Lolke Dokkum (1842-1938), aanvankelijk ‘kramer’, verhuisde in 1872 met zijn eerste vrouw Jaay Deinum en twee zoontjes van Warns naar Koudum, waar hij in een pand aan de Beneden Hoofdstraat (nu Hoofdstraat 58) een manufacturenzaak begon. Naast zijn werk in de winkel reisde hij met handelswaar door Zuidwest-Friesland, waar hij een flink aantal vaste klanten had. Die ging hij te voet langs, soms wel tot aan Tacozijl. Hij trouwde drie keer, omdat hij twee keer weduwnaar werd, en kreeg in totaal dertien kinderen, twee bij zijn eerste, negen bij zijn tweede en twee bij zijn derde vrouw.
In 1892 overleed zijn tweede vrouw, Akke Deinum, een jongere zus van Jaay. Net als na het overlijden van zijn eerste vrouw, bleef Lolke achter met een paar jonge kinderen. Hij trouwde voor de derde keer in 1893 met de 19 jaar jongere Tjerkje de Vries uit Koudum. Ze kregen twee dochters: Antje (1894-1976, links) en Gerbrig (1901-1978, rechts). Ze werden later de ‘Dames Dokkum’ genoemd.
De zonen Gerben en Lolke Dokkum begonnen ieder eenzelfde zaak als hun vader. Gerben in Sneek en Lolke jr. (1884-1961) met zijn vrouw Wypkje Stellingwerf in de Hoofdstraat in Koudum. Lolke sr. verzorgde heel lang de inkoop voor deze zaken, nog toen hij 80 jaar was. De manufacturenwinkel in Koudum werd in 1930 overgenomen door de Dames Dokkum, toen Lolke jr. kassier werd bij de Boerenleenbank.
De dames Dokkum bleven allebei ongehuwd en dreven samen hun winkeltje in manufacturen in de Hoofdstraat. In 1937 werd het pand aan de Hoofdstraat afgebroken en werd de toenmalige woning van Lolke jr. aan de Hoogstraat nr. 4 verbouwd.
|
|
De Dames Dokkum woonden er tot 1972 en dreven daar hun manufacturenwinkel. Zij sloten de winkel op 13 mei 1972, precies 100 jaar nadat hun vader als manufacturier in Koudum begonnen was.
© december 2025 Histoarysk Koudum/Jelle van der Meulen