Gerrit van Duyl - een in Koudum geboren NSB'er

Gerrit van Duyl, die in Koudum geboren werd en er zijn kleuterjaren doorbracht, is geen bekende Koudumer. Toch is hij in de vaderlandse geschiedenis geen onbekende, al is het bepaald niet zo dat Koudum trots op hem kan zijn: “Gerrit van Duyl (Koudum, 18 september 1888 – Zeist, 27 december 1952) was een Nederlands theoloog en nationaalsocialistisch politicus”, zo begint het artikel op Wikipedia over deze NSB’er. Van Duyl kreeg na de Tweede Wereldoorlog tien jaar gevangenisstraf, onder andere omdat hij zich aangesloten had bij de Germaansche SS.

Vermelding geboorte van Gerrit van Duyl (Duijl) in het bevolkingsregister van Hemelumer Oldeferd

 

Deze Gerrit van Duyl (oorspronkelijk Duijl) zag het levenslicht in Koudum op 8 september 1888[i]. Zijn moeder was Helena Berghege, op 26 december 1859 geboren in het Zeeuwse Vrouwenpolder. Zijn vader Hendrik George van Duijl werd geboren op 27 december 1859 in Heukelum, toen Zuid-Holland en thans onderdeel van de gemeente West-Betuwe in Gelderland.[ii] Ze trouwden op 20 oktober 1887 in Haaksbergen (Overijssel)[iii] waar de predikantsdochter Helena Berghege woonde en waar Van Duijl rijksontvanger was van 1885 tot 1886[iv]. Van Duijl woonde toen hij trouwde al in Koudum en zijn vrouw verhuisde daar ook naartoe.

Hendrik George van Duijl was daar namelijk op 20 augustus 1886 aangesteld als “rijksontvanger der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen te Stavoren c.a. (residentie Koudum)”. Een rijksontvanger was een belangrijke lokale ambtenaar die verantwoordelijk was voor het innen van de directe belastingen, accijnzen en invoerrechten voor de landelijke overheid (het Rijk). Tot het gebied van de rijksontvanger ‘Stavoren c.a. (cum annexis)’ hoorde in die tijd behalve de stad Stavoren ook de gemeente Hemelumer Oldefert, met Koudum als hoofdplaats, waar ook de woning van de rijksontvanger stond[v].

In een Fries dorp als Koudum aan het einde van de 19e eeuw behoorde de rijksontvanger tot de notabelen. Hij stond op gelijke voet met de burgemeester, de dominee, de dokter en de notaris. Dat is te zien: zoon Gerrit werd op het gemeentehuis aangegeven door dokter Wieger Visser en notaris Jan de Jong. Maar hoe de positie van de rijksontvanger in Koudum in die tijd precies lag, is moeilijk te zeggen. 1888 was een roerige tijd in de landbouwgebieden van Friesland en Groningen. De landbouwcrisis sloeg hard toe en sociale spanningen namen toe.

Dat zal voor vader Van Duijl betekend hebben dat hij belastingen moest innen bij boeren en arbeiders die het financieel zwaar hadden. Wat dat voor zijn populariteit in het dorp betekend heeft, is niet bekend. Ook zijn er geen directe uitingen van spanningen in Koudum geboekstaafd. Wel is het zo dat er een jaar na de geboorte van Gerrit, een twaalftal gezinnen uit Koudum geëmigreerd is naar Argentinië[vi]. Met wisselend succes, zoals op de website van Histoarysk Koudum te lezen is.

Koudum was in die tijd een klein Fries dorp met een overwegend protestants (Nederlands Hervormd) karakter. Ook de ouders van Gerrit waren beiden Nederlands Hervormd en beide grootvaders waren Nederlands Hervormd predikant. Gerrit zal na zijn geboorte dan ook wel gedoopt zijn in de Nederlands Hervormde Martinikerk in Koudum. Maar zoals gezegd: de kleine Gerrit heeft niet lang in Koudum gewoond. Op 6 april 1892 is het gezin Van Duijl uitgeschreven bij de gemeente Hemelumer Oldeferd wegens verhuizing naar Wamel[vii], waar vader op 5 januari benoemd was als rijksontvanger[viii].

Per 14 januari 1899 werd H.G. van Duijl benoemd tot rijksontvanger in Schoonhoven, een uitdagende plaats, gezien de ligging aan de Lek. Bovendien was Schoonhoven het centrum van de Nederlandse goud- en zilverindustrie. Gerrit bezocht het gymnasium in het 15 kilometer noordelijker gelegen Gouda, waar hij in juni 1907 slaagde voor het eindexamen[ix].

Gerrit van Duyl


Na zijn middelbareschooltijd trad Gerrit van Duyl in de voetsporen van zijn opa’s en ging hij theologie studeren in Utrecht.[x] Hij werd een vrijzinnig-hervormde en welbespraakte predikant, eerst in Heerenveen, later in Assen en daarna in Hilversum. In 1933 werd hij lid van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert. Binnen de NSB vervulde hij in de jaren 1933-1937 de functie van hoofd van de afdeling Vorming. Hij was verantwoordelijk voor de politieke vorming van de NSB-leden. Ook was hij gedurende 1936-1937 redacteur van het NSB-tijdschrift Vorming, later omgedoopt tot Ontwakend volk.

Flyer van de NSB, augustus 1937

 

Hij werd algemeen erkend als de beste spreker van de NSB. Zijn redevoeringen werden gekenmerkt door krachtdadige taal. In 1935 werd hij tot een boete van honderd gulden veroordeeld (circa € 850,00 nu) wegens belediging van het openbare gezag. Van Duyl vatte zijn taak als vormingsleider hoog op en waakte over de ideologische zuiverheid van de NSB. In 1936 maakte Van Duyl namens de NSB een reis naar Nederlands-Indië waar hij de partijboodschap uitdroeg op bijeenkomsten en geld inzamelde voor de NSB.

De in 1899 geboren schrijver E. du Perron bracht zijn jeugd door in Nederlands-Indië. Van 1921 tot 1936 woonde hij voornamelijk in Frankrijk en België. In 1936, een jaar na de verschijning van zijn bekendste roman Het land van herkomst, keerde hij terug naar Nederlands-Indië, waar Van Duyl enkele maanden eerder was geweest. Du Perron was goed op de hoogte van de ideeën van Mussert, Van Duyl en de NSB. Na aankomst in de haven van Priok werd Du Perron afgehaald door twee vrienden. Hij was blij ze weer te zien, maar meteen werd hij met zijn neus gedrukt op de veranderde feiten:

“Ik dacht niet aan politiek, aan rassen- of klassenstrijd, ik liep de loopplank weer af, onder de schroeiende zon die ik ook voor het eerst bewust hervond als een oude kennis; de loods in; en terwijl ik met mijn sleutels scharrelde, bromde een van mijn twee vrienden in mijn oor:
- Ja, hier is het fijn, zie je; als je maar niks van de n.s.b. zegt, dan zal je je weg wel vinden.
Terwijl ik voor de douane een koffer openmaakte, zei ik hem kort dat ik lid was van het Comité van Waakzaamheid, dat ik de heer Mussert een voze kwibus vond en de heer Van Duyl een andere. Hij suste:
- Ja, zeg dat aan mij, maar aan niemand anders, zie je, want van zulke opinies moeten ze hier niks hebben.”[xi]

Op 2 november 1937 werd Van Duyl lid van de Eerste Kamer, maar direct na zijn installatie nam hij ontslag. Van Duyl probeerde het gezag van Mussert te ondermijnen. Hij was het niet eens met Musserts halfslachtige houding ten aanzien van het antisemitisme. De controverse tussen beiden kwam tot een climax naar aanleiding van de voor de NSB rampzalig verlopen Tweede Kamerverkiezingen van 1937. Het stemmenpercentage van twee jaar eerder bleek na het tellen van de stemmen gehalveerd.

Van Duyl en zijn aanhangers aarzelden niet Mussert de verantwoordelijkheid voor het slechte resultaat in de schoenen te schuiven. In diep geheim werd een plan gesmeed Mussert voor enkele maanden naar Zwitserland te sturen en hem vervolgens af te zetten. Mussert kreeg echter lucht van het complot. Hij reageerde effectief: Van Duyl en diens volgelingen werden gedwongen de NSB te verlaten.

Het Volksdagblad 31 oktober 1937

Gerrit van Duyl scheidde officieel van zijn eerste vrouw, Nora Schouten, op 24 december 1935, hoewel de verhouding met een catechisante in Hilversum al in 1929 voor een groot publiek schandaal zorgde. Met zijn tweede vrouw, Elisabeth (Lies) Sjouke, maakte hij in 1936-1937 een propagandareis namens de NSB in Nederlands-Indië. In juni 1939 verliet Van Duyl Hilversum. Hij kreeg, ondanks de scheve schaats in zijn privéleven en zijn politieke opvattingen, zowaar een baan als voorganger van de vrijzinnige gemeenschap in Ooster- en Westerblokker en Schellinkhout. 

Na de Duitse inval was Van Duyl onder meer lid van de radicaal-rechts-extremistische NSNAP en trad hij op als spreker voor deze groepering totdat de partij in september 1941 opgeheven werd. Ook was Van Duyl lid van de Germaansche SS in Nederland en trad hij voor deze club op als spreker. Gedurende de bezettingsjaren was Van Duyl een aanhanger van de Groot-Germaanse gedachte en uitgesproken antisemitisch[xii].

In augustus 1944 vertrok hij naar Duitsland, toen de grond onder de voeten van veel collaborateurs te heet werd. In mei 1946 werd hij in Nederland gearresteerd en in april 1948 door het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

 

Trouw, 20 maart 1948

 

In 1951 werd hij vanwege gezondheidsredenen al vrijgelaten. Gerrit van Duyl overleed in Zeist op 27 december 1952.



© Jelle van der Meulen/Histoarysk Koudum april 2026

 


 

[i] Geboorteregister 1888, archiefnummer 30-17, Burgerlijke Stand Hemelumer Oldeferd - Tresoar, inventarisnummer 1020, aktenummer 0111
Duyl of Duijl? De familienaam van Van Duijl werd tot en met de 19e eeuw met een ij gespeld. Zo staat in de geboorteakte en de officiële registers van de burgerlijke stand de naam consequent met een "ij" gespeld. ergens in de twintigste eeuw begon Gerrit de spelling met een ’y’ te gebruiken. Tijdens zijn studie theologie in Utrecht en zijn vroege jaren als predikant (vanaf 1917) begon de spelling met een ‘y’ steeds vaker op te duiken in publicaties en krantenberichten. Vanaf 1925, toen hij predikant was in Hilversum en een bekende publieke figuur werd, was ‘Van Duyl’ de algemeen geaccepteerde schrijfwijze in de media en bij zijn eigen publicaties. Toen hij in 1933 toetrad tot de NSB en later (kortstondig) lid werd van de Eerste Kamer, werd zijn naam vrijwel uitsluitend als Van Duyl geschreven.

[ii] Bevolkingsregister Hemelumer Oldeferd_500_1880-1889

[iii] 0123 Burgerlijke Stand in Overijssel, Inventarisnummer 5220, Aktenummer 24.

[iv] Jaarboekje voor de Ambtenaren van (Rijks)belastingen 1886.

[v] Jaarboekje voor de Ambtenaren van (Rijks)belastingen 1887.

[vi] Zie daarover meer: https://historisch.koudum.nl/index.php/emigratie-van-koudumers-naar-argentinie-rond-1889

[vii] Bevolkingsregister Hemelumer Oldeferd_508_1890-1899.

[viii] Jaarboekje voor de Ambtenaren van (Rijks)belastingen 1893.

[ix] ‘Gouda - lijst met geslaagden voor het eindexamen van het Stedelijk Gymnasium’, in het Algemeen Handelsblad, 22-6-1907.

[xi] Via Kees Snoek, E. Du Perron. Het leven van een smalle mens (2005). Het citaat van Du Perron staat in: E. du Perron, Indies memorandum, p. 7-8 (In: Verzameld werk, deel VII, p. 63). In Du Perrons dagboekaantekeningen staat: ‘Aankomst Priok. Ontm. met Eelco en Taco Odinga. Bij Feicko: “vooral geen politiek”.’

[xii] In het Nieuwsblad van Friesland, Hepkema’s Courant van 02-10-1933 staat een verslag van een bijeenkomst van de NSB in Leeuwarden. Daarin zegt Van Duyl nog dat in Nederland in de NSB het antisemitisme niet wordt geduld. Maar bijvoorbeeld in een toespraak in Hoorn in 1941 voor de NSNAP toont Gerrit van Duyl zich ondubbelzinnig als een antisemiet van het zuiverste water (beschreven in het Dagblad Nieuwe Hoornsche Courant van 30-05-1941): “Uit eerbied voor de scheppingsorde eischt het nat.-socialisme zuiverheid van het ras en daarom kunnen typen van een ander ras, met name de Joden, niet in en onder ons volk worden geduld. De Joden zijn een Aziatisch volk, in het bezit van eigenschappen, die met de onze vloeken en die in ons volk een ontaarding moeten teweeg brengen. Spr[eker] schetste de eigenschappen van den Jood en concludeerde, dat deze in een andere gemeenschap noodzakelijk werkt als parasiet en vampier. Gebondenheid aan den bodem kent de Jood ook niet en al laat een Jood zich ook kerstenen, hij blijft toch Jood. Waar bij het nat.-socialisme de rassentheorie als nummer één staat, moet men als N.S.N.A.P.-er wel anti-semiet zijn.”