Emigratie van Hendrik Smits naar Argentinië

Op 2 februari 1889 werd het gezin van Hendrik Smits uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Hemelumer Oldeferd wegens vertrek naar Argentinië, Zuid-Amerika. Daarmee is Hendrik Smits de eerste huisvader uit Koudum die met zijn gezin naar dat land vertrok. Er zouden in de loop van dat jaar nog een vijftiental andere huishoudens uit Koudum ook naar Argentinië emigreren.[i]

vertrek Hendrik Smits

Hendrik Smits was op 27 december 1862 in Koudum geboren als zoon van Gerbrig Deinum (Workum, 8-10-1835) en Kornelis Douwes Smits (Koudum, 20-11-1831). Met zijn ouders woonde hij in de periode 1868-1869 in Hindeloopen, waarna het gezin weer terugkeerde naar Koudum. Zijn vader overleed in 1870 toen Hendrik nog geen acht jaar oud was, waarna zijn moeder in 1873 hertrouwde met Nolke Wouda die van Lemmer afkomstig was.

Op 28 oktober 1879 werd de toen 16-jarige schoenmaker Hendrik Smits tot een dag gevangenisstraf veroordeeld wegens ‘het smijten met steenen in eens anders gesloten plaats’. Er bestond nog geen apart jeugdrecht en deze dag gevangenisstraf was een soort negentiende-eeuwse variant van een Halt-straf voor een jongere die zich had misdragen, in dit geval door stenen op andermans erf te gooien.[ii]

Van mei 1880 tot mei 1881 woonde de 18-jarige Hendrik in Workum als schoenmaker, een beroep dat zijn verdere leven achter zijn naam zou staan. Op 22 maart 1882 is Hendrik goedgekeurd voor de militaire dienst. Op 9 mei 1882 treedt hij in dienst bij het 1e regiment der Infanterie, maar drie dagen later wordt hij alsnog afgekeurd ‘wegens gebreken’. Bij de reden tot vrijstelling wordt nog apart vermeld: ‘op krukken’. De afkeuring blijkt volgens het militaire register te gaan om artikel 311 van het Reglement omtrent de ziekten en gebreken van de Nationale Militie (1870): "Misvorming of verkromming van den voet (zoogenaamde horrel- en platvoeten), waardoor het marcheren bemoeijelijkt wordt."[iii]

Zo staat het in het militaire register koel genoteerd. Maar wat heeft dat betekend voor een 21-jarige dienstplichtige uit Koudum in 1882? Hendrik is waarschijnlijk met de stoomboot naar Sneek gevaren. Vandaar kon je toen wel al met de trein naar Leeuwarden, waar hij zich op 9 mei voor zijn dienstplicht moest melden bij het 1e Regiment Infanterie, vermoedelijk in de Frederikkazerne aan de Amelandsdwinger.[iv]

Na zijn aankomst kreeg hij zijn uniform en legernummer uitgereikt, waarna direct de eerste zware exercities op het exercitieveld begonnen. Tijdens dit langdurige stilstaan en marcheren op stugge militaire laarzen speelde zijn voetafwijking waarschijnlijk direct pijnlijk op. Al op de derde dag stelde de korpsarts vast dat zijn ernstige platvoeten of klompvoeten (code nr. 311) hem ongeschikt maakten voor de actieve velddienst. Door zijn voetproblemen liep hij na die eerste dagen in militaire dienst blijkbaar op krukken. Hendrik werd direct definitief afgekeurd en mocht per omgaande weer naar huis. Met de trein van Leeuwarden naar Sneek en vervolgens per boot naar Koudum.

Schoenmaker Hendrik Smits trouwde op 6 mei 1887 in Koudum met Johanna Schaper die tien jaar eerder (28 november 1852) dan Hendrik in Koudum geboren was. Deze Johanna Schaper was in 1876 getrouwd met Yke van der Molen, afkomstig van Stavoren. Toen Yke van der Molen op 1 augustus 1885 in Koudum overleed, bleef Johanna achter met drie kinderen in de leeftijd van een tot zes jaar. Het huwelijk tussen Hendrik en Johanna zal niet overhaast zijn gegaan. Hendrik was al jaren een vrijgezelle schoenmaker, Johanna al bijna twee jaar een weduwe met drie jonge kinderen. Het is wel op zijn minst opvallend dat de (christelijk-)gereformeerde Hendrik Smits trouwde met de Nederlands-hervormde Johanna Schaper.

In de latere bevolkingsregisters van Hemelumer Oldeferd in de 19e eeuw en die van de eerste decennia van de 20e eeuw staan Johanna en de kinderen uit haar eerste huwelijk consequent als Nederlands-hervormd te boek. Vader Hendrik en de kinderen van Hendrik en Johanna staan als (christelijk-)gereformeerd in de registers. In een tijd waarin religieuze eenheid binnen het gezin een tamelijk dwingende maatschappelijke norm was, kozen Hendrik en Johanna er blijkbaar voor om elk hun eigen geloof aan te houden.

Het huwelijk dat de 24-jarige gereformeerde schoenmaker Hendrik Cornelis Smits en de 33-jarige Nederlands-hervormde weduwe Johanna Wabes Schaper in 1887 in Koudum sloten, moet voor die tijd uitzonderlijk zijn geweest en niet per se vanwege het leeftijdsverschil. In 1886 had de Doleantie in Nederland plaatsgevonden[v], maar in Koudum bestond al enkele tientallen jaren een (christelijk-)gereformeerde kerk.[vi] Hoe Johanna en Hendrik tot het huwelijk gekomen zijn, is niet bekend. Uiteraard bood het huwelijk de weduwe met kinderen enige economische zekerheid.

De religieuze tweedeling moet van invloed geweest zijn op het gezin en de opvoeding van de kinderen. Maar hoe precies? De drie oudste kinderen bleven misschien wel uit respect voor hun overleden biologische vader trouw aan de Nederlands Hervormde Kerk? De later geboren kinderen uit het nieuwe huwelijk volgden in ieder geval de gereformeerde lijn van vader Hendrik. Ondanks de destijds sterke sociale controle en kerkelijke druk in het orthodoxe Koudum, hield het echtpaar deze 'religieuze apartheid' blijkbaar met succes vol.

Op 12 april 1888 kregen Hendrik en Johanna een levenloos kindje. Nog geen jaar daarna, op 2 februari 1889, werd het Koudumer gezin - vader Hendrik, moeder Johanna en de drie (stief)kinderen - uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Hemelumer Oldeferd wegens vertrek naar Argentinië, Zuid-Amerika. De kans is vrij groot dat het gezin van Hendrik Smit in Amsterdam op 5 februari met de ss Schiedam vertrokken is naar Buenos Aires, waar het schip half maart – de exacte datum is niet bekend – aangekomen zal zijn.

 

 

Hoe de ontvangst en de wederwaardigheden in Argentinië voor dit gezin geweest is, is verder niet bekend. Heel succesvol was het blijkbaar niet, want op 16 september 1891 wordt het gezin weer ingeschreven in Koudum. Nu niet met vijf, maar met zes personen: in Argentinië, in de plaats Azul, is dochter Gerbrig Smits geboren op 31 maart 1890.

Meer Nederlanders, ook Koudumers, keerden na een kortere of langere periode terug naar huis. Maar dat Hendrik Smits er niet geslaagd in geslaagd is in Argentinië een bestaan op te bouwen, is enigszins opmerkelijk. Weliswaar had Argentinië vooral behoefte aan landarbeiders, maar volgens de eveneens uit Koudum afkomstige en naar Argentinië geëmigreerde Wouter Wouters zouden juist schoenmakers ook een goede boterham kunnen verdienen. In een ingezonden brief in het Nieuw Advertentieblad van 23-12-1893 schrijft Wouter Wouters:

“Een ambachtsman verdient hier ongeveer 3 pezo per dag, hetzij hij is smid, timmerman, metselaar, enz. Ik wil echter gelooven, dat hier geen beter vak is dan dat van schoenmaker; want klein en groot, arm en rijk, ieder draagt hier schoenen. Bijgevolg zou het klompmaken hier een bedrijf zijn, waarmee geen droog zout viel te verdienen. Maar ’t schoenmaken! Altijd druk werk aan den winkel. Brengt men een paar schoenen ter reparatie, men krijgt ze haast niet terug.” In een latere brief noemt hij schoenmakers onder de beroepen die het meest verdienen.[vii] Maar toen was Hendrik Smits alweer lang en breed terug in Koudum.

Op 22 december 1892 is in Koudum de tweeling Cornelia en Jacoba geboren. Op 9 september 1901 vertrok het gezin (vader Hendrik, moeder Johanna en de dochters Gerbrig, Cornelia en Jacoba) van Koudum naar Akkrum. Het gezin van de schoenmaker verhuisde begin januari 1902, dus binnen vier maanden al, van Akkrum weer terug naar Koudum.

De dienstbode Gerbrig Smits, geboren in Azul in Argentinië, werd op 25 maart 1913 voor korte tijd weer ingeschreven in het bevolkingsregister van Hemelumer Oldeferd, komende uit Enkhuizen. In die regio werkten toen trouwens ook haar zussen Cornelia en Jacoba. Ze vertrok twee maanden later weer naar Enkhuizen. Dat was op 22 mei 1913, de dag dat ze in Koudum trouwde met de van Andijk afkomstige Dirk Mantel. Vanaf haar huwelijk in 1913 heeft Gerbrig overigens de naam Gerberig.[viii] Zij en haar man kregen twee kinderen: Dirk Mantel (1914-1977) en Hendrik Cornelis Mantel (1916-2009). Gerberig Mantel-Smits is overleden op 6 juni 1950 in Enkhuizen, 60 jaar oud.

foto met o.a. Hendrik Smits en Gerbrig Smits.
voorste rij vlnr: Gerrit van der Molen, Geertie Maas, Hendrik C. Smits, Johanna Wabes Schaper, Gerrit Roelofs Hiemstra en Antje van der Molen; achterste rij vlnr: Romke de Jong, Jacoba Smits, Dirk Mantel, Franke Hendriks de Boer, Gerbrig Smits, Klaaske van der Molen[ix]

Jacoba Smits trouwde in Koudum op 19 mei 1921 met Romke de Jong (Koudum, 23-01-1893).
Cornelia Smits trouwde in Koudum op 3 september met Rienk Schaap (Workum, 1892). Dit echtpaar scheidde op 5 juni 1919 en Cornelia hertrouwde op 27 januari 1921 met Sjerp de Jong (Hieslum, 25-01-1892). 

Hendrik Smits bleef met Johanna Schaper in Koudum wonen. Hij overleed op 70-jarige leeftijd op 24 januari 1933 in Enkhuizen, waarschijnlijk bij een dochter. Johanna Schaper overleed, net geen 90 jaar oud, op 16 november 1942 in Koudum.



[i] Inleidende informatie over de emigratie naar Argentinië (van Koudumers) in 1889 op de pagina ‘Emigratie van Koudumers naar Argentinië eind 19e eeuw’.

[ii] Deze interpretatie is gebaseerd op publicaties over het Nederlandse jeugdstrafrecht vóór de Kinderwetten van 1905 zoals M. Weijers - De uitvinding van het kinderstrafrecht (2000) en C. Kelk - Nederlands detentierecht (2010).

[iii] Het desbetreffende reglement is onder andere hier online te lezen.

[vii] De complete teksten van de brieven van Wouter Wouters zijn op deze pagina van de website van Historisch Koudum te lezen.

[viii] Zie bijvoorbeeld Huwelijksregister 1913, archiefnummer 30-17, Burgerlijke Stand Hemelumer Oldeferd - Tresoar, inventarisnummer 2035, aktenummer 0018.

[ix] De foto komt van de website https://www.holkema.info/ (oktober 2026). Wie de twee meest rechtse figuren zijn op de achterste rij, is niet bekend.