelijksregister 1912, aktenummer 387 - Gemeente: Groningen.

[16] Minuut-akten 1920, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 072112, aktenummer 00028 - Gemeente: Hemelumer Oldeferd.

[17] Overlijdensregister 1917, archiefnummer 30-17, Burgerlijke Stand Hemelumer Oldeferd - Tresoar, inventarisnummer 3036, aktenummer 0010.

[18] Overlijdensregister 1920, archiefnummer 30-17, Burgerlijke Stand Hemelumer Oldeferd - Tresoar, inventarisnummer 3039, aktenummer 0055.

[19] Toegangsnummer 463: Burgerlijke Stand van de gemeenten in de provincie Utrecht 1903-1942 - Inventarisnummer: 234-16 - Aktenummer: 73.

[20] Geboorteregister 1922, archiefnummer 30-17, Burgerlijke Stand Hemelumer Oldeferd - Tresoar, inventarisnummer 1050, aktenummer 0112. Iets meer over deze dochter: https://groenegraf.nl/hetverhaalvan.php?id=24539.

[21] De kinderen zijn op een rijtje:
Diederika Maria, geboren 10-11-1922, overleden Hilversum 5-8-1961. Diederika slaagde in 1939 voor hetb examen MULO-B ( Friesch Dagblad 10-07-1939).

Jan Pieter, geboren rond 10-04-1925; familieberichten in De Nederlander, 14-04-1925. Jan Pieter Wiersema werd in 1937 na een toelatingsexamen toegelaten tot de 1e klas van de Christelijke H.B.S. in Leeuwarden (Leeuwarder Courant 13-07-1937). Een jaar later gaat hij over naar de tweede klas (Friesch Dagblad 05-07-1938) en weer een jaar later naar de derde (Leeuwarder Courant 10-07-1939). In juli 1940 gaat hij over naar klas 4 (Leeuwarder Courant 13-07-1940) en in juli 1941 naar klas 5 (Leeuwarder Courant 14-07-1941). Hij slaagt in mei 1942 voor het eindexamen B (Leeuwarder Courant 22-05-1942). In navolging van zijn vader gaat hij medicijnen studeren. In 1950 slaagt hij voor zijn doctoraalexamen 2e gedeelte (De Heerenveensche Koerier 01-07-1950). Een jaar later slaagt J. P. Wiersema te Hilversum, afkomstig van Koudum voor het eerste gedeelte van het artsexamen (Leeuwarder Courant 15-11-1951). In december 1952 slaagt J.P. Wiersma, Koudum (Fr) voor het artsexamen (o.a. De Volkskrant 09-12-1952). Daarmee was Jan Pieter Wiersema nog niet uitgestudeerd. In juni 1957 promoveerde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht “de heer J. P. Wiersema, geboren te Koudum, arts te Utrecht, tot doctor in de geneeskunde, op een proefschrift, getiteld: „De hyaliene membranen in de longen van neonati”; een patholoog-anatomisch en experimenteel onderzoek” (Nieuw Utrechtsch Dagblad 11-06-1957). In het artikel wordt ook een samenvatting van het onderzoek gegeven.

Ruthger Johannes, geboren 18-04-1926, overleden Hilversum 9-11-1952; Ruthger slaagt in juli 1940 voor het toelatingsexamen van de Christelijke HBS in Leeuwarden (Leeuwarder Courant 13-07-1940). In juni 1940 slaagt hij voor het examen Middenstandsdiploma Algemeen Handelskennis (Nieuwsblad van Friesland - Hepkema’s Courant 19-06-1944).

Catharina Jantina Annetta, geboren 05-01-1928; (advertentie Leeuwarder Courant 06-01-1928). Catharina slaagt in juli 1941 voor het toelatingsexamen van de Christelijke HBS in leeuwarden (Leeuwarder Courant 16-07-1941). In 1942 gaat ze over naar klas 2 (Leeuwarder Courant 29-06-1942).

Ubbo Menke, geboren 26-04-1932; (advertentie Friesch Dagblad 27-04-1932’; advertentie dankbetuiging - Friesch Dagblad 28-05-1932).
Zowel Diederika als Ruthger zijn begraven in een familiegraf op de Noorder Begraafplaats in Hilversum, respectievelijk in 1961 en 1952 (Zie https://groenegraf.nl/hetverhaalvansecure.php?id=24538, waar ook een foto van de grafsteen staat). Daar woonden de ouders toen ook. (Burgerlijke stand van de gemeenten in de provincie Noord-Holland, Archiefdeel van (dubbele) regis..., Hilversum, archief 617, inventaris­num­mer 4069, 11-11-1952, Overlijdensakten van de gemeenten in de provincie Noord-Holland, aktenummer 765).

[22] In 2013 noteerde de werkgroep die onderzoek deed naar de Koudumers dokters het volgende: “Dokter Pieter Wiersema (Koudum van 1909 tot 1946) wie in begoedige boeresoan út it Grinslân. Hij hie yn Koudum twa pleatsen nl: De pleats mei it bêste lân tusken Koudum en Hylpen dêr’t Vrolijk op buorke en letter Oeds en/of Teake Smid. En de pleats oan de Tsjerkhôfsleane dêr’t Willem Martens op buorke en letter Oeds en Atze Smid en doe in Terpstra en no wenje yn de heal ôfbrutsen pleats Semplonius en Ypie van der Velde. Ek hat Dokter oan de Dammensewei noch kij op stal hân. Piter Sipkema wie syn koetsier en dy die de buorkerij der by.

Trochdat dokter de namme hie fan in jildman, kamen der gauris Koudumers dy’t wat begjinne as keapje woenen, nei dokter om jild, want banken sa’t dy hjoed de dei wurkje wienen der doe eins net. Jo prebearen jild te krijen bij partikulieren, mar dokter wie dreech te rissen.

Tjalke de Jong fertelde: dan kamen je bij dokter Wiersema en leinen jo hiele siel en salichheid bleat en as er dan alles wist sei er: Het moet maar niet doorgaan Tjalke, het lijkt mij niet goed toe. Dokter Wiersema wie grifformeard mar syn hâlden en dragen wie net altyd sa grifformeard.” Waar dit verhaal vandaan komt, is toen niet goed genoteerd.

[23] Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant 08-02-1916 en 01-04-1919, 21-03-1922. In 1930 kocht Wiersema voor ruim 60.000 gulden “eene sate en landen te Hindeloopen” (Leeuwarder Courant, 11-10-1930).

[24] Algemeen Handelsblad 25-11-1916

[25] Raadsverslag Leeuwarder Courant 19-11-1912. Aan het eind van de 19e eeuw startte de elektrificatie van de straatverlichting in Nederland. Langzamerhand gingen eerst de steden en daarna de dorpen over van olie- en gasverlichting op elektrische verlichting. Over het algemeen gingen de dorpen in Friesland tussen 1900 en 1930 over op elektrische straatverlichting.

[26] Zie bijvoorbeeld het verslag van de jaarvergadering in de Leeuwarder Courant van 24-05-1913. In die vergadering werd Wiersema herbenoemd als bestuurslid.

[27] Bijvoorbeeld in 1923 bij het afscheid van zuster Van Melle: Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant 27-02-1923.

[28] Leeuwarder Courant 16-11-1912.Die curus gaf hij vaker. De Leeuwarder Courant van 28-02-1927 en 24-02-1928 meldde dat Wiersema deze cursus ‘geheel belangeloos’ gaf.

[29] Bijvoorbeeld Bolswardsche Courant 29-03-1939.

[30] Friesch Dagblad, 03-10-1935.

[31] Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant, 19-12-1932.

[32] Leeuwarder Courant 20-10-1913.

[33] Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant, 06-02-1933.

[34] Blijkbaar werkte een dienstbode slechts een jaar in het doktershuis. Een jaar later staat er in de hepkema weer een advertentie voor een dienstbode per 12 mei. (Nieuwsblad van Friesland, Hepkema’s courant 17-12-1913). Hier staat bij dat de was niet aan huis gedaan werd.

[35] Bataviaasch Nieuwsblad 18-12-1915. De advertentie, met de naam van Wiersema,  zou regelmatig herhaald worden.

[36] Verslag raadsvergadering in Ons Noorden 30-04-1918.

[37] Friso, 26-09-1918.

[38] Leeuwarder Nieuwsblad: goedkoop advertentieblad, 13-02-1925.

[39] Leeuwarder Courant, 08-07-1925.

[40] Leeuwarder Courant, 28-06-1928

[41] Bolswardsche Courant 30-06-1928.

[42] Bolswardsche Courant 05-10-1935.

[43] Bijvoorbeeld in 1937 ( Bolswardsche Courant 8-9-1937),

[44] Bolswardsche Courant 22-06-1938.

[45] Bolswardsche Courant 01-05-1937.

[46] Leeuwarder Courant, 30-01-1933.

[47] Friesch Dagblad, 06-02-1939.

[48] Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Couran,t 13-05-1930.

[49] Leeuwarder Nieuwsblad - goedkoop advertentieblad 15-05-1931.

[50] Leeuwarder Courant, 21-04-1932.

[51]  Friesch Dagblad, 01-06-1935.

[52] Friesch Dagblad, 19-01-1939 en Friesch Dagblad, 17-08-1939.

[53] Leeuwarder Nieuwsblad: goedkoop advertentieblad, 14-08-1934.

[54] Friso 15-09-1934.

[55] Het hele verslag in deze krant en in het Friesch Dagblad staat in de bijlage 'Kranten over 25-jarig jubileum dokter Wiersema' helemaal onderaan deze pagina.

[56] Leeuwarder Courant, 29-12-1937.

[57] Dat was eerder 1000 gulden, zo is te lezen in het Nieuwsblad van Friesland, Hepkema’s Courant van 12-12-1938.

[58] Leeuwarder Courant, 10-12-1938.

[59] Bolswardsche Courant 24-06-1941.

[60] Bolswardsche Courant 30-02-1942.

[61] Zie: https://www.hindeloopen.com/hindeloopen40-45/index.htm. Het verhaal staat ook in het boek Hindeloopen 40-45, samengesteld door H.W. Glashouwer e.a. (heruitgave 2020).

[62] Leeuwarder Koerier 05-04-1946.

[63] Nieuwsblad van Friesland - Hepkema’s Courant, 04-05-1951.

[64] In het Nederlands:
Mijn opa Jelle was ook streng in de leer en had dan de pest in als dokter op zondag ook zijn visites deed, dat had geen nut, dacht opa, bij chronische zieken zoals mijn tante Anna. 'Wat moet die man hier op zondag,' mopperde opa dan. Op een zondagmorgen raakte dokter met de koets in de vaart, maar hij kwam met droge voeten op de wal want z'n koetsier en stalknecht, Pieter Sipkema, moest voorover in de vaart gaan staan en zo kon dokter over de rug van Pieter droog op de wal komen. Diezelfde ochtend nog haalde de koster van de gereformeerde kerk, Hessel R. de Jong onder de preek Hartman Glashouwer en andere timmerbedienden van Woudstra uit de kerk, want ze moesten helpen de koets van dokter weer op het droge te krijgen.

Hij had ook de gewoonten van de grote liberale Groninger herenboeren in de omgang met het volk. De dienstmeisjes moesten met Bijbellezen en danken in de kamer zijn, maar verder konden ze hun maaltijd in de keuken opeten. Dokter Wiersema heeft drie vrouwen gehad, bij de laatste had hij kinderen, een stuk of vier, dacht ik. Ze was geen 'dame' maar had wat ordinairs over zich. Ze mocht graag kletsen en iedere week had ze wel theedrinkers als Ype Lene en zo, en dan ging er wat over de tafel. Maar ook verder was het een loeder: Romke de Jong moest eens wat kiezen trekken en jammerde nogal wat, en toen hij wegging kwam mevrouw Wiersema even de gang in en vroeg aan Romke: 'Wie schreeuwde daar zo, Romke?
's Avonds riep mevrouw Wiersema soms uit de slaapkamer:' Moet je me nog gebruiken, Piet?' Waarop Piet terugriep: ‘Doe de pantalon maar uit…’. Hij had altijd wel wat haast, denk ik.

[65]In het Nederlands: “In het jaar 1909 kregen we hier in Koudum een nieuwe dokter: dokter P. Wiersma [= Wiersema]. Die heeft nu in al de jaren dat hij hier zijn praktijk heeft gehad, heel wat meegemaakt. In zijn gezin, maar ook als dokter. Denk maar aan de moeilijkheden waarmee hij in de gezinnen elke dag te maken had: 1914-1918: de mobilisatie met al zijn wederwaardigheden: 1918, de Spaanse griep; de crisis in de jaren dertig, en ten slotte de mobilisatie 1939-1940 en toen de bezetting 1940-1945 achteraan. Na de oorlog heeft dokter Meijer de praktijk van hem overgenomen.”