Dokter De Jong

Dokter Lykle de Jong

 

Dokter Lykle de Jong huisarts in Koudum 1889-1909

Lykle de Jong werd op 15 januari 1863 in Koudum geboren als zoon van geneesheer Menno Antonius de Jong en Neeltje Oppedijk.[i] Lykle studeerde medicijnen in Groningen. Op 12 januari 1889 keerde hij weer terug naar Koudum, waar hij zijn vader opvolgde als huisarts in Koudum.

In zijn studententijd was Lykle de Jong bevriend met de Friese dichter en latere politicus Pieter Jelles Troelstra. Troelstra verloofde zich in 1885 met Sjoukje Bokma de Boer (schrijversnaam: Nynke fan Hichtum) en dat was een goede vriendin van Clara van Loon, met wie Lykle de Jong na zijn studententijd zou trouwen.

Op die manier kon de student Lykle de Jong ook figureren in de Friese historische roman De oare helte van Tineke Steenmeijer-Wielenga uit 1997. Daarin zegt Sjoukje op pagina 25 tegen haar tante dat ze een brief wil schrijven aan haar vriendin Clara: “Dy Clara wie no al wer in skoft learares yn Arnhim, fertelde se. Hja hie fêste ferkearing mei in studint, in Fryske jonge, ien fan Koudum, dy't hja troch har broer dy't hjir yn Grins studearre, kennen leard hie. It foarige jiers hie hja nei it maitiidsbal fan Vindicat west, mei dy Lykle de Jong. Doe wie it oanrekke.

Op 17 mei 1885 was de verloving tussen de rechtenstudent Pieter Jelles Troelstra en Sjoukje Bokma de Boer in Renkum, de woonplaats van Sjoukje, gevierd. Dan schrijft Steenmeijer-Wielenga:

“En op de 20ste stiene samar ûnferwachts Piter en syn freon Lykle de Jong alwer foar de doar. Oft hja meigie nei Arnhim? Hja woene Clara ferrasse troch har op te wachtsjen by de skoalle. Dan koene se mei har fjouweren ûnder inoar de ferloving nochris fiere.

It hie foargoed maitiid west dy deis, de nageltsjebeammen yn de tunen dêr't hja lâns rûnen, bloeiden mei in oerfloed fan swiet rûkende pearse en wite blommen. Grutte trossen sniene de jonges dêr temûk mei har bûsmessen fan ôf om dy de famkes en inoar op 'e klean te spjeldzjen. Sa feestlik yn 'e pronk wiene se nei in fotograaf ta set om har ferivigje te litten.

It wie in prachtich portret wurden fan twa jonge pearkes op in bankje mei in boskgesicht op 'e eftergrûn. De fotograaf sette der in buordsje by mei de datum en in tekst, dy't hja mei-inoar betocht hiene: ‘De Seringe Club In liefde Bloeiend’.” (p. 263)

Lykle de Jong trouwde op 11 april 1889 in Leeuwarden met Johanna Clara Joacomina van Loon.[ii] Clara was de dochter van de bekende liberale politicus Jacobus van Loon (1821-1903) die jarenlang lid was van de Gedeputeerde Staten van Friesland. Ook was Van Loon jarenlang voorzitter van het Frysk Selskip dat hij in 1844 mede oprichtte. Na het huwelijk woonde het echtpaar De Jong-van Loon in Koudum, in het doktershuis ‘Rozentuin’, nu Dammenseweg 2. Lykle volgde daar zijn vader als huisarts op; die vertrok op 1 mei 1889 naar Rheden om daar huisarts te worden. Dochter Aafke Jacoba Clara is op de Rozentuin in Koudum geboren op 2 april 1890, zoon Menno Antonius op 31 augustus 1891 en dochter Cornelia Catharina op 3 mei 1895.[iii]

handtekening van Lykle de Jong en J.C.J. (Clara) van Loon onder de huwelijksakte


Er zijn enkele medicijndoosjes van dokter Lykle de Jong bewaard gebleven in de familie De Boer. De oudste is waarschijnlijk van 1893, de andere doosjes lijken van latere datum.[iv] 

Dokter de Jong, zo schrijft ‘Sietse Gerts’, bezocht de patiënten die buiten Koudum woonden met een glazen koets. Abe Schuurmans, met een fluwelen petje op, is koetsier geweest bij dokter De Jong. Omdat het gemeentebestuur van Hindeloopen er maar niet in slaagde een huisarts aan te stellen in Hindeloopen, was dokter De Jong in ieder geval de laatste vijf maanden van het jaar 1900 ook waarnemend arts in Hindeloopen.[v]

Op 30 oktober 1899 gebeurde er een ongeluk bij de trein in Stavoren. Wisselwachter H. Albada, een jongeman van dertig jaar, was bij het rangeren van de trein gevallen, die vervolgens over zijn benen reed. Dokter Hiemstra uit Warns was snel ter plaatse, maar kon het alleen niet af. Zo werden dokter De Jong van Koudum en dokter Bouma van Sneek naar Stavoren geroepen. Met zijn drieën amputeerden ze beide benen van de ongelukkige wisselwachter; een been net boven, het andere net onder de knie. “Volgens berichten is de toestand van de patiënt naar omstandigheden bevredigend”, meldde de krant.[vi]

 

Als scheepsarts naar West-Indië en New York

In de nazomer van 1905 maakte dokter Lykle de Jong als scheepsarts een reis naar Suriname, Venezuela, Curaçao, New York en via de omgekeerde weg weer terug naar Nederland. Dat was al sinds de jaren tachtig van de 19e eeuw een vaste scheepvaartroute van de Koninklijke West-Indische Maildienst (KWIM).[vii] De Jong maakte van die reis een verslag in de vorm van brieven aan vrienden. Dat verslag is in 1908 uitgegeven onder de titel Brieven uit den Vreemde.[viii] De Jong was aanvankelijk niet van plan om het verslag te publiceren, maar deed dat toch, omdat het boekje uitgegeven werd ten bate van het Friesche Volks-sanatorium Herema-State in Joure. Het boekje, 116 bladzijden, met enkele foto’s, kostte ingenaaid f 1,50 en gebonden f 1,90.[ix] In het Tijdschrift voor Geneeskunde verscheen van H. Burger een korte, lovende recensie.[x]

De Jong vertrok op 23 augustus 1905 met het stoomschip Prins Willem IV[xi] vanaf Amsterdam voor een reis van bijna 100 dagen. Hij beschrijft de reis vrij uitvoerig en soms tamelijk lyrisch. Bij het vertrek uit Amsterdam schrijft hij: “Statig en rustig drijft de Willem IV over de nijdige, loodkleurige golfjes van het Y. Onstuimige, weinig goeds voorspellende regenvlagen hullen de stad van Gijsbrecht van Amstel in een droevigen nevel […].” Net als de meeste andere passagiers is De Jong de eerste dag behoorlijk zeeziek. Volgens hem is “van al de ziekten die acuut optreden de zeeziekte wel de meest aangrijpende.” (p.12)

Op een voor die tijd beslist levendige manier vertelt hij over wat er gebeurt op het schip, over het weer, de passagiers, de omgeving en hij schuwt enige geschiedenis niet. Als ze de Engelse kust naderen bijvoorbeeld, schrijft hij: “We zijn op historischen bodem of beter uitgedrukt de watervlakte rondom ons is meer dan eens getuige geweest van groote gebeurtenissen in de geschiedenis van verschillende volkeren. Roept u in het geheugen terug de dagen van Tromp en De Ruyter toen de bezem in den mast de zege verkondigde van de Nederlandsche vloot. Herinnert u den slag bij Duins waar Maarten Hz. Tromp de Engelschen klopte of De Ruyter’s tocht naar Chattam.” (p. 13)

De Jong lijkt goed thuis te zijn in geschiedenis en is opvallend goed belezen. Hij kent klassieke verhalen, vaderlandse en buitenlandse schrijvers[xii] en citeert net zo makkelijk liedjeszanger Koos Speenhoff of heeft het over Franse actrices. Regelmatig maakt hij in zijn verslag flinke uitstapjes, door bijvoorbeeld over Napoleon, de geschiedenis van de Azoren of van New York te schrijven, of over meteoren. Lyrisch kan hij zijn over de grootsheid en de gevaren van de zee of over een eiland dat opduikt in de Atlantische Oceaan.

Op 31 augustus wordt midden op zee Koninginnedag gevierd, te beginnen met het zingen van het volkslied ‘Wien Neerlandsch bloed’[xiii] , gevolgd door onder andere wedstrijden in zaklopen en stroophappen. Ruim een week later, op 9 september, arriveert ‘de Willem IV’ in Paramaribo. De volgende etappe start op 12 september en een dag later ligt het schip in Georgetown, de hoofdstad van Brits-Guyana. Een volgende tussenstop is Port of Spain, de hoofdstad van Trinidad. Daar is post uit Europa, “van geliefde verwanten en vrienden, nieuwstijdingen die ons onbekend zijn, de mededeeling van heilige vreugde of diepe smart.”

Daarna bezoekt het schip vijf havens in Venezuela. In de ene (Carupano) ligt het schip slechts een halve dag en kunnen de passagiers nauwelijks van boord, in een andere (La Guaira, de haven van Caracas) is er zelfs tijd genoeg om een dagtripje met de trein te maken.

Zaterdagochtend 23 september legt het schip al vroeg aan in de haven van Willemstad op Curaçao. Daar blijven ze niet lang om vervolgens enkele plaatsen op Haïti aan te doen. In Aquin, een havenstadje aan de zuidkust van Haïti, maakt De Jong in het huis van de heer Post-Eggeberts, de vertegenwoordiger van de KWIM, een afscheidsbijeenkomst mee van de “plaatselijke commandant van de militaire bezetting van de stad”. Er wordt gespeecht in het Frans en er wordt muziek gemaakt: “De muziek der militairen welke hare plaats had gevonden op het ruime balcon van de woning des heeren Post, zorgde voor de noodige afwisseling en speelde niet onverdienstelijk. Toch kon zij niet meten met Richard Hol, het illustre gezelschap van mijne vergelegen woonplaats.”[xiv]

Via de Bahama’s stoomt het schip in vijf dagen op naar New York. De Jong schrijft behoorlijk lovend over de stad, hij weet nauwelijks wat te beschrijven, want: “overal is het interessant, up to date en practisch.” Zo roemt hij kerken, Broadway (“wat de Kalverstraat is voor Amsterdam”), de hygiëne van de stad, of “de handigheid van een Amerikaansch tandentrekker […] die u gaarne voor een halven dollar of misschien minder, van uw slechte kies bevrijdt op een manie, die respect afdwingt en waar menig medicus in Holland nog een lesje bij kan nemen.”

Minder vindt De Jong de kerkhoven in New York, die zijn te modern: “Een kerkhof moet oud zijn en lommerrijk om den meesten indruk te maken”. De prijzen voor een hotelovernachting vindt hij “wel een beetje afschrikwekkend”, maar hij brengt de nachten aan boord door. Eveneens afschrikwekkend is de Morgue, het lijkenhuis waar de “zelfmoordenaar, verhongerden, verdronkenen, gevonden in min of meer verrotten toestand” een bergplaats vinden.

In het verslag van dokter De Jong is het onduidelijk hoelang de Prins Willem IV in New York is gebleven. De Jong doet het voorkomen of het schip van New York naar Le Havre is gevaren, waar het 24 november aankomt. Maar de krant Het Vaderland meldt op 14 oktober dat de Prins Willem IV op 12 oktober New York heeft verlaten voor een reis naar West-Indië. Dat zal wel kloppen, want dezelfde krant van 27 november meldt dat het schip op 24 november vanuit Paramaribo in Le Havre is gearriveerd. En dat is ook de gebruikelijke route van de schepen van de KWIM.

Op 27 november is ss Prins Willem IV terug in Amsterdam. Aansluitend zal dokter Lykle de Jong naar Koudum zijn gereisd om zijn taken als huisarts weer op zich te nemen.

 

Weer terug in Koudum

Tijdens de afwezigheid van dokter De Jong was S. Hoekstra van Wommels in Koudum zijn vervanger. In de gemeenteraadsvergadering van 30 december 1905 vraagt Hoekstra of zijn belastingaanslag in de gemeente Hemelumer Oldephaert kwijtgescholden kan worden. Hij heeft slechts tijdelijk in Koudum gewoond als waarnemer voor dokter De Jong en die heeft ook een aanslag gekregen. Het verzoek van Hoekstra is niet ingewilligd; de gemeenteraad heeft zelfs gekeken of de aanslag van De Jong niet kwijtgescholden zou moeten worden.[xv]

Ook in 1906 heeft Hindeloopen een huisartsenprobleem.[xvi] Mogelijk is er wel een huisarts, maar die kan dan in ieder geval de armenzorg er niet bij doen. Het gemeentebestuur van Hindeloopen vraagt of dokter De Jong van Koudum een half jaar lang de armenpraktijk in Hindeloopen wil waarnemen voor f 350. Dat doet De Jong. In 1907 is er wel een huisarts in Hindeloopen, maar het gemeentebestuur is er verdeeld over of deze dokter (De Vries) de armenzorg er wel bij kan doen. Weer wordt dokter De Jong uit Koudum gevraagd om waar te nemen, voor f 250. Dat vindt hij te weinig, want hij vraagt er uiteindelijk f 312 voor. In de raadsvergadering volgt een hele discussie en uiteindelijk vraagt men De Jong het te doen voor f 300.

In 1909 vertrekt het gezin De Jong naar ’s-Gravenhage.[xvii] Volgens een verslag van de gemeenteraad van Hemelumer Oldephaert en Noordwolde van zaterdagochtend 23 oktober deed dokter De Jong zijn praktijk over aan dokter Wiersema om gezondheidsredenen. Vanwege het vertrek vraagt De Jong ook ontslag als gemeente-geneesheer, “welke betrekking ruim 20 jaren door hem is vervuld. Het gevraagde ontslag wordt op de meest eervolle wijze verleend onder dankbetuiging voor bewezen diensten.”[xviii]

Het gezin verhuist naar ’s-Gravenhage, naar de Dunklerstraat 59. In de eerste adresboeken staat hij daar als arts genoteerd. Na 1925 staat die toevoeging er niet meer bij.[xix] Onduidelijk is of De Jong ook in ‘s-Gravenhage nog huisarts was, hij was immers om gezondheidsredenen weg gegaan als huisarts in Koudum. In ’s-Gravenhage trouwt op 3 april 1919 dochter Cornelia Catharina met de Amsterdamse jurist Hendrik Vredenrijk Hogerzeil. Bij het huwelijk is Menno Antonius de Jong, de broer van Cornelia, getuige van de bruid.[xx]

In 1927 woonde het echtpaar De Jong – Van Loon nog in Den Haag. Daar hebben ze op 11 maart 1927 een testament op laten maken.[xxi] Ook in het adresboek van 1936-1937 komt Lykle de Jong nog voor als bewoner van de Dunklerstraat 59, maar in het adresboek 1937-1938 woont hij daar niet meer. Waarschijnlijk zijn Lykle en Clara de Jong-Van Loon in 1937 verhuisd naar Oosterbeek. Daar woonde ook dochter Cornelia met haar kinderen.

Op 5 januari 1942 is Clara van Loon in Oosterbeek, gemeente Renkum, op Huize Bergoord overleden. Binnen een jaar, op 2 december 1942, overleed ‘na langdurig lijden’ Lykle de Jong, ‘rustend arts’.[xxii] Net als zijn vrouw werd Lykle de Jong enkele dagen na zijn overlijden gecremeerd in Westerveld (Driehuis, Noord-Holland).

 

© Histoarysk Koudum/Jelle van der Meulen, juli 2025

 

[i] Geboorteregister 1863, archiefnummer 30-17, Burgerlijke Stand Hemelumer Oldeferd - Tresoar, inventarisnummer 1014, aktenummer 0006.

[ii] Huwelijksregister 1889, archiefnummer 1007, Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, inventarisnummer 429, aktenummer 0032

[iii] Geboorteregister 1890, archiefnummer 30-17, Burgerlijke Stand Hemelumer Oldeferd - Tresoar, inventarisnummer 1021, aktenummer 0038 en 0118, en inventarisnummer 1023  aktenummer 0075.

[iv] Medicijndoosjes van dokter Lykle de Jong (via Sytske Dykstra). Wed- T. de Boer = Hendrikje (Hinke) Franzes Haarsma (Hemelum 1813 – Koudum 1901), weduwe van Tjebbe Baukes de Boer (Workum 1813 – Koudum 1876). Op 7 mei 1841 trouwden Tjebbe de Boer en Hinke Haarsma in Koudum. Het echtpaar kreeg zes kinderen, onder wie Jouke de Boer (Koudum 1852 – Koudum 1913). Die trouwde op 28 mei 1874 in Koudum met Antje Pastma (Scharnegoutum 1853 - 1919). Jouke was eerst boer, maar in 1878 werd hij kastelein in herberg De Pauw. Na de brand in 1902 kochten Jouke en Antje de Boer het Wapen van Friesland in Koudum. Hinke (Koudum 1875 – Koudum 1899) en Theodora (Koudum 1892 – Delden 1987) zijn twee van hun kinderen.

[v] Sietse Gerts [van der Heijde], Minsken fan doedestiids, 1973, p. 4 en Bolswardsche Courant, 05-08-1900.

[vi] Friso, 01-11-1899, p.2

[vii] De vaste route van de Koninklijke West-Indische Maildienst  was: Amsterdam - Paramaribo - Demerary - Trinidad - Carúpano - Cumaná - Guanta - La Guayra - Porto Cabello - Curaçao - Jacmel - Aquin - Aux Cayes - Jérémie - Petit Goave - Port au Prince - St. Marc - New-York - St. Marc - Port au Prince - Petit Goave - Jérémie - Aux Cayes - Aquin - Jacmel - Curaçao - Porto Cabello - La Guayra - Cumaná - Carúpano - Trinidad - Demerary - Paramaribo - Hâvre - Amsterdam. De Jong noemt op de heenreis niet Jérémie en Petit Goave (op Haïti). Van de terugreis vanaf New York noemt hij alleen Le Havre.

[viii] Brieven uit den Vreemde. Een Zeereis met de Kon. West-Indische Mail door L. de Jong, Arts te Koudum. Leeuwarden, Meijer en Schaafsma, [1908].

[ix] Brinkman's alphabetische lijst van boeken […], jrg 63, 1908, 01-01-1908 en advertentie

[x] Kopie recensie in het bezit van Histoarysk Koudum. De reden van de recensie over dit boekje is tweeledig: “Allereerst is het gevloeid uit de pen van een kunstbroeder, L. de Jong, arts te Koudum. Het feit van een scheppend kunstenaar op het gebied der fraaie letteren onder de geneeskundigen is in ons land zeldzaam genoeg om het niet stilzwijgend te laten voorbijgaan. In de tweede plaats geschiedt de uitgave ten bate van het Friesche Volks-sanatorium, Herema-State te Joure.”

[xi] Het stoomschip Prins Willem IV was in 1894 gebouwd bij Richardson Duck & Co. in Stockton-on-Tees (Groot Brittanië) als vracht- en passagiersschip voor de Koninklijke West-Indische Maildienst. Het schip kon 74 passagiers vervoeren. https://www.marhisdata.nl/schip?id=5311 Tijdens de reis van De Jong was op de heenreis naar New York Johan Christiaan de Roever (1862-1945) kapitein van de Prins Willem IV; op de terugweg was Pieter Koningstein (1873-1935) de kapitein.

[xii] Buitenlandse schrijvers die hij noemt of citeert, zijn bijvoorbeeld Lord Byron, La Fontaine, Victor Hugo, Zola, Duitse dichters als Schiller, Heine of de onbekendere Carl Spittler. Van de Nederlandse auteurs noemt hij o.a. Jan Pieter Heije en Kloos, zie bijvoorbeeld p. 20: “De zee geeft geen antwoord op mijne menschelijke vragen doch zingt haar weemoedig lied en klotst voort in eindelooze deining, zoals Kloos heeft gezongen.”

[xiii] ‘Wien Neêrlands bloed’ was het officiële Nederlandse volkslied tussen 1817 en 1932. De tekst was van de dichter Hendrik Tollens, de muziek van Johann Wilhelm Wilms.

[xiv] Muziekvereniging Richard Hol uit Koudum heeft bestaan van 1897 tot 1946. Zie: https://historisch.koudum.nl/index.php/muziek-en-zang/richard-hol/muziekvereniging-richard-hol. In 1946 fuseerde ‘Richard Hol’ met de christelijke muziekvereniging ‘Looft den Heer’ tot de nog steeds (2025) bestaande fanfare Nij Libben.

[xv] Friso, 06-01-1906.

[xvi] Die problemen bleven maar voortduren. In de Bolswardsche Courant van 02-02-1908 staat een bericht dat vanwege een gebroken arm van een 80-jarige bijna blinde vrouw een dokter van Koudum gehaald moest worden “waar in het gunstigsten geval een paar uren mee gemoeid gaat, hetgeen voor zoo’n ongelukkige natuurlijk pijnlijke oogenblikken zijn.” Het bericht begint met de zin: “Heden werden we er weer opnieuw aan herinnerd hoe noodzakelijk het is een inwonend geneesheer te bezitten.” De slotzin luidt: “Het is dan ook te wenschen dat de gemeenteraad spoedig in zijn pogen zal slagen.”

[xvii] Bevolkingsregister gemeente Hemelumer Oldeferd_518_1900-1916.

[xviii] Friso, 30-10-1909 p.2.

[xix] Gemeentearchief ’s-Gravenhage gedigitaliseerd-bibliotheekmateriaal: Adresboekjes 's-Gravenhage, 1914; p. 0452, Bestandnaam NL-HaHGA_7008-01_1914_2_00430.jp2. Plus latere adresboeken in het Gemeentearchief ’s-Gravenhage.

[xx] 0335-01.903 Huwelijksakten Den Haag. Aktenummer B290.

[xxi] Haags Gemeentearchief, Notariëel Archief II, 11 maart 1927 (https://www.openarchieven.nl/hga:3DF7CA8A-059A-427B-9AB2-72170CD6A027/nl).

[xxii] https://www.hansbraakhuis.nl/Renkum/huizen-en-villas.html (juli 2025) en overlijdensadvertenties.